Terug naar normaal

Mijn leven als roeier in de veteranenklasse is eigenlijk heel eenvoudig. Het roeiseizoen kent jaarlijks twee hoogtepunten waar wij met ons team naar toe werken: de lange afstandswedstrijden op de Amstel in maart en de World Rowing Masters Regatta in september. In de winter trainen we voor de wedstrijden op de Amstel en in de zomer bereiden we ons voor op de Masters. Onze coach stoomt ons klaar voor de wedstrijden en laat niets aan het toeval over. Toch loopt het ieder jaar toch weer anders dan gepland.

Vorig jaar vielen de lange afstandswedstrijden volledig in het water. De eerste afstanden van de Heineken vierkamp werden nog wel gestart, maar in de barre weersomstandigheden viel nauwelijks nog te roeien. Door het lange wachten bij de start was iedereen voor de wedstrijd onderkoeld. De resterende wedstrijden werden afgelast vanwege harde wind. Dit jaar hoopten we op betere weersomstandigheden. Tijdens de trainingen hadden we al veel wind getrotseerd en de resultaten van de testwedstrijden in de winter waren bemoedigend.

Donderdag 12 maart draaiden we onze laatste training in de acht. De ploeg was er klaar voor en de boot werd afgeriggerd voor transport. Na de training hielden we nog een nabespreking. Voelt iedereen zich veilig om de wedstrijd te starten? Kunnen we de kleedkamer niet beter mijden in verband met besmettingsgevaar? Daags daarop werden alle evenementen verboden. De wedstrijden werden afgelast. Roeien mocht toen nog wel, maar twee dagen later ging de roeivereniging op slot.

Samen in de boot trainen kon niet meer. Daarom draaiden we ons trainingsschema thuis af op de roeiergometer. Een deel van het team deed dat gezamenlijk via Skypecontact. Het sociale aspect van koffie drinken na afloop van iedere training werd vervangen door koffiepraat via Skype en Zoom. Nu we per 1 juli weer mogen roeien, kijk ik nu al uit naar de hoogtepunten in 2021.

Virtuele troost

Tot voor kort reisden we nog dagelijks voor ons werk naar kantoor. Voor het bijwonen van een conferentie vlogen we de wereld rond. Om te sporten gingen we naar een sportvereniging of sportschool. Voor bezichtiging van kunst begaven we ons naar een museum. En na een lange werkdag keerden we weer terug naar huis voor het avondeten. Maar door corona werd alles van de ene op de andere dag anders.

Door de lockdown kwamen kantoren leeg te staan. Sportverenigingen, sportscholen en musea gingen op slot. Evenementen wereldwijd werden gecanceld. Onze leefwereld concentreerde zich voortaan tot onze huiskamer voor al onze dagelijkse activiteiten. De stressvolle autoritten van afspraak naar afspraak werden vervangen door een simpele muisklik van Teams naar Zoom of WebEx. Voor de noodzakelijke lichaamsbeweging moesten we ons behelpen op de hometrainer en af een toe een wandeling in de buitenlucht.

Terwijl onze fysieke bewegingsvrijheid werd beperkt, bloeide in korte tijd een nieuwe virtuele wereld op. Musea brachten virtuele tours die vanaf de bank te bewonderen zijn. Sportscholen openden kanalen met online yoga- en fitnesslessen. Musici en koorleden zochten elkaar op om samen op afstand muziek te maken en te zingen. De virtuele sportwereld kende een ongekende vlucht, van fietsen, tennis, golf tot darten: iedere sport heeft wel een virtuele variant. Virtueel bezoek aan huisarts en ziekenhuis bleek opeens een prima alternatief. En veel events werden succesvol omgetoverd tot een virtueel event.

Op tweede Pinksterdag fietste ik vanuit huis samen met 160 deelnemers de eerste virtuele fietselfstedentocht via het programma Zwift. Via Zoom verbindingen, livestream en een speciale app hielden we onderling contact. We zagen elkaar zowel fysiek als virtueel fietsend in het landschap Watopia van Zwift. Het was daarom vooral ook een sociaal evenement, omdat je als groep samen fietst en ervaringen deelt. Omroep Fryslân deed uitgebreid verslag van de tocht, die werd gesimuleerd door fietsen van stad naar stad en stempelen bij de stempelposten onderweg. Zie hier voor een impressie van de fietstocht.

Als ik nu thuis wil fietsen in de Provence, dan selecteer ik een tocht in het programma op mijn computer. Levensechte beelden trekken voorbij. De stijgingspercentages worden automatisch aangepast. Als ik met anderen wil fietsen, dan selecteer ik een sociale groepsrit of wedstrijd en fiets ik met duizenden anderen in een virtueel landschap. Zelf kan ik ook een tocht organiseren en mensen uitnodigen om samen te fietsen. Ik fiets samen met mensen van mijn niveau, maar kan ook kiezen voor een tocht die wordt begeleid door een professionele wielrenner. Het fietsen in een virtuele omgeving en met fietsers uit alle werelddelen motiveert. Het is een leuke ervaring en verslavend.

In het verleden trainde ik op een regenachtige dag wel eens op de fietsrollerbank. Dat hield ik nog geen half uur vol. Het is even saai als het trainen op een roeiergometer. Nu we niet mogen roeien werk ik slaafs ons trainingsschema af op mijn oude Concept2. Wat zou het mooi zijn om daarbij het beeld te zien van het langsstromende water van de Amstel, de Theems of de River Charles. De ergometer zou natuurlijk ook het roeien in een meermansboot moeten kunnen simuleren en corrigeren voor gewicht. Wat zou het leuk zijn mee te kunnen doen aan virtuele roeiwedstrijden over de hele wereld of zelf zo’n wedstrijd te kunnen organiseren. Dat zou de pijn van het gemis van het echte roeien deze coronazomer aanzienlijk kunnen verlichten.

De Clercq en Boissevain

Door drie huwelijken zijn de families De Clercq en Boissevain aan elkaar verbonden. Eerst trouwden twee broers met twee zusters:

  • Willem de Clercq (1795-1844) x Caroline Charlotte Boissevain (1799-1879)
  • Stephanus (1805-1866) x Charlotte Jeanne Sophie Boissevain

Beide zijn dochters van Daniel Boissevain (1772-1834).

Twee generaties later trouwde een kleinzoon van Willem met een van zijn achternichten:
Gideon Stephanus de Clercq (1862-1942) x Louise Caroline (‘Carry’) Boissevain, dochter van Gideon Maria Boissevain.

Daarnaast zijn er nog meer lijnen van verwantschap:

  • Gideon Jeremie Boissevain (1796-1875) hertrouwde in 1830 met Maria van Heukelom, dochter van Walrave van Heukelom en Maria de Clercq.
  • Adriaan Gildemeester (1828-1901), de echtgenoot van Marguerite Caroline de Clercq, was zoon van Hendrik Daniel Gildemeester en Jeanne Marie Boissevain
  • Suzanna Kruseman (1830-1906), de vrouw van Stephanus de Clercq, had een broer Hendrik
  • Lambertus Kruseman (1831-1871, die trouwde met Annette Jeanne Henriette Boissevain

Het huwelijk van Willem de Clercq met Caroline Charlotte Boissevain in 1818 was in de familie het eerste in zeer lange tijd, dat werd gesloten buiten de vertrouwde coterie van vooraanstaande doopsgezinde geslachten. De Boissevains waren lidmaten van de Waals hervormde gemeente.

Willem de Clercq (1795-1844) was medefirmant van de familiefirma S. & P. de Clercq, makelaars in granen. Deze werd in 1800 nog gerekend tot de vier belangrijkste Amsterdamse huizen, handelend op de Oostzee. In 1824 trok hij zich uit de inmiddels zieltogende firma terug. Door koning Willem I werd hij aangesteld tot secretaris van de Nederlandsche Handel Maatschappij, waarvan hij later directeur-secretaris werd. Ook in andere zin brak Willem met een familietraditie: in 1831 verliet hij de doopsgezinde gemeenschap, waarvan zijn voorouders zo lang vooraanstaande lidmaten waren geweest. Hij sloot zich aan bij de Waalse gemeente, die deel uitmaakte van de Nederlandse Hervormde Kerk, en werd voorman van de christelijke Réveilbeweging.

De familie Boissevain stamt af van Lucas Bouyssavy, een wijnboer uit het Franse Bergerac, die vanwege zijn protestantse geloof zijn land ontvluchtte en zich in 1687 in Amsterdam vestigde. Rond 1700 noemde hij zich Boissevain. Lucas moest aanvankelijk nog een beroep doen op de diaconie van de Waalse kerk, maar zijn nakomelingen behoorden ruim een eeuw later tot de gegoeden van Amsterdam. De vader van Caroline Charlotte en Charlotte Jeanne Sophie, Daniel Boissevain (1772-1834), handelde in onder meer Franse, Duitse en koloniale goederen. Hun broer Gideon Jeremie (1796-1875) verlegde het accent naar de handelsvaart en assurantie. Zijn zoon Jan (1836-1904) richtte zich op de stoomvaart. Een bekend lid van de familie is Charles Boissevain (1842-1927), die van 1887 tot 1908 hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad was. Gideon Maria Boissevain (1837-1925) was een vooraanstaande bankier en economist. Walrave Boissevain (1876-1944) heeft naam gemaakt als liberaal lid van de Tweede Kamer en als lid van de gemeenteraad.

Bron: website van de familie de Clercq

Virtueel actief

Tot voor kort reisden we nog dagelijks voor ons werk naar kantoor. Voor het bijwonen van een conferentie vlogen we de wereld rond. Om te sporten gingen we naar een sportvereniging of sportschool. Voor bezichtiging van kunst begaven we ons naar een museum. En na een lange werkdag keerden we weer terug naar huis voor het avondeten. Maar door corona werd alles van de ene op de andere dag anders.

Door de lockdown kwamen kantoren leeg te staan. Sportverenigingen, sportscholen en musea gingen op slot. Evenementen wereldwijd werden gecanceld. Onze leefwereld concentreerde zich voortaan tot onze huiskamer voor al onze dagelijkse activiteiten. De stressvolle autoritten van afspraak naar afspraak werden vervangen door een simpele muisklik van Teams naar Zoom of WebEx. Voor de noodzakelijke lichaamsbeweging moesten we ons behelpen op de hometrainer en af een toe een wandeling in de buitenlucht.

Terwijl onze fysieke bewegingsvrijheid werd beperkt, bloeide in korte tijd een nieuwe virtuele wereld op. Musea brachten virtuele tours die vanaf de bank te bewonderen zijn. Sportscholen openden kanalen met online yoga- en fitnesslessen. Musici en koorleden zochten elkaar op om samen op afstand muziek te maken en te zingen. De virtuele sportwereld kende een ongekende vlucht, van fietsen, tennis, golf tot darten: iedere sport heeft wel een virtuele variant. Virtueel bezoek aan huisarts en ziekenhuis bleek opeens een prima alternatief. En veel events werden succesvol omgetoverd tot een virtueel event.

Na Pinksteren nam ik deel aan twee alternatieve virtuele events die normaal gesproken niet te combineren waren geweest. Op tweede Pinksterdag fietste ik vanuit huis samen met 160 deelnemers de eerste virtuele fietselfstedentocht via het programma Zwift. Via Zoom verbindingen, livestream en een speciale app hielden we onderling contact. We zagen elkaar zowel fysiek als virtueel fietsend in het landschap Watopia van Zwift. Het was daarom vooral ook een sociaal evenement, omdat je als groep samen fietst en ervaringen deelt. Omroep Fryslân deed uitgebreid verslag van de tocht, die werd gesimuleerd door fietsen van stad naar stad en stempelen bij de stempelposten onderweg. Zie hier voor een impressie van de fietstocht.

Daags na de fietstocht woonde ik via mijn thuiswerkplek Pega’s jaarlijkse klantevent PegaWorld bij. In voorgaande jaren bezochten zo’n 5.000 klanten en partners het meerdaagse event in Las Vegas. Het 2,5 uur durende virtuele event trok meer van 23.000 deelnemers. Pega’s CEO Alan Trefler opende de conferentie vanuit zijn woonkamer met een statement over recente gebeurtenissen in de VS. Vervolgens lanceerde Pega een nieuwe cloudgebaseerde softwarearchitectuur die technologische oplossingen stroomlijnt. Het evenement werd afgesloten met het optreden van Trefler’s favoriete band Dropkick Murpheys.

Na de zomervakantie op 9/11 is het iBestuur congres gepland op sportcentrum Papendal. Het wordt een congres in hybride vorm, dat volledig voldoet aan de anderhalfmeterregel. Een paar honderd deelnemers zijn op locatie. Het dubbele aantal deelnemers volgt het congres online. Er komen sprekers op locatie en sprekers die worden ingestraald. De fysieke wereld en virtuele wereld komen in het congres samen. Dat is dan meteen ook een mooie living lab met reflectie en toekomstverkenning. Hoe kunnen we duurzaam profiteren van het beste uit twee werelden?

Zeilen op de wind van gisteren

Dagelijks rond 2 uur ’s middags stuurt de NOS een pushbericht. ‘RIVM: 33 doden door coronavirus, 14 nieuwe ziekenhuisopnames’ was het bericht 20 mei. Later bleek dat onder de doden, die het instituut kon melden, drie mensen ruim een maand daarvoor al overleden. En vier ‘nieuwe’ patiënten waren al begin april in een ziekenhuis opgenomen. Moeten we, nu de maatregelen worden versoepeld, varen op informatie die niet geheel up-to-date is?

Op dit moment is er nog geen betrouwbare registratie van het aantal coronapatiënten en het aantal mensen dat in Nederland aan corona overlijdt. Alleen mensen met een positieve test op Covid-19 worden geteld. De werkelijke aantallen zijn dus hoger, omdat vanwege de schaarse testcapaciteit niet iedereen met corona gerelateerde klachten is getest. Verder is Nederland het enige land ter wereld dat geen inzicht geeft in het aantal genezen coronapatiënten.

Het inzicht in coronabesmettingen zal verbeteren als vanaf juni grootschalig wordt getest. Iedereen met klachten kan zich dan via een landelijk nummer melden voor een test en een afspraak plannen zonder tussenkomst van een arts. Tegelijkertijd wordt een registratiesysteem voor het testen op COVID-19 in gebruik genomen door huisartsen, bedrijfsartsen en GGD’en. Het systeem ondersteunt de planning en uitvoering van de testen en verschaft landelijke en regionale overzichten van het aantal afgenomen testen en resultaten, inclusief trends.

Tegelijkertijd wordt ook een dashboard in gebruik genomen om zicht te houden hoe de virusuitbraak zich in ons land per regio ontwikkelt. Het dashboard moet onder meer betrouwbaar inzicht bieden van de belangrijkste indicatoren waarop wordt gestuurd, zoals IC-opnames, ziekenhuisopnames, testuitslagen, reproductiegetal en aantal besmette personen. Vanaf het begin van de uitbraak in China houdt de John Hopkins University een dashboard van de ontwikkeling van de virusuitbraak bij. Zo hebben we de verspreiding via China naar Italië, Europa, Verenigde Staten en Zuid Amerika van dag tot dag kunnen volgen. Duitsland heeft ook een fraai dashboard met zicht op het aantal besmettingen per regio op kaart, in tabellen en grafieken.

Een dashboard is niet meer dan een visuele weergave van de belangrijkste informatie die nodig is om doelstellingen te behalen, samengevoegd op een enkel scherm, om in één oogopslag het overzicht én het inzicht te hebben. De bruikbaarheid van een dashboard staat en valt bij de kwaliteit van de data. Die moeten betrouwbaar en actueel zijn. Met een versplinterd systeemlandschap en gebrekkige informatie-uitwisseling in de zorgketen is dat een uitdaging. Daarbij komt nog de vertraging van het beschikbaar komen van de informatie. Testuitslagen zijn nu gemiddeld pas 12 dagen na infectie beschikbaar. Door opschaling van het testbeleid moet die tijd worden verkort. Verdere verspreiding kan dan middels traceren en zelfisolatie eerder worden afgeremd.

Het ligt voor de hand de informatievoorziening zo dicht mogelijk bij de bron – waar besmettingen kunnen ontstaan – te organiseren: bij burgers en in locaties zoals woningen, verenigingen, bedrijven, horeca etc. Helaas komt dat niet van de grond. De veelbesproken coronatracker-app is op de lange baan geschoven en er bestaan maar liefst drie verschillende apps waarmee je ziekteverschijnselen kunt rapporteren: COVID Radar van LUMC, Corona Check van OLVG en Infectieradar van het RIVM. Zonder waarborg van identificatie en beveiliging kun je wekelijks niet-gevalideerde medische gegevens versturen. Vervolgens heb je geen flauw benul wat daarmee gebeurt.

Een goede publieke app moet aansluiten op de leefwereld van mensen. Nu er weer meer bewegingsvrijheid komt is het van belang meer contactinformatie te verzamelen. Dat kan eenvoudig door met een qr-code op locatie in te checken op kantoor, sportclub,  kapper of restaurant. Daardoor bouw je zelf aan een digitaal dagboek, dat je in geval van positieve coronatest ter ondersteuning van het contactonderzoek kunt delen met de GGD. In Nieuw Zeeland is recent een dergelijke contactonderzoek-app gelanceerd. Omgekeerd zouden veiligheidsregio’s actuele informatie aan de app ter beschikking kunnen stellen over locaties die gemeden moeten worden vanwege drukte en besmettingsgevaar. Zo krijgt iedere Nederlander zijn eigen persoonlijke dashboard voor het maken van gezonde keuzes in coronatijd.

Digitaal is het nieuwe normaal

Van de ene op de andere dag gingen we vanuit huis werken. Sindsdien zitten we onafgebroken achter een beeldscherm te vergaderen in videoconferenties. Schaamteloos kijken we in huiskamers van collega’s, partners en klanten. Dat levert op zich nog wel leuke gespreksstof over de situatie thuis, maar hedendaagse videoconferenties zijn bovenal een lesje in efficiëntie. Verdwenen zijn de lange autoritten in de file, gesprekken bij het koffieautomaat en vrijdagmiddagborrels. Nu pas zie ik daarvan de waarde, want het waren momenten op de dag van ontspanning en reflectie.

Na een lange dag vol Zoom-vergaderingen verlang ik terug naar de beleving van de wegtrekkende ochtendnevel boven de Vliet. Het beeld van de opgaande zon, de molens langs de waterkant. Het geluid van eendjes en vogels. Het monotone geluid van het draaien van de riem in de dol. Het genot van borrelende belletjes onder de roeiboot. De coach met zijn roeptoeter en de commando’s van de stuurvrouw. Het lijkt allemaal zo lang geleden. Het eelt op mijn handen is allang verdwenen. Als sportverslaafde was ik gewend aan vier boottrainingen en drie spinningstrainingen per week. Na sluiting van de roeivereniging en de sportschool moest ik op zoek naar een thuisalternatief.

Met het mooie weer in de eerste weken van de lockdown lag het voor de hand om lekker buiten te gaan fietsen. In de eerste week maakte ik nog een paar fietstochten. Het viel mij op dat ik niet de enige was die voor dat alternatief had gekozen. De fietspaden in de duinen waren overvol met naast elkaar fietsende mensen. Bij iedere inhaalactie zat er dan niets anders op dan de anderhalfmeterregel te overtreden. Daarna ging op zoek naar een smarttrainer om thuis te fietsen. Na lang zoeken vond ik een winkel die nog een Tacx fietstrainer in voorraad had. Ik plaatste de fietstrainer achter mijn bureau. Mijn werkkamer is nu een multifunctionele ruimte: werk- en fitnessruimte inéén.

Bij de installatie van een fietstrainer in huis komt nog heel wat kijken. Zo moet de computer geschikt worden gemaakt voor ontvangen van sensoren van fietstrainer en hartslagmeter via Bluetooth. Een trainingsmat is noodzakelijk om geluidsoverlast te voorkomen en de vloer te beschermen. Door ontbreken van rijwind is een goede vloerventilator essentieel. Ik kocht een ventilator die automatisch harder gaat blazen naar mate ik sneller fiets. Daarnaast moest ik de nodige voorzieningen treffen om het overtollige zweet op te vangen met zweetmat en handdoeken. Na afloop van de training moet ik mijn doorweekte fietsschoenen drogen in schoenwarmers.

Als mijn werkdag er op zit klap ik mijn laptop dicht, selecteer een fietsprogramma, draai het beeldscherm en stap op mijn fiets. Via het programma van Tacx kun je mooie routes in Europa fietsen en genieten van het landschap dat op video langstrekt. De stijgingspercentages worden automatisch aangepast. Je kunt wielerklassiekers fietsen en beklimmingen. Zo fietste ik op Goede Vrijdag de laatste 90 kilometer van Milaan-San Remo onder het genot van de Matthäus-Passion. Enkele cols op mijn bucket list, waaronder Tim Krabbé’s Mont Aigoual via Le Vigan, Col de la Loze in de Franse Alpen en El Teide in Tenerife, heb ik inmiddels beklommen. Op dit moment doe ik mee aan de Provence Challenge: zeven etappes in zes dagen, waaronder twee beklimmingen van de Mont Ventoux.

Het populairste fietstrainer programma onder wielrenners is Zwift. Je fietst in een virtueel landschap met duizenden anderen. Je kunt zelfs van elkaar profiteren door in de slipstream van een andere renner te fietsen. Als iemand je voorbijrijdt, word je daartoe zelfs aangemoedigd: “close the gap”. Nu de wielerwereld door het coronavirus op zijn gat ligt, grijpen de wielerprofs massaal naar de fietstrainer om binnen te trainen. Je kunt dus zomaar Robert Gesink of Geraint Thomas tegenkomen op Zwift. Vorige week werd de virtuele Amstel Goldrace toertocht georganiseerd op het wielerplatform Bkool. Op de startlijst stonden bekende namen, zoals Tom Dumoulin, Marianne Vos, Johan IJff en Jan Willem Boissevain. Tijdens de beklimming van de Eyserbosweg zag ik iemand met de naam Tom langs flitsen. Zou hij het echt zijn? Ik probeerde nog bij hem in het wiel te springen, maar hij verdween razendsnel uit beeld. Een dag later zag ik een foto van Tom Dumoulin in de krant na voltooiing van zijn toertocht. Hij zit rechtop op zijn fiets, zijn voeten in de beugels van het stuur. Het  beeld van een balende renner die verlangt naar de koers. Ik dacht direct: die foto wil ik ook, als aandenken aan coronatijd waarin onze leefwereld transformeerde in virtueel en digitaal.

Coronaprivacy

Als we massaal bereid zijn om onze locatiegegevens te delen met Google waarom zijn wij dan zo terughoudend datzelfde te doen met onze overheid? Zeker nu deze data in de huidige crisis cruciaal zijn bij het indammen van het coronavirus en het weer op gang krijgen van de economie. Nauwelijks was minister in zijn persconferentie over de Corona-apps uitgesproken of er kwam een stroom van reacties los. Het ging allang niet meer over het effectief traceren van besmettingen, maar over mogelijke aantasting van onze privacy.

Een gelegenheidscoalitie “Veilig tegen Corona” onder leiding van Bits of Freedom en de Waag roept middels een manifest op te voldoen aan eisen privacy en informatieveiligheid. Kamerleden stellen in vervolg daarop kritische vragen aan de minister van VWS. Het manifest stelt dat de apps een tijdelijk karakter moeten hebben en alleen mogen worden ingezet om het virus onder controle te krijgen. Het gebruik van de apps mag op geen enkele wijze worden afgedwongen. De privacy moet volledig worden gewaarborgd: de gegevens mogen niet herleidbaar zijn tot personen en er mag geen centrale opslag zijn van persoonsgegevens. Alle gegevens moeten daarom in beginsel lokaal op de telefoon worden opgeslagen.

Die eisen, die in de marktuitvraag door het ministerie van VWS zijn overgenomen, verwijzen naar een oplossing waarbij telefoons zelf bijhouden bij welke andere telefoons ze in de buurt zijn geweest. Mensen die besmet zijn moeten dat zelf in de app registreren. Daarna krijgen de personen die in de buurt van een geïnfecteerd persoon  zijn geweest een bericht, waarna ze zelf maatregelen kunnen nemen. Deze oplossing lijkt technisch haalbaar nu Apple en Google hebben aangekondigd samen een api te zullen uitbrengen, waar apps voor contactonderzoek op basis van bluetooth gebruik van kunnen maken.

Het is echter maar de vraag of een app op basis van vrijwillig gebruik een succesvolle bijdrage kan leveren aan het traceren van besmette contacten. Het werkt alleen als er voldoende wordt getest en een meerderheid bereid is de app te gebruiken. De gebruikscijfers van een dergelijke app in Singapore stemmen alvast niet hoopvol, want slechts 20 procent van de Singaporezen gebruikt de app. En dan moeten we er nog op vertrouwen dat mensen die positief zijn getest dat ook netjes registreren in de app. Om maar niet te spreken van de onterechte registraties door zogenaamde digitale coronahoesters. Bij beperkt app gebruik kun je een positief getest persoon beter vragen om zijn directe contacten zelf digitaal te melden. Maar je zou de app ook kunnen afdwingen door het gebruik ervan te eisen bij toegang tot bijv. kantoren, winkels en bijeenkomsten. Verder ligt het voor de hand gedetecteerde contacten na positieve test te delen met de GGD als basis van het contactonderzoek.

Als de overheid gebruik zou kunnen maken van de locatiedata van Google dan zou er geen app meer nodig zijn. Google kan tot het intiemste detail met ons meekijken, want ons mobiel gaat in onze broekzak overal mee tot aan de WC toe. Je schrikt als je er achter komt wat Google allemaal van ons weet. Deze video geeft daarvan een mooi inkijkje. Dergelijke surveillancepraktijken accepteren we natuurlijk niet van onze overheid. Toch kan ik mij voorstellen dat je voor een beperkte periode en een urgent doel locatiegegevens deelt. Zo deel ik als burgervrijwilliger mijn locatie via de app HartslagNu, zodat ik kan worden opgeroepen voor een reanimatie in mijn directe omgeving. Ik accepteer zelfs dat de app 18 procent van de batterijcapaciteit verbruikt. Een paar weken terug ontving ik een oproep voor reanimatie. Ik vroeg mij af of ik er goed aan deed naar het slachtoffer te gaan in deze coronatijd. Ik heb immers geen beschermingsmiddelen. Welke risico’s zou de patiënt en ik zelf daarbij lopen? Zou je de mond op mondbeademing dan niet beter achterwege kunnen laten? Gelukkig werd de oproep kort na melding geannuleerd. Ik vroeg het Rode Kruis om advies of ik had moeten gaan en was verbaasd over het antwoord: “Hier is momenteel geen specifiek beleid voor. Het belangrijkste is dat jij, net zoals altijd, als burgerhulpverlener je eigen veiligheid vooropstelt.”

Ik heb inmiddels begrepen dat vijftigplussers niet meer worden opgeroepen voor een reanimatie, omdat zij in de risicogroep zitten. De locatievoorziening van de reanimatie app heb ik daarom uitgeschakeld. Als ik levens zou kunnen redden in deze crisistijd door het delen van mijn locatiegegevens, dan zou ik dat zeker doen. Ik adviseer iedereen daarom serieus te overwegen meer informatie te delen met de overheid om de coronacrisis te helpen bestrijden en voorts deze instructies te volgen voor het uitzetten van locatie volgen door Google.