Continue gezondheidsmonitor

Er kleven ethische dilemma’s aan nieuwe innovatieve technologische ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Inmiddels kunnen we 7 x 24 uur vitale functies van de mens meten. Mooi in theorie, maar kunnen patiënten en verpleegkundigen in de praktijk vertrouwen op sensoren die continu de toestand van een mens kunnen meten en rapporteren?

Verplaats je in het volgende toekomstscenario van patiënt Jan. Hij is een ICT’er  van middelbare leeftijd, gewend aan het werken onder grote prestatiedruk. Hij is topfit en kerngezond, maar heeft structureel een verhoogde bloeddruk. Omdat dit een risicofactor is voor hart- en vaatziekten heeft de huisarts Jan uit voorzorg continue gezondheidsmonitoring voorgeschreven. Dit belemmert hem niet om fanatiek te sporten. Als Jan op zijn racefiets door de duinen raast voelt hij zich vrij en gelukkig. Zo ook op die zonnige ochtend in mei, maar het fietsen gaat nu minder soepel dan gewoonlijk. Bovenop de duin valt hij bijna stil. Hij schakelt een tandje terug en grijpt naar zijn achterzak voor een hap van een krachtreep. Het is een kwestie van door de vermoeidheid heen trappen, denkt hij nog, totdat zijn smartphone het alarmsignaal geeft. Hij stapt af, valt en verliest zijn bewustzijn. Kort daarop ontvangt Ruud een reanimatie oproep op zijn mobiel. Hij is als vrijwilliger aangesloten bij hartveilig wonen en oefent jaarlijks de reanimatieprocedure. Ruud stapt van zijn fiets en ziet in het sms-bericht dat hij niet ver van het incident vandaan is. Hij bevestigt zijn vertrek naar het slachtoffer. Google maps navigeert hem daar binnen één minuut naar toe. Ruud ziet Jan liggen, legt hem in een veilige positie, controleert de ademhaling en start reanimatie. Even later arriveert een andere opgeroepen vrijwilliger met een AED. Zij volgen samen de instructies van de alarmcentrale via hun mobiel en bedienen de AED. Binnen vijf minuten arriveert een ambulance. Verplegers nemen de zorg voor Jan over. Voordat hij bij het ziekenhuis arriveert is hij weer bij kennis. Door snelle en automatische melding van de gezondheidstoestand en mobilisatie van hulpverleners is Jan’s leven gered.

Tot zover de happy flow. Dit toekomstscenario is nu al grotendeels technisch te realiseren. De inzet van vrijwilligers die via hun mobiel oproepbaar zijn voor reanimatie werkt al in veel plaatsen in het land. Het is alleen nog een kwestie van opschaling, training van vrijwilligers en plaatsen van meer AED’s. Slimme horloges en smartphones meten al continu lichaamsfuncties. De wearables zijn ook in de gezondheidszorg in opkomst en kunnen binnenkort veel bewaking, die nu standaard in een ziekenhuis gebeurt, overnemen.  Slimme pleisters kunnen al enkele dagen continu vitale waarden meten. Een onderhuidse sensor kan tot 90 dagen achtereen glucosewaarden meten. Het wachten is nu op een sensor die continu en langdurig alle vitale lichaamsfuncties kan monitoren.

Techbedrijven, zoals Philips en KPN, zetten vol in op het medische domein. Het is voor hen een belangrijke groeimarkt. Platformbedrijven zoals Google, Amazon en Apple beschikken straks over veel medische informatie. Data zijn onderdeel van hun verdienmodel. Het gevaar dreigt dat de gezondheidszorg wordt overspoeld door technologische ontwikkelingen.

Er blijven nog veel vragen onbeantwoord over de meetbare mens. Hoe betrouwbaar zijn de data? Wie heeft de controle? Waarvoor wordt de data gebruikt? Komen de gegevens enkel de patiënt ten goede of kunnen ze ook worden gebruikt voor profiling (bijv. door verzekeraars)? Moeten we privacy inruilen voor proactieve zorg op basis van 7 x 24 uurs monitoring? Als wij door inzet van technologie levens willen redden, dan moeten we antwoord hebben op deze vragen en obstakels wegnemen.

Fietsen in Havana

Met een gids maken we een fietstocht door de stad en weerszijde van het water, Canal de Entrada. Tijdens de tocht verteld gids Gavi over de geschiedenis van het Eiland: de verovering van de Spanjaarden, de aanval van de Engelsen, de uitruil waardoor Cuba weer Spaans bezit wordt, de vrijheidsstrijd, Varkensbaaicrisis. We steken met een pont over naar de overzijde van het water, beklimmen de heuvel met het Christus beeld en bekijken de verdedigingsforten die de Spanjaarden bouwden. Daarna fietsen we door een paar authentieke wijken en steken met de pont weer over naar de kant van de stad. We fietsen de lange weg over de boulevard Malecón. De wind stuwt de golven over de kade. Tenslotte passeren we de Amerikaanse ambassade.

Een ongelukkig avontuur

Hoofdpijn krijgen roeicoaches er van; roeiers die vlak voor een belangrijke wedstrijd geblesseerd uitvallen. Zelden is dat het gevolg van een roeiblessure. Het gaat vrijwel altijd om een ongeluk bij een avontuurlijke sport die roeiers onvoldoende beheersen. Het zijn ongelukkige valpartijen met wielrennen, skiën of schaatsen die uitval veroorzaken. Pas na intensieve revalidatie kunnen de roeiers de training weer hervatten. Met die wetenschap in ons achterhoofd planden wij onze mountainbiketocht in de Sloveense Alpen aansluitend aan onze laatste World Masters roeiwedstrijd in Bled.

De laatste dag van ons verblijf in Slovenië hadden wij geen wedstrijd. Dat was dus een uitgelezen kans om het landschap en de Julische bergen per fiets te verkennen. Wij reserveerden vooraf enkele mountainbikes die direct na aankomst werden geïnspecteerd en goedgekeurd voor ons fietsavontuur. Daarna bestudeerden wij de kaart van de omgeving voor mogelijke fietsroutes. Nadat wij ons blind hadden gestaard op de wirwar van paadjes en hoogtelijnen op de kaart besloten wij op advies van onze gastheer een gids in te huren voor de mooiste fietsroute.

In een voorgesprek met de gids maakten wij onze wensen kenbaar: drie uur fietsen en genieten van landschappelijke schoonheid. Een fysiek zware route was voor ons roeiers geen probleem, maar onze techniek op moeilijk begaanbare paden wel beperkt. Onze gids adviseerde een mooi fietsrondje van 40 kilometer met prachtige vergezichten. Ongeveer vijf uur zouden wij onderweg zijn. Vijf uur? Zo langzaam fietsen wij toch niet? Natuurlijk kon het sneller, maar wij zouden ook regelmatig stoppen en pauzeren voor een lunch. Per slot van rekening moesten wij ook genieten van de tocht.

Direct na de start van onze tocht bewees onze gids zijn waarde. Door wegwerkzaamheden was de weg geblokkeerd en moesten we een alternatieve route nemen. We daalden af naar een rivierdal en moesten daarna vol aan de bak op een steile beklimming. Dat was slechts de warming up voor de beklimming van een berg die wij in de verte al konden zien liggen. Er volgde een korte afdaling. Daarna sloegen we een gravelpad in. Dit gaat lange tijd zo door en het laatste stuk is weer wat steiler, vertelde onze gids. Af en toe stopte hij om uitleg te geven over de omgeving. Wij keken uit over het dal en zagen in de verte het kasteel van Bled. Niet veel later fietsten wij in volle mist. Daarna fietste ieder van ons in een eigen tempo de weg omhoog.

Lange tijd kon je in het kleinste verzet soepel de berg op klimmen. Dat werd gaandeweg steeds moeilijker. Het achterwiel slipte in het grind, het voorwiel kwam regelmatig los van de weg en de bovenbenen begonnen de verzuren. Kleiner schakelen kon niet meer. Daarna volgde het onvermijdelijke afstappen en proberen weer op gang te komen. Dat lukte nauwelijks, want het achterwiel slipte telkens door. Het laatste stuk van de klim moest afwisselend lopend en fietsend worden afgelegd. Op de top moesten we lang op elkaar wachten, maar kregen daar wel onze beloning: een hut met een warme kachel en een voedzame maaltijd.

In de hut bespraken we de onder andere de geopolitieke ontwikkelingen in Slovenië. We maakten een paar groepsfoto’s en daarna was het tijd voor onze tocht huiswaarts. Inmiddels was de bewolking toegenomen met lichte regen. Het voorgespiegelde uitzicht op de berg was in mist opgegaan. Nu moesten we alleen nog van de berg zien af te dalen. Wij kregen instructie over het remmen en het gewicht dat verplaatst moest worden achter het zadel. Voordat ik die techniek in praktijk kon brengen gleed ik uit over de gladde kiezels en verdraaide mijn knie bij het opvangen van mijn val. Ik werd daarna snel weer overeind geholpen, maar zakte direct weer door mijn linker knie. Het was snel duidelijk dat ik niet fietsend verder kon.

Onze gids belde met de hulpdiensten. Kort daarop kwam een 4WD van Mountain Rescue de berg oprijden. Mijn been werd in een opblaasbare spalk geklemd. Ik werd de auto in gedragen. Mijn fiets ging in de achterbak. De auto bracht mij naar een EHBO-post. Daar werden mijn gegevens opgenomen en wachtte een ziekenauto die mij naar het ziekenhuis in Jessenice bracht. Een arts onderzocht de knie en stuurde mij door naar de röntgen afdeling voor het maken van foto’s. Van een fractuur bleek gelukkig geen sprake. De diagnose was een flinke kneuzing die binnen drie maanden zou moeten genezen. Met krukken mocht ik het ziekenhuis verlaten om daarna nog net op tijd aan te sluiten bij het slotdiner van onze roei-equipe.

Twee dagen na het ongeluk kon ik weer voorzichtig zonder krukken lopen. Een week later pakte ik ook mijn fiets- en roeitrainingen weer op. Volgens medisch deskundigen zijn fietsen en roeien gezonde sporten die het herstel van de gekwetste knie kunnen bespoedigen.