Portretten kinderen Boissevain

Portretten van de kinderen Boissevain met hun moeder en gouvernante in de jaren 1862–1867. Het album waaruit deze portretten afkomstig zijn, staat op het portret van Daan en Kiek tegen de stoel waar Kiek op zit. De foto’s in versierde omlijsting zijn van neven, nichten en tantes.

Haarlokjes van blonde zijde

Daan en Kiek zijn kinderen van Eduard Constantin Boissevain en Emma Nicholls. Eduard en Emma trouwden in 1840 en kregen behalve Daan en Kiek nog negen kinderen. Het gezin woonde op de Keizersgracht 133, vlak bij de Leliegracht. Daar was het kantoor van de Gebroeders Boissevain, commissionairs in effecten. Van dit gezin zijn veel persoonlijke documenten bewaard gebleven. De inhoud daarvan maakt het tot een van de meest romantische archieven die er zijn. Behalve foto’s zijn er heel veel brieven, van Eduard naar Emma (‘aan mijn engel, die ik liefheb als de appel van mijn oog’), van Emma aan Eduard (‘my dear dear beloved Edward’), brieven van de kinderen aan hun vader, vaccinatiebewijzen, doopbewijzen, kasboekjes, gedichten, en haarlokjes: fijne strengetjes van bleekblonde zijde in envelopjes, waarop de naam van het kind en tijdstip van geboorte.

Vluchtelingen uit Frankrijk

Stamvader Lucas Bouyssavy, een wijnboer uit Bergerac, was hugenoot. Het verhaal wil dat hij in 1687 als verstekeling op een schip en verborgen onder de lading van een hooiwagen uit Frankrijk vluchtte. Aangekomen in Amsterdam moest hij een beroep doen op de diaconie van de Waalse kerk. Stapje voor stapje beklommen de Boissevains in Amsterdam de maatschappelijke en sociale ladder. Ze waren aanvankelijk kooplieden en werkten later in de handelsvaart en assurantie. Door het sluiten van de juiste huwelijken raakten zij gelieerd aan families als Van Eeghen en Van Lennep. Ook in de 20ste eeuw komen we Boissevains in het openbare leven tegen. Jan en Mies Boissevain-van Lennep en hun 3 zoons waren actief in het verzet in 1940-1945. In onze tijd is acteur Daniël Boissevain bekend. Zijn overgrootvader Willem is hier als dertienjarige geportretteerd: zijn hand leunt op een stoel.

Spic en span

De stoffen van de jurken glanzen, de plooien zijn keurig gestreken, de stoelen zijn geschuierd, het is allemaal spic en span. Dat is het werk van de diensboden, de ‘booien’. Vanaf 6 uur in de ochtend waren zij aan het stoffen, strijken, schuieren, poetsen en koken. Ze knipten lampen af, wasten in de tobbe en boenden de keukenvloer met soda. Tot in detail schreef Emma op wat zij van het personeel verlangde. Ook voor de theepauze waren er instructies: “neem je boetzelaar (schort) af, wasch je handen en zet je netjes neder”.

 

Bekijk het album in de Archiefbank van het Stadsarchief van de gemeente Amsterdam

Athanase Adolphe Henri Boissevain: bankier die bedrijven en spoorwegen financierde

Athanase Adolphe Henri Boissevain (1843-1921) is de enige zoon van Daniel Boissevain (1804-1878) en Caroline Louise Mollet (1811-1894). Hij huwt in 1865 met Ottoline Henriette Toe Laer (1844-1921) en krijgt 2 kinderen, Daniël Adolphe Boissevain (1866-1916) en Gerardine Boissevain (1868-1931).

Adolphe Boissevain & Co

Hij  richt in 1875 met een Amerikaanse effectenrelatie de firma Adolphe Boissevain & Co op. Deze firma houd zich vooral bezig met twee activiteiten: de introductie van Amerikaanse effecten op de Amsterdamse beurs en de effectenarbitrage tussen Amsterdam, New York en Londen. Effectenarbitrage maakt gebruik van de verschillen in koers van een aandeel of obligatie tussen de verschillende beurzen.

Ter versterking van de positie richt Adolphe, met zijn Amerikaanse relatie Blake Brothers, in 1888 in Londen de firma Blake, Boissevain & Co op. Tezamen vormen de drie firma’s in de drie financiële centra een sterke combinatie. De belangrijkste assistent van Adolphe in de effectenarbitrage is Jan Lodewijk Pierson Sr. die later als firmant in het bedrijf wordt opgenomen. Enkele jaren na het terugtreden van Adolphe is de naam van de firma gewijzigd in Pierson & Co., een voorloper van de huidige investment bank MeesPierson.

Trans-Atlantisch

De basis daarvoor is gelegd door Adolphe, wiens zaken meer en meer trans-Atlantisch worden. Hij bouwt een grote reputatie op in de VS als financier van bedrijven en spoorwegen. Bekend zijn een aantal spoorwegen, o.a. de trans-Canadian Pacific Railway waarvoor hij het geld voor de financiering van de spoorlijn in Europa ophaalt. Aan deze spoorlijn ligt in de provincie Manitoba het naar hem genoemde stadje Boissevain, dat het familiewapen en -devies voert. Ook in West Virginia ligt een klein plaatsje Boissevain, door de bemoeienissen van Adolphe met de Norfolk & Western Railways.

Europa

De invloed van Adolphe reikte overigens nog verder. Zo is hij in Zwitserland betrokken bij de oprichting in 1897 van één der grootste internationale banken: de Schweizerischer Bankverein, nu UBS, waarvan hij nadien nog achttien jaar commissaris is. Aan deze bank is later zijn Londense firma Blake, Boissevain & Co. verkocht. Adolphe reist uiteraard veel. Hij neemt dan bijvoorbeeld op vrijdagavond de nachtboot van Harwich naar Hoek van Holland, brengt het weekend door op zijn landgoed Prins Hendriksoord in Den Dolder en reist zondagavond per boot terug naar Engeland.

Ontwikkelen als Spotify

Overheden wereldwijd staan voor een forse vervangingsopgave van verouderde informatiesystemen. Die operatie is niet zonder risico. Uit internationaal onderzoek blijkt dat 45 procent van de vervangingsprojecten geheel of gedeeltelijk mislukt. Een meerderheid van 60 procent van alle projecten levert minder waarde dan verwacht, terwijl 17 procent zelfs rampzalige gevolgen heeft voor de organisatie. Er is een betere benadering dan het één op één vervangen van de bestaande systeemerfenis. Het gaat in feite om een grondige modernisering van overheidsorganisaties. Dit vergt een fundamentele transformatie.

Eenzijdige focus op technologie is de belangrijkste valkuil bij vernieuwingsprojecten. De aandacht kan beter worden verlegd naar de toegevoegde waarde die de organisatie wil leveren. Bij digitale transformatie draait het om het op maat bedienen van de klant. Voor overheidsorganisaties, die veelal hiërarchisch worden aangestuurd en in afdelingen taakgericht bezig zijn, is dit een grote veranderopgave. Niet langer de interne taken, maar de klantreis en voortdurend afstemmen op een (veranderende) klantbehoefte komen centraal te staan. Het is een grote verandering van organiseren en werken: de organisatie wordt ingericht op wendbaarheid. Bedrijven als Google, Zappos en Spotify lopen daarin voorop en werken volledig agile. Het organisatiemodel van Spotify met zelfsturende teams dient voor veel grote organisaties, waaronder ING, als voorbeeld.

Technologie maakt wendbaarheid  en continu aanpassen aan veranderende omstandigheden mogelijk. Dat biedt kansen voor overheidsorganisaties die in toenemende mate worden gedreven door data. Voorwaarde voor wendbaarheid is een optimale inzet van standaard technologie die meegroeit met technische ontwikkelingen. Maatwerk belemmert juist de wendbaarheid en moet zoveel mogelijk worden voorkomen. De technologie moet bewezen veilig en betrouwbaar zijn. Het moet handmatige werkzaamheden automatiseren en de juiste beslissingen helpen voorbereiden. Klanten moeten tijdig worden voorzien van relevante informatie voor hun persoonlijke situatie.

Het doorvoeren van de veranderingen in de organisatie, processen en systemen vergt een hechte en gelijkwaardige samenwerking tussen alle disciplines: management, gebruikers en IT’ers. De silo’s binnen een organisatie moeten worden doorbroken. Co-creatie is het nieuwe toverwoord. Het is een vorm van samenwerking waarbij alle deelnemers evenveel invloed hebben op het voortbrengingsproces en het resultaat. Het is een proces waarbij in korte sprints binnen een aantal maanden het eerste resultaat gereed is en in gebruik wordt genomen. Daarna wordt continu doorontwikkeld. Het is nooit volledig af. De traditionele watervalaanpak, waarbij voorafgaand aan de realisatie alles in een ontwerp wordt vastgelegd, wordt losgelaten.

Het spreekt voor zich dat een wendbare overheid moet stoppen met resultaatgericht aanbesteden. Een gemiddelde aanbesteding vergt namelijk meer dan een jaar. Tegen de tijd dat de opdracht kan worden gegund, is de technologie verouderd en zijn de doelstellingen achterhaald. De overheid moet dus innovatief inkopen en onderling de samenwerking opzoeken. Een voorbeeld van geslaagde Rijksbrede samenwerking is het standaard herbruikbaar platform RijksZaak.

RijksZaak is met name geschikt voor organisaties die hun primaire proces optimaal willen inrichten met de nieuwste technologie. Het stelt organisaties in staat de kwaliteit en doorlooptijd van processen beter te bewaken. RijksZaak maakt het mogelijk snel en doeltreffend in te spelen op nieuwe wet- en regelgeving en mee te bewegen met ontwikkelingen in de samenleving. Burgers en bedrijven kunnen met RijksZaak de afhandeling van zaken eenvoudiger en beter volgen.