Virtueel actief

Tot voor kort reisden we nog dagelijks voor ons werk naar kantoor. Voor het bijwonen van een conferentie vlogen we de wereld rond. Om te sporten gingen we naar een sportvereniging of sportschool. Voor bezichtiging van kunst begaven we ons naar een museum. En na een lange werkdag keerden we weer terug naar huis voor het avondeten. Maar door corona werd alles van de ene op de andere dag anders.

Door de lockdown kwamen kantoren leeg te staan. Sportverenigingen, sportscholen en musea gingen op slot. Evenementen wereldwijd werden gecanceld. Onze leefwereld concentreerde zich voortaan tot onze huiskamer voor al onze dagelijkse activiteiten. De stressvolle autoritten van afspraak naar afspraak werden vervangen door een simpele muisklik van Teams naar Zoom of WebEx. Voor de noodzakelijke lichaamsbeweging moesten we ons behelpen op de hometrainer en af een toe een wandeling in de buitenlucht.

Terwijl onze fysieke bewegingsvrijheid werd beperkt, bloeide in korte tijd een nieuwe virtuele wereld op. Musea brachten virtuele tours die vanaf de bank te bewonderen zijn. Sportscholen openden kanalen met online yoga- en fitnesslessen. Musici en koorleden zochten elkaar op om samen op afstand muziek te maken en te zingen. De virtuele sportwereld kende een ongekende vlucht, van fietsen, tennis, golf tot darten: iedere sport heeft wel een virtuele variant. Virtueel bezoek aan huisarts en ziekenhuis bleek opeens een prima alternatief. En veel events werden succesvol omgetoverd tot een virtueel event.

Na Pinksteren nam ik deel aan twee alternatieve virtuele events die normaal gesproken niet te combineren waren geweest. Op tweede Pinksterdag fietste ik vanuit huis samen met 160 deelnemers de eerste virtuele fietselfstedentocht via het programma Zwift. Via Zoom verbindingen, livestream en een speciale app hielden we onderling contact. We zagen elkaar zowel fysiek als virtueel fietsend in het landschap Watopia van Zwift. Het was daarom vooral ook een sociaal evenement, omdat je als groep samen fietst en ervaringen deelt. Omroep Fryslân deed uitgebreid verslag van de tocht, die werd gesimuleerd door fietsen van stad naar stad en stempelen bij de stempelposten onderweg. Zie hier voor een impressie van de fietstocht.

Daags na de fietstocht woonde ik via mijn thuiswerkplek Pega’s jaarlijkse klantevent PegaWorld bij. In voorgaande jaren bezochten zo’n 5.000 klanten en partners het meerdaagse event in Las Vegas. Het 2,5 uur durende virtuele event trok meer van 23.000 deelnemers. Pega’s CEO Alan Trefler opende de conferentie vanuit zijn woonkamer met een statement over recente gebeurtenissen in de VS. Vervolgens lanceerde Pega een nieuwe cloudgebaseerde softwarearchitectuur die technologische oplossingen stroomlijnt. Het evenement werd afgesloten met het optreden van Trefler’s favoriete band Dropkick Murpheys.

Na de zomervakantie op 9/11 is het iBestuur congres gepland op sportcentrum Papendal. Het wordt een congres in hybride vorm, dat volledig voldoet aan de anderhalfmeterregel. Een paar honderd deelnemers zijn op locatie. Het dubbele aantal deelnemers volgt het congres online. Er komen sprekers op locatie en sprekers die worden ingestraald. De fysieke wereld en virtuele wereld komen in het congres samen. Dat is dan meteen ook een mooie living lab met reflectie en toekomstverkenning. Hoe kunnen we duurzaam profiteren van het beste uit twee werelden?

Zeilen op de wind van gisteren

Dagelijks rond 2 uur ’s middags stuurt de NOS een pushbericht. ‘RIVM: 33 doden door coronavirus, 14 nieuwe ziekenhuisopnames’ was het bericht 20 mei. Later bleek dat onder de doden, die het instituut kon melden, drie mensen ruim een maand daarvoor al overleden. En vier ‘nieuwe’ patiënten waren al begin april in een ziekenhuis opgenomen. Moeten we, nu de maatregelen worden versoepeld, varen op informatie die niet geheel up-to-date is?

Op dit moment is er nog geen betrouwbare registratie van het aantal coronapatiënten en het aantal mensen dat in Nederland aan corona overlijdt. Alleen mensen met een positieve test op Covid-19 worden geteld. De werkelijke aantallen zijn dus hoger, omdat vanwege de schaarse testcapaciteit niet iedereen met corona gerelateerde klachten is getest. Verder is Nederland het enige land ter wereld dat geen inzicht geeft in het aantal genezen coronapatiënten.

Het inzicht in coronabesmettingen zal verbeteren als vanaf juni grootschalig wordt getest. Iedereen met klachten kan zich dan via een landelijk nummer melden voor een test en een afspraak plannen zonder tussenkomst van een arts. Tegelijkertijd wordt een registratiesysteem voor het testen op COVID-19 in gebruik genomen door huisartsen, bedrijfsartsen en GGD’en. Het systeem ondersteunt de planning en uitvoering van de testen en verschaft landelijke en regionale overzichten van het aantal afgenomen testen en resultaten, inclusief trends.

Tegelijkertijd wordt ook een dashboard in gebruik genomen om zicht te houden hoe de virusuitbraak zich in ons land per regio ontwikkelt. Het dashboard moet onder meer betrouwbaar inzicht bieden van de belangrijkste indicatoren waarop wordt gestuurd, zoals IC-opnames, ziekenhuisopnames, testuitslagen, reproductiegetal en aantal besmette personen. Vanaf het begin van de uitbraak in China houdt de John Hopkins University een dashboard van de ontwikkeling van de virusuitbraak bij. Zo hebben we de verspreiding via China naar Italië, Europa, Verenigde Staten en Zuid Amerika van dag tot dag kunnen volgen. Duitsland heeft ook een fraai dashboard met zicht op het aantal besmettingen per regio op kaart, in tabellen en grafieken.

Een dashboard is niet meer dan een visuele weergave van de belangrijkste informatie die nodig is om doelstellingen te behalen, samengevoegd op een enkel scherm, om in één oogopslag het overzicht én het inzicht te hebben. De bruikbaarheid van een dashboard staat en valt bij de kwaliteit van de data. Die moeten betrouwbaar en actueel zijn. Met een versplinterd systeemlandschap en gebrekkige informatie-uitwisseling in de zorgketen is dat een uitdaging. Daarbij komt nog de vertraging van het beschikbaar komen van de informatie. Testuitslagen zijn nu gemiddeld pas 12 dagen na infectie beschikbaar. Door opschaling van het testbeleid moet die tijd worden verkort. Verdere verspreiding kan dan middels traceren en zelfisolatie eerder worden afgeremd.

Het ligt voor de hand de informatievoorziening zo dicht mogelijk bij de bron – waar besmettingen kunnen ontstaan – te organiseren: bij burgers en in locaties zoals woningen, verenigingen, bedrijven, horeca etc. Helaas komt dat niet van de grond. De veelbesproken coronatracker-app is op de lange baan geschoven en er bestaan maar liefst drie verschillende apps waarmee je ziekteverschijnselen kunt rapporteren: COVID Radar van LUMC, Corona Check van OLVG en Infectieradar van het RIVM. Zonder waarborg van identificatie en beveiliging kun je wekelijks niet-gevalideerde medische gegevens versturen. Vervolgens heb je geen flauw benul wat daarmee gebeurt.

Een goede publieke app moet aansluiten op de leefwereld van mensen. Nu er weer meer bewegingsvrijheid komt is het van belang meer contactinformatie te verzamelen. Dat kan eenvoudig door met een qr-code op locatie in te checken op kantoor, sportclub,  kapper of restaurant. Daardoor bouw je zelf aan een digitaal dagboek, dat je in geval van positieve coronatest ter ondersteuning van het contactonderzoek kunt delen met de GGD. In Nieuw Zeeland is recent een dergelijke contactonderzoek-app gelanceerd. Omgekeerd zouden veiligheidsregio’s actuele informatie aan de app ter beschikking kunnen stellen over locaties die gemeden moeten worden vanwege drukte en besmettingsgevaar. Zo krijgt iedere Nederlander zijn eigen persoonlijke dashboard voor het maken van gezonde keuzes in coronatijd.

Coronaprivacy

Als we massaal bereid zijn om onze locatiegegevens te delen met Google waarom zijn wij dan zo terughoudend datzelfde te doen met onze overheid? Zeker nu deze data in de huidige crisis cruciaal zijn bij het indammen van het coronavirus en het weer op gang krijgen van de economie. Nauwelijks was minister in zijn persconferentie over de Corona-apps uitgesproken of er kwam een stroom van reacties los. Het ging allang niet meer over het effectief traceren van besmettingen, maar over mogelijke aantasting van onze privacy.

Een gelegenheidscoalitie “Veilig tegen Corona” onder leiding van Bits of Freedom en de Waag roept middels een manifest op te voldoen aan eisen privacy en informatieveiligheid. Kamerleden stellen in vervolg daarop kritische vragen aan de minister van VWS. Het manifest stelt dat de apps een tijdelijk karakter moeten hebben en alleen mogen worden ingezet om het virus onder controle te krijgen. Het gebruik van de apps mag op geen enkele wijze worden afgedwongen. De privacy moet volledig worden gewaarborgd: de gegevens mogen niet herleidbaar zijn tot personen en er mag geen centrale opslag zijn van persoonsgegevens. Alle gegevens moeten daarom in beginsel lokaal op de telefoon worden opgeslagen.

Die eisen, die in de marktuitvraag door het ministerie van VWS zijn overgenomen, verwijzen naar een oplossing waarbij telefoons zelf bijhouden bij welke andere telefoons ze in de buurt zijn geweest. Mensen die besmet zijn moeten dat zelf in de app registreren. Daarna krijgen de personen die in de buurt van een geïnfecteerd persoon  zijn geweest een bericht, waarna ze zelf maatregelen kunnen nemen. Deze oplossing lijkt technisch haalbaar nu Apple en Google hebben aangekondigd samen een api te zullen uitbrengen, waar apps voor contactonderzoek op basis van bluetooth gebruik van kunnen maken.

Het is echter maar de vraag of een app op basis van vrijwillig gebruik een succesvolle bijdrage kan leveren aan het traceren van besmette contacten. Het werkt alleen als er voldoende wordt getest en een meerderheid bereid is de app te gebruiken. De gebruikscijfers van een dergelijke app in Singapore stemmen alvast niet hoopvol, want slechts 20 procent van de Singaporezen gebruikt de app. En dan moeten we er nog op vertrouwen dat mensen die positief zijn getest dat ook netjes registreren in de app. Om maar niet te spreken van de onterechte registraties door zogenaamde digitale coronahoesters. Bij beperkt app gebruik kun je een positief getest persoon beter vragen om zijn directe contacten zelf digitaal te melden. Maar je zou de app ook kunnen afdwingen door het gebruik ervan te eisen bij toegang tot bijv. kantoren, winkels en bijeenkomsten. Verder ligt het voor de hand gedetecteerde contacten na positieve test te delen met de GGD als basis van het contactonderzoek.

Als de overheid gebruik zou kunnen maken van de locatiedata van Google dan zou er geen app meer nodig zijn. Google kan tot het intiemste detail met ons meekijken, want ons mobiel gaat in onze broekzak overal mee tot aan de WC toe. Je schrikt als je er achter komt wat Google allemaal van ons weet. Deze video geeft daarvan een mooi inkijkje. Dergelijke surveillancepraktijken accepteren we natuurlijk niet van onze overheid. Toch kan ik mij voorstellen dat je voor een beperkte periode en een urgent doel locatiegegevens deelt. Zo deel ik als burgervrijwilliger mijn locatie via de app HartslagNu, zodat ik kan worden opgeroepen voor een reanimatie in mijn directe omgeving. Ik accepteer zelfs dat de app 18 procent van de batterijcapaciteit verbruikt. Een paar weken terug ontving ik een oproep voor reanimatie. Ik vroeg mij af of ik er goed aan deed naar het slachtoffer te gaan in deze coronatijd. Ik heb immers geen beschermingsmiddelen. Welke risico’s zou de patiënt en ik zelf daarbij lopen? Zou je de mond op mondbeademing dan niet beter achterwege kunnen laten? Gelukkig werd de oproep kort na melding geannuleerd. Ik vroeg het Rode Kruis om advies of ik had moeten gaan en was verbaasd over het antwoord: “Hier is momenteel geen specifiek beleid voor. Het belangrijkste is dat jij, net zoals altijd, als burgerhulpverlener je eigen veiligheid vooropstelt.”

Ik heb inmiddels begrepen dat vijftigplussers niet meer worden opgeroepen voor een reanimatie, omdat zij in de risicogroep zitten. De locatievoorziening van de reanimatie app heb ik daarom uitgeschakeld. Als ik levens zou kunnen redden in deze crisistijd door het delen van mijn locatiegegevens, dan zou ik dat zeker doen. Ik adviseer iedereen daarom serieus te overwegen meer informatie te delen met de overheid om de coronacrisis te helpen bestrijden en voorts deze instructies te volgen voor het uitzetten van locatie volgen door Google.

Meer coronadata

Nu het coronavirus zich wereldwijd rap blijft verspreiden, moeten overheden en organisaties extra alert zijn op gezondheid en veiligheid van burgers, werknemers en klanten. Zij moeten daarbij beslissingen nemen op basis van een te geringe hoeveelheid data, want het door het RIVM gerapporteerde aantal positieve testen, ziekenhuisopnames en overleden patiënten is slechts het topje van de ijsberg. Meer data zou beschikbaar kunnen komen met behulp van publieke apps. Die worden in Nederland alleen nog nauwelijks gebruikt om de verspreiding van de ziekte te monitoren en op individueel niveau maatregelen te nemen.

Een positieve uitzondering is de corona check app die het Amsterdamse OLVG-ziekenhuis heeft laten ontwikkelen. Inwoners van de Amsterdamse regio kunnen in de app een dagboek bijhouden over de belangrijkste symptomen van het coronavirus, zoals keelpijn, neusverkoudheid, kortademigheid, koorts en hoesten. Een medisch team uit het ziekenhuis houdt toezicht en kan op basis van verstrekte data op individueel niveau van advies dienen. Deze aanpak verlicht de druk bij huisartsen en levert bovendien nuttige data en inzicht in het verloop van corona gerelateerde klachten.

In Singapore en China worden tracking apps op grote schaal ingezet om te controleren waar mensen zich bevinden. Zo kunnen mensen controleren of zij in de buurt zijn geweest van iemand die het coronavirus bij zich draagt. Inwoners van de Chinese stad Hangzhou moeten melden of ze recentelijk buiten de stad zijn gereisd en tevens eventuele symptomen doorgeven die kunnen wijzen op een ziekte, zoals koorts of hoesten. Na het invullen van de vragenlijst ontvangen gebruikers een op kleur gebaseerde QR-code op hun mobiele telefoon die hun gezondheidsstatus aangeeft. Mensen met een rode code krijgen de opdracht om 14 dagen in quarantaine te blijven. Gebruikers met een gele code krijgen de instructie om 7 dagen binnen te blijven, terwijl gebruikers met een groene code vrij kunnen reizen.

Een centraal systeem van online surveillance, zoals dat in China wordt toegepast, zou in Nederland ondenkbaar zijn. Ook het gebruik van locatiegegevens, al dan niet geanonimiseerd, ligt in ons land gevoelig. Telecomproviders zouden die data ter beschikking kunnen stellen, maar Google of Facebook kunnen veel meer bieden. Die platforms beschikken over een schat van gebruikersdata waaruit trends, zoals ziekteverspreiding, kunnen worden gesignaleerd. Zolang we niet over die gebruikersdata kunnen beschikken zit er niets anders op dan grootschalig data op te vragen over gezondheidsklachten, bijvoorbeeld door het opschalen van de corona check app.

In de VS ontwikkelde een bedrijf in de gezondheidszorg met meer dan 200.000 werknemers en zorgverleners  een ​​noodhulpapp. Met die app kan de zorgorganisatie de gezondheid, veiligheid en beschikbaarheid van haar personeel volgen en beheren. Het bedrijf heeft zo het volledige overzicht van ziekte(verschijnselen) van het personeel en eventueel van familieleden. Met behulp van de app heeft het bedrijf inzicht in gehele of gedeeltelijke uitval van personeel, waardoor het tijdig maatregelen kan nemen om de gezondheid, veiligheid en tevens de continuïteit te waarborgen. Het belang daarvan neemt toe, want nu al zien we het ziekteverzuim bij vitale beroepen, zoals de zorg, schoonmaak en transport, sterk toenemen.

Het uitwisselen van medische gegevens met de werkgever, zoals dat in de VS is toegestaan, strookt niet met de richtlijnen van onze AVG. De gegevens kunnen natuurlijk wel worden uitgewisseld met bedrijfsartsen. Die beroepsgroep heeft besloten voorlopig zoveel mogelijk advies op afstand te doen. Een app, waarin de status van de belangrijkste symptomen worden doorgegeven, kan ondersteunend dienen voor tijdig advies aan medewerkers en werkgevers. Bovendien levert het een schat aan data die inzicht geven in de ontwikkeling van het ziektebeeld.

Op naar een vitaal 2020

Vlak voor de kerst ontving ik een bericht van de directeur ziektekosten van mijn zorgverzekeraar. Het was bedoeld als steuntje in de rug voor het maken van gezonde keuzes. Als klant van a.s.r. kom ik aanmerking voor deelname aan het onlangs gelanceerde Vitality programma. Dat programma stimuleert een gezonde levensstijl en keert beloningen uit bij voldoende lichaamsbeweging. Dat klinkt als een positieve stimulans voor mijn gezondheid.

Een gezonde levensstijl is voor iedereen van belang. Hoe dat eruitziet verschilt per individu, afhankelijk van bijvoorbeeld ouderdom, lichaamsomvang, ziektes of handicap. Iedereen kan werken aan eigen vitaliteit door het maken van duurzame en gezonde keuzes. Een intensief dieet om in korte tijd tien kilo af te vallen is niet verstandig. Vanuit het niets elke dag gaan trainen voor een halve marathon is een riskant plan. Die benadering kan niet alleen fysiek, maar ook mentaal en emotioneel behoorlijk schadelijk zijn. Het vitaliteitsconcept benadrukt het belang van gezond eten, voldoende lichaamsbeweging en een positief zelfbeeld. Dat komt een gezonde levensstijl op de lange termijn ten goede.

Een gezond leven is geen doel op zich, maar stelt ons wel in staat onze doelen te behalen. Goed eten, regelmatig sporten en een positieve geest dragen bij aan een goede gezondheid. De Gezondheidsraad adviseert een beweegrichtlijn voor volwassenen van wekelijks ten minste twee en een half uur matig intensief bewegen, zoals wandelen en fietsen, verspreid over diverse dagen. Bijna de helft van alle Nederlanders voldoet aan die beweegrichtlijn. Een derde van alle Nederlanders registreert activiteiten en gezondheidsdata zelfs via hun smartphone of wearables, zoals Apple Watch, Garmin of Fitbit. Die apparaten stimuleren het maken van gezonde keuzes op het gebied van beweging, voeding en ontspanning.

Middels mijn Garmin horloge en app kan ik mijn gezondheids- en prestatiegegevens verzamelen en inzien. Ik krijg ook trainingsadviezen over de mate van bewegen, training en herstel. Ik koppel mijn trainingen met Strava en deel de resultaten met sportvrienden. Zo kunnen we onderling virtueel onze prestaties beoordelen, vergelijken en de competitie aangaan. Dat werkt stimulerend om actief te blijven. In principe is het een fluitje van een cent om mijn gegevens ook te delen met de app van het Vitality programma. Via een partner van mijn zorgverzekeraar kan ik ook gratis mijn BMI & taille-omvang, bloeddruk, bloedsuikerwaarde en cholesterol laten opmeten. Als ik die informatie deel in de app verdien ik extra Vitality Punten. Een niet-rokersverklaring levert nog eens 500 extra Vitality Punten op. Wekelijks komen daar punten bij als ik mijn bewegingsdoel haal. Met de verzamelde punten krijg ik elke twee jaar gratis een nieuwe Apple Watch of korting op mijn aanvullende verzekering.

Dat klinkt haast te mooi om waar te zijn. Kan ik die verleiding weerstaan? Ik leg het dilemma voor aan mijn Twitter-volgers: Zou jij data van beweegapp delen met zorgverzekeraar in ruil voor korting op (aanvullende) premie? Nee, zegt een ruime meerderheid van 70,4 procent; 22,2 procent zegt het wel te willen en 7,4 procent heeft geen mening. Kunnen wij onze gezondheidsdata toevertrouwen aan een zorgverzekeraar? Gezondheidsdata zouden op termijn wellicht gecombineerd kunnen worden met verzekerings- en declaratiegegevens. Dan beschikken verzekeraars over een instrument om de toegang tot zorg te reguleren, de hoogte van de premie te beïnvloeden en declaraties te beoordelen. Dat zou het einde betekenen van de solidariteit waarop ons zorgstelsel is gebaseerd.

Gratis bestaat niet als het om onze data gaat. Onze persoonsgegevens worden massaal verhandeld. Mijn zorgverzekeraar meldt dat de Gezondheidsdata enkel worden gebruikt om Vitality Punten te kunnen geven. Er wordt ons voorgespiegeld dat het Vitality-concept zorgt voor een betere gezondheid en daardoor verlaging van de zorgkosten. De winst daarvan vloeit dan weer terug naar de deelnemers. Als dat inderdaad het geval is, dan schenk ik mijn punten graag aan de mensen die de zorg het hardst nodig hebben en feitelijk geen toegang hebben tot het Vitality programma: de ouderen, gehandicapten en chronisch zieken.

Ik wens eenieder een vitaal en liefdevol 2020!

Next Generation Internet

Het internet is een jungle, waar niemand onze veiligheid garandeert of burgerrechten beschermt. En intussen wordt het gebrek aan regels, privacy en openbare orde in de digitale wereld een maatstaf voor de analoge. Dat stelt Jan Kuitenbrouwer in zijn boek Datadictatuur. Op het internet draait alles om het ontfutselen van zoveel mogelijk data en het manipuleren van ons gedrag.

Het internet is niet langer de vrije publieke ruimte die mensen over de hele wereld met elkaar verbindt. Het publieke karakter van het internet wordt overschaduwd door commerciële en politieke belangen. Op basis van het spoor van persoonlijke data dat wij op het internet achterlaten worden wij ongemerkt gemanipuleerd. “Sinds Facebook kunnen we geen normale verkiezingen meer hebben” zegt onderzoeksjournalist Carole Cadwalladr die Cambridge Analytica ontmaskerde en ten val bracht. De Netflix-film ‘The Great Hack’ onthult hoe databedrijf Cambridge Analytica Trump aan de overwinning hielp, maar ook de brexit heeft bevorderd en in andere landen onrust onder de bevolking zaaide en verkiezingen manipuleerde.

The Great Hack laat zien hoe tijdens de verkiezingsstrijd tussen Clinton en Trump het pleit werd beslecht door in vier zogenaamde ‘swing states’ een offensief los te laten op twijfelende kiezers. Via een geraffineerd, leugenachtig berichtenbombardement en de haatcampagne ‘Crooked Hillary’ kon een relatief kleine groep twijfelende kiezers over de streep worden getrokken. Christopher Wylie en Brittany Kaiser, twee voormalig medewerkers van Cambridge Analytica, doen in de film een boekje open over de onethische manipulatie door het bedrijf.

Sinds kort kunnen consumenten zelf ook voor Cambridge Analytica spelen. Vanaf 49 dollar kun je een service afnemen waarmee je een persoon naar keuze online kunt manipuleren. Via The Spinner heb je keuze uit diverse campagnes, zoals: ‘Manipulate your wife to have sex with you’, ‘Get your annoying coworker to quit their job’, ‘Stop eating meat to save your health and the planet’ en ‘Get a Good Reason to Stop Smoking’. The Spinner verstrekt een link die je doorspeelt aan de persoon in kwestie. Als deze daarop klikt wordt er een cookie op diens telefoon geïnstalleerd. Daarna wordt het ‘target’ drie maanden lang gebombardeerd met nepberichten en artikelen over het onderwerp. The Spinner zegt daarnaast ook campagnes op maat te kunnen leveren.

Is het gebruik van deze service legaal? ‘Ja’ zegt The Spinner op hun website: het plaatsen van cookies is legaal, want adverteerders mogen cookies gebruiken om gericht advertenties te kunnen plaatsen. Wel moet de initiatiefnemer (afnemer en betaler van The Spinner service) de gebruiksvoorwaarden accepteren. Het is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om het ‘target’ te wijzen op de gebruiksvoorwaarden.

Het internet wordt meer en meer het domein van marktpartijen die gebruikers primair zien als product en in mindere mate als klant. Amerikaanse bedrijven als Google en Facebook domineren het internetgebruik. In Europa wordt nu gewerkt aan een alternatief: het Next Generation Internet. Dat staat voor een meer mensgericht internet dat waarden als openheid, decentralisatie, inclusiviteit en bescherming van privacy ondersteunt en de controle teruggeeft aan de eindgebruikers, met name van hun gegevens.

Privacy inleveren voor korting

Deel je persoonlijke informatie met verzekeraars in ruil voor korting op de premie? Ja, zegt 29 procent van de ondervraagden in een enquête van iBestuur. Zij waarderen de meerwaarde van een autoverzekering die korting op de premie biedt op basis van rijstijl. De resterende 71 procent lijkt daar nog niet klaar voor.

Een beperkt aantal verzekeraars biedt in Nederland een rijstijlverzekering. Zij beloven 10 tot 35 procent korting op de premie basis van gemeten rijgedrag. Sommige verzekeraars bieden een app aan waarmee het rijgedrag wordt gemeten op basis van gps en G-kracht. Een app kan meten waar je rijdt, hoe hard je rijdt en of je remt of optrekt. De meeste verzekeraars meten het rijgedrag op basis van een stekker die je in de auto plugt. De stekker registreert continu gereden routes, locatie en rijstijl. De stekker registreert het remmen en optrekken, zonder de oorzaak te kennen. Hard remmen of plotseling uitwijken wordt dus beschouwd als slecht rijgedrag, ook al is dat om een ongeluk te voorkomen.

De ANWB biedt een rijstijlverzekering in combinatie met een ANWB-lidmaatschap. Een stick in de auto meet het rijgedrag op basis van snelheid ten opzichte van toegestane snelheid, optrekken en het nemen van bochten. Via een app krijgt de bestuurder feedback over het rijgedrag. Dit moet de bestuurder stimuleren veilig(er) te rijden. De ANWB zegt een bijdrage te willen leveren aan bevordering van de veiligheid in het verkeer. De verzamelde data wordt enkel voor dat doel gebruikt en niet gedeeld met de politie of ander bevoegd gezag, tenzij dit wettelijk wordt afgedwongen of in het geval van vermoedens van fraude.

Onderzoeksbureau GfK deed onderzoek naar de houding van automobilisten ten aanzien van rijstijlpolissen. Daaruit blijkt dat één op de drie  automobilisten met een rijstijlverzekering zegt veiliger te zijn gaan rijden nadat zij de verzekering hebben afgesloten. Hier staat tegenover dat 38 procent het rijgedrag, ondanks de rijgedragmonitoring, niet heeft aangepast. Opvallend is dat meer dan de helft het ziet zitten om hun rijgedrag te laten opnemen in een voor verzekeraars openbare database, mits hier voldoende beloning tegenover staat. Privacy lijkt daarmee voor de consument een minder groot probleem dan vaak wordt gedacht.

GfK verwacht een zeer sterke groei in rijstijlpolissen binnen de markt voor autoverzekeringen. In 2020 laat 25 procent van de autorijders zich volgen in ruil voor beloning, verwacht het bureau. In het Verenigd Koninkrijk hebben momenteel al bijna 1 op de 10 van de nieuwe verzekerden een rijstijlverzekering. Met name onder jongeren is de verzekering populair. Jonge autorijders beschikken nog niet over veel rijervaring en veroorzaken relatief veel schade. Zij betalen nu meer dan gemiddeld voor een autoverzekering. Een rijstijlverzekering is daarom voor jongeren een aantrekkelijke optie om de premie te drukken.

Consumenten delen nu al massaal persoonlijke data in ruil voor korting en service. Bijna de helft van de Nederlanders lijkt bereid om informatie over hun gezondheid te delen met hun zorgverzekeraar in ruil voor korting. Nu al delen we op grote schaal gegevens als gewicht, bloeddruk, aantal slaapuren of het aantal stappen via gezondheidsapps, slimme armbanden of horloges. Als de verzekeraars hun aanbod van rijstijlverzekeringen afstemmen op beloning voor de klant dan zullen de meeste autorijders bereid zijn om hun rijgedragdata te delen.

De volledige uitkomsten van de enquête zijn hier terug te vinden.

Robots nemen de wereld niet over

Vind je het verantwoord als Defensie wapens inzet die zonder menselijke tussenkomst hun doelen selecteren? Nee, zegt 87 procent van de ondervraagden in een enquête van iBestuur. Dat is een duidelijke afkeuring van de wapenwedloop die nu gaande is. De Verenigde Staten is namelijk al vergevorderd met het ontwikkelen van wapens die zonder menselijke tussenkomst kunnen opstijgen, landen, doelen selecteren én vernietigen. De Amerikaanse ‘vliegende vleugel’ X-47B moet over twee jaar al paraat zijn voor gevechtsmissies. Het scenario in onderstaande film zou werkelijkheid kunnen worden als we autonome wapens toelaten in onze samenleving.

De ontwikkeling van ‘killer robots’ opent een doos van Pandora. Ruim honderd bedrijven wereldwijd op het terrein van robotica en kunstmatige intelligentie maken zich grote zorgen over de mogelijk catastrofale gevolgen als de ontwikkeling van dodelijke, autonome wapens wordt toegestaan. In een open brief roepen zij regeringsleiders op een internationaal verdrag te steunen dat dodelijke autonome wapens beperkt. Meer dan 20.000 mensen ondersteunen inmiddels de oproep tegen autonome wapens.

Technologie gebaseerd op artificiële intelligentie en robotisering gaat in toenemende mate ons leven beïnvloeden. Dit kan op goede manieren om ons leven makkelijker te maken. Het kan ook een bedreiging gaan vormen. De Netflix-serie ‘Black Mirror toont op surrealistische wijze enkele horrorscenario’s waarin technologische vooruitgang botst met onze menselijke gevoelens. Wat gebeurt er als we de technologie ons volledig gaat beheersen, maar erger nog: als we de  controle over onze slimme uitvindingen kwijtraken? Die ontwikkeling wordt al een eeuwenlang in sciencefictionfilms en -boeken aangekondigd.

Vijftig jaar geleden kwam de baanbrekende sciencefictionfilm 2001: A Space Odyssey uit. In de film gaan vijf reizigers op weg naar Jupiter. Hun ruimteschip wordt bestuurd door boordcomputer HAL die beschikt over menselijke intelligentie en spraakvermogen. De ruimtevaarders beschouwen de computer als zesde bemanningslid. HAL is als enige op de hoogte van het doel van de missie en grijpt tijdens de reis de macht. Uiteindelijk weet één van de bemanningsleden de computer te overwinnen door HAL’s geheugencentrum uit te schakelen.

Ook in het laatste boek van Dan Brown ‘De Oorsprong’ speelt een computer met menselijke eigenschappen de sleutelrol. De alwetende computerhulp luistert naar de naam Winston. Het is een verwijzing naar de geniale strateeg Winston Churchill. Waarschijnlijk verwijst de naam ook naar IBM’s supercomputer Watson. Winston bezit krachtige eigenschappen van een supercomputer en is gelijktijdig onmogelijk van een mens te onderscheiden. De computer is uitgerust met volledig geperfectioneerde kunstmatige intelligentie en slaagt ruimschoots voor de Turing-test. Winston handelt in ‘het belang’ van zijn opdrachtgever, voert zelfstandig taken uit en beslist over leven en dood. De afloop van het boek is voorspelbaar.

We leven in een tijd waarin sciencefiction werkelijkheid wordt. Robots gaan steeds meer taken van mensen overnemen. Dit past in de evolutie van gereedschappen die de mensheid heeft ontwikkeld vanaf het stenen tijdperk. Robots blijven hulpmiddelen en zullen altijd ondergeschikt blijven aan mensen. Het is ook evident dat een robot geen verantwoordelijkheid kan nemen. Dat kunnen alleen de mensen die robots ontwerpen, programmeren en gebruiken. Juridisch gezien is dat nog een complexe puzzel. Nieuwe internationale afspraken, regelgeving en toezicht blijven altijd noodzakelijk om het gebruik van technologische innovaties in goede banen te leiden.

De volledige uitkomsten van de enquête zijn hier terug te vinden.

 

Afgewezen door een robot

Accepteer je een afwijzing van een sollicitatie op basis van een voorspellend algoritme? Nee, zegt 78 procent van de ondervraagden in een enquête van iBestuur. Werving en selectie van personeel was aanvankelijk hoofdzakelijk mensenwerk, maar nieuwe technologieën nemen veel taken over. Zo propageert internetbedrijf Google al sinds 2015 het wervings- en selectiebeleid primair te baseren op harde data, analytische tests en algoritmen.

Op termijn zal deze markt voor werving en selectie worden gedomineerd door internetplatforms, zoals LinkedIn en Facebook. Het proces tussen bedrijven en werkzoekenden wordt dan volledig geautomatiseerd. De platforms hebben nu al de vacature- en talentenmarkt, die voorheen was voorbehouden aan professionele recruiters, online toegankelijk gemaakt. Bedrijven worden daardoor overspoeld met sollicitaties. Met behulp van algoritmes kunnen platformbedrijven vervolgens ook de werving en selectie overnemen. Moeten we vrezen dat de personeelswervingsdienst in navolging van hotels en taxi’s ook wordt ‘geuberiseerd’? Dit staat en valt bij de betrouwbaarheid van de algoritmes en het vertrouwen dat bedrijven en werkzoekenden daarin hebben.

Een onderzoeker van Erasmus Universiteit ontwikkelde een algoritme om CV’s te selecteren op basis van big data. Hij analyseerde bijna een half miljoen CV’s van echte kandidaten en informatie over het verloop van hun sollicitaties. De software die hij ontwikkelde scande de CV’s op basis van een aantal variabelen in relatie tot het besluit over het wel of niet uitnodigen van de kandidaat voor een eerste gesprek. Met die kennis ontwikkelde hij een algoritme dat met een nauwkeurigheid van 80 procent kan voorspellen welke CV’s door recruiters zal worden geselecteerd. Die betrouwbaarheid kan nog verder worden verhoogd, maar het is de vraag of de kwaliteit en objectiviteit van de selectie daardoor toeneemt. Persoonlijke waardeoordelen zijn namelijk vervat in het algoritme.

Het Chinese bedrijf Seedlink presenteert een aanpak waardoor de selectie van kandidaten eerlijker moet verlopen zonder te kijken naar leeftijd, geslacht of achtergrond. Zij selecteren met een algoritme personeel voor multinationals. Op basis van kunstmatige intelligentie ontwikkelen zij drie dominante open vragen op basis van de competenties die het bedrijf van de nieuwe werknemer wenst, zoals probleemoplossend vermogen of creativiteit. Die vragen worden vervolgens door de medewerkers van het bedrijf beantwoord. Op basis van de antwoorden wordt een model gemaakt dat de verschillen tussen de beste en de minder goed presenterende werknemers weergeeft. Met behulp van een voorspellend algoritme komt het toptalent dan bovendrijven.

De CV’s en persoonlijk gesprekken verliezen aan belang bij werving van talent. Bedrijven willen uit een grote vijver van kandidaten kunnen vissen. Sommige bedrijven laten een grote groep kandidaten daarom eerst online assessments uitvoeren. Dat bespaart bedrijven, die voorheen honderden CV’s moesten scannen in hun zoektocht naar talent, veel tijd. De kandidaten doen nu thuis achter de PC online toetsen. De programma’s zijn zodanig ontwikkeld dat kandidaten zich niet beter kunnen voordoen zonder door de mand te vallen. De computer meet onder meer concentratie, intelligentie en risicogedrag. Een algoritme berekent daarna of een kandidaat geschikt is voor de functie. Een autoverkoper mag zich bijvoorbeeld risicovoller gedragen dan een boekhouder.

Een robot beslist uiteindelijk wie door mag naar de volgende ronde. Op basis van een algoritme wordt iedere aarzeling, woordkeuze of gezichtsuitdrukking meegewogen. De robot voorspelt of de kandidaat oprecht is en de waarheid spreekt. Op basis daarvan kunnen sollicitanten worden afgewezen als ze niet passen in het gewenste profiel. Ondanks uitgebreide rapportages met beoordeling per competentie hebben bedrijven het nodige uit te leggen als kandidaten afvallen op basis van een computertest. Algoritmes kunnen beter dan mensen voorspellen wie geschikt is voor een baan. Afwijzen blijft mensenwerk.

De volledige uitkomsten van de enquête zijn hier terug te vinden.

Robot neemt het stuur over

Stel, je rijdt over een bergpas en plotseling steken twee kinderen de weg over nét wanneer je de bocht om komt. In een flits moet je besluiten de kinderen aan te rijden (met mogelijk twee slachtoffers die het gevaar veroorzaakten) of jezelf in het ravijn te storten (met inzittenden als slachtoffer). Spaar je het leven van de kinderen of offer je jouw leven?

Dergelijke keuzes moeten wij in een split second nemen op basis van onze eigen waarneming en inschatting in de context van een specifieke situatie. Een zelfrijdende auto kan op basis van algoritmen betere keuzes maken. In milliseconden kunnen zo verschillende scenario’s worden doorgenomen, waarbij de situatie van meerdere auto’s kan worden meegenomen. Alleen moeten wij software dan wel zo programmeren dat de gewenste keuze wordt gemaakt bij ethische dilemma’s. Wat zijn die gewenste keuzes? Wij vroegen het in een enquête van iBestuur. Tweederde van de respondenten geeft aan zichzelf op te offeren als de keuze gemaakt moet worden tussen overstekende mensen op het zebrapad of het betonblok.

Onderzoekers van de Universiteit van Osnabrück deden een virtual reality-studie naar de keuzes die mensen maken bij dit soort verkeersdilemma’s. Deelnemers kregen een Oculus Rift-bril op en maakten in een virtuele realiteit keuzes bij verkeersscenario’s. De uitkomst van het onderzoek wees uit dat een mens meer waard is dan een dier. De hond heeft de hoogste waardering onder de dieren. Bij mensen worden mannen sneller geofferd dan vrouwen en ouderen eerder dan jongeren. Daarnaast heeft ook de reactiesnelheid invloed op de keuze. Is die tijd korter dan een seconde dan zijn bestuurder niet meer geneigd van baan te veranderen. Een meerderheid van de participanten kiest voor een altruïstische benadering gericht op het beperken van het aantal slachtoffers, ook als dit ten koste gaat van inzittenden in de eigen auto.

Vorig jaar kwamen 613 mensen om het leven in het verkeer (waaronder 201 automobilisten, 206 fietsers, 58 voetgangers, 51 motorrijders, 46 brom- en snorfietsers en 25 bestuurders van gemotoriseerde invalidevoertuigen). Door de komst van de zelfrijdende auto zal het autoverkeer bijna even veilig worden als het reizen met de trein. Op termijn komen er auto’s die onderling met elkaar in verbinding staan en als konvooien dicht op elkaar kunnen rijden. Vooralsnog moeten we het doen met adaptieve cruise control die de snelheid bepaalt op basis van de afstand tot de voorganger. In een volgend level kunnen auto’s zelfstandig de rijbaan volgen en automatisch afremmen voor voetgangers. De nieuwe Audi A8 behoort tot level 3 en kan onder bepaalde omstandigheden volledig automatisch rijden.

Vanaf level 4 rijdt de auto volledig zelfstandig. Eerst nog in een afgeschermd gebied en vaste routes, bijvoorbeeld voor robottaxi’s waar volop mee wordt geëxperimenteerd. Vanaf level 5 is de auto volledig de baas en beslist in noodsituaties over leven of dood. Bij simulaties gaven deelnemers aan voorstander te zijn van het opofferen van passagiers als er daardoor minder slachtoffers vallen. Tenminste, behalve als zij zelf de bestuurder zijn. Is dat wel het geval, dan wint egoïsme het wellicht toch van altruïsme. Met een robot aan het stuur hebben we daar in ieder geval geen last van.

De volledige uitkomsten van de enquête zijn hier terug te vinden.