Wat geeft betekenis aan jouw leven?

In de westerse wereld geldt geluk als de belangrijkste waarde in het leven. In de top-10 van de gelukkigste landen ter wereld van het World Happiness Report 2017 staan alleen welvarende westerse landen. Dezelfde westerse landen scoren echter ook hoog met suïcidecijfers. In ons land stijgt met name het aantal zelfdodingen onder ouderen. Elk jaar overwegen ruim 400.000 mensen in Nederland zelfmoord te plegen, waarvan een kwart ook daadwerkelijk een poging onderneemt. Nederlanders behoren tot de gelukkigste volken van de wereld, maar tegelijkertijd twijfelen veel mensen of hun leven wel zin heeft.

Onze westerse cultuur lijkt geobsedeerd door geluk. Toch voelen veel mensen in onze westerse wereld zich vervreemd, doelloos en soms zelfs wanhopig. “Het najagen van geluk maakt mensen ongelukkiger.” zegt Amerikaanse psychologe Emily Esfahani Smith: “Geluk kun je niet afdwingen, maar op de betekenis van je bestaan heb je wel invloed. Geluk is iets dat komt en gaat. Het kan hoogstens een bijproduct zijn van een zinvol leven.” Niet geluk, maar betekenis maakt het leven de moeite waard. Op basis van recent psychologisch onderzoek en inzichten uit de filosofie en de literatuur laat Esfahani in haar boekDe kracht van betekenis‘ zien hoe we een zinvol leven kunnen vormgeven.

Een zinvol leven draait volgens Esfahani om vier pijlers:

Ergens bij horen (Belonging): Ieder mens wil zich verbonden voelen met een ander. Door relaties en verbintenissen voelen mensen zich erkend, begrepen en waardevol. Dit kunnen relaties zijn in het gezin of familiekring, maar bijvoorbeeld ook in de werkkring, sportvereniging of boekenclub.

Bijdragen aan de wereld (Purpose): Een doel motiveert iets aan de wereld bij te dragen, hoe bescheiden die bijdrage ook is. Hierbij gaat het niet om een alledaags doel (bijvoorbeeld dagelijkse discipline) maar om een ‘duurzaam en hoger doel’ voor de samenleving. Het gaat om het leveren van positieve bijdrage aan de wereld of iets delen waar een ander baat bij heeft. Dat kan het streven naar een circulaire economie zijn, maar het kan ook minder ambitieus zoals het leggen van sociale contacten om ouderen uit hun isolement te halen.

Verhaal van je leven maken (Storytellers): Het gaat om het bundelen van ervaringen tot een betekenisvolle verhaallijn van het leven vanuit de diepgewortelde behoefte de wereld zin te geven. Dit is ingegeven vanuit een oerdrift om orde te scheppen in de chaos en informatie te voorzien van een betekenis.

Boven het alledaagse uitstijgen (Transcendence): Mensen kunnen door mystieke en spirituele ervaringen deel uitmaken van een groter en betekenisvol geheel. Dit zijn bijvoorbeeld religieuze ervaringen, maar kan ook optreden bij het opgaan in bijvoorbeeld muziek, natuur of sterrenhemel. De ervaringen versterken het gevoel van verbondenheid met anderen en de omringende wereld.

Ik las ‘De kracht van betekenis‘ tijdens een trans-Atlantische vlucht in één ruk uit. Esfahani heeft haar visie op een toegankelijke en overtuigende wijze onderbouwd. Het zijn de persoonlijke verhalen van mensen uit verschillende lagen van de samenleving die haar theorie tot leven brengen. Ze sprak onder andere met een astronaut, een dierenverzorgster en een ex-crimineel om de betekenis van het leven te illustreren.

Bij het lezen van het boek word je automatisch op het spoor gezet na te denken over wat jouw leven betekenisvol maakt. Welke pijlers je leven het meest verrijken, is voor iedereen anders. Met deze test kun je er achter komen welke pijlers voor jou dominant zijn. Voor mij staan ‘purpose‘ en ‘transcendence‘ centraal. Wat geeft jouw leven betekenis?

Nudge de overheid

Overheden bezitten de macht om het gedrag van burgers te beïnvloeden. Je kunt hierbij denken aan het heffen van belastingen, het verstrekken van subsidies of het opleggen van boetes. De overheid heeft ook het monopolie op instrumenten zoals wetgeving en strafrechttoepassing voor gedragsbeïnvloeding. Daarnaast kan de overheid ook via publieksgerichte voorlichting proberen het gedrag van burgers te veranderen.

Sturen met geld, regels en communicatie zijn de klassieke sturingsinstrumenten van de overheid. Die vormen van gedragssturing blijken steeds minder effectief. In een samenleving met veel verleidingen is het voor burgers moeilijk om de goede keuzes te maken. Overheden zoeken daarom steeds meer hun heil in psychologische gedragsinterventies om burgers te helpen de wenselijke keuzes te maken. De Engelse term ‘nudge’ wordt gebruikt om het subtiele duwtje in de goede richting zonder inperking van de keuzevrijheid aan te duiden. Het meest  bekende voorbeeld van een nudge is de geplakte vlieg in het urinoir om mannen te stimuleren in de pot te plassen en niet er naast. Nudging speelt in op het onbewuste, irrationele en automatische gedrag van mensen.

Nudging als sturingsinstrument van de overheid is overgewaaid uit de Verenigde Staten en Engeland. Het nam een vlucht na het verschijnen van het boek “Nudge: Improving Decisions about Health, Wealth and Happiness” van Richard Thaler (Nobelprijs winnaar 2017) en Cass Sunstein. De auteurs laten zien hoe wij mensen in onze directe omgeving, in de samenleving of op het werk een zetje in de goede richting kunnen geven. Dagelijks nemen wij talloze beslissingen, maar helaas blijken veel van onze keuzes achteraf verkeerd uit te pakken. Thaler en Sunstein stellen dat dat komt doordat wij ons – menselijk als we zijn – laten leiden door vooroordelen. Wij kunnen hen met zachte hand met een nudge naar betere keuzes leiden, zonder hen te beperken in hun keuzevrijheid. Voorbeelden in de samenleving zijn: scholen en bedrijfscafetaria met alleen gezonde voeding, betere pensioenplanning en meer rookvrije zones.

Onder premier Cameron stelde de Britse regering in 2010 een ‘Behavioural Insights Team’ in. Dit team past wetenschappelijke kennis op het gebied van gedragswetenschappen in de praktijk toe. In navolging op de Britten stelde Obama eveneens een ‘nudge unit’ in om de efficiëntie en effectiviteit van overheidsprogramma’s te verbeteren. Onze overheid heeft sinds 2014 ook een nudge team. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu zet kennis van psychologische gedragsinterventies in bij de ontwikkeling van campagnes zoals ‘de Bob’ en ‘van A naar Beter’. Gedragskennis wordt daarnaast ook ingezet bij beleidsontwikkeling om de effectiviteit van het beleid te vergroten.

Onbewust worden wij continu genudged door organisaties die ons proberen aan te zetten tot gewenst gedrag. Wij verzetten ons er niet tegen en zoeken het soms bewust op. Zo gaat mijn horloge trillen als ik een tijdje stilzit met een aansporing ‘beweeg!’ En als ik mijn stappendoel heb gehaald verschijnt er een vuurwerkanimatie op het scherm en ‘doel gehaald!’ Dat brengt mij op het idee om overheidsambtenaren een subtiel duwtje te geven voor meer transparantie. Burgers willen graag weten wat de overheid doet met hun belastinggeld. Ook willen we bijvoorbeeld graag meer inzicht in overheidscontracten, aanbestedingen en overheidsingrepen in onderzoeksrapporten alvorens deze verschijnen. De nudge kan worden geleend van de Efteling. Daar staat sinds jaar en dag een Holle Bolle Gijs die voortdurend “papier hier” roept en “dank u” zegt als je iets in zijn mond gooit.

Moderne tijden

De film Modern Times uit 1936 is een satire op de voortschrijdende industrialisatie in het begin van de twintigste eeuw. We zien arbeiders, bewaakt door camera’s en beeldschermen, monstrueuze machines bedienen. Een van hen is Charlie Chaplin, een zwerver. Hij werkt aan een lopende band en draait voortdurend bouten en moeren aan. Tussen alle slaafse wezens die de fabriek bevolken weet hij als enige zijn menselijkheid te bewaren.

De industrialisatie werkte dehumanisering in de hand. Arbeiders werkten onder miserabele omstandigheden aan de lopende band en verloren binding met het eindproduct.  De vervreemding van arbeiders na de industriële revolutie toont gelijkenis met onze huidige onderwerping aan de systemen. De moderne mens is verworden tot systeemslaaf, van wie het gedrag in toenemende mate kan worden gemanipuleerd. Door middel van data tracking en profiling wordt toegang verkregen tot persoonlijke informatie die als basis wordt gebruikt voor controle en beïnvloeding van mensen.

De Duitse filosoof Jürgen Habermas maakte een onderscheid tussen de ‘systeemwereld’ en ‘leefwereld’. De systeemwereld is alles wat mensen ontwikkeld hebben aan instellingen en structuren voor regulering op gebieden van o.a. economie, politiek, onderwijs, wetenschap, overheid, gezondheidszorg, verzorgingsstaat en rechtspraak. De leefwereld is het privé domein, waarin de mensen met elkaar omgaan buiten de systemen. In het verleden bestond een samenleving bijna helemaal uit ‘leefwereld’, maar in de moderne tijd is een steeds groter deel ‘systeemwereld’ geworden. De systeemwereld heeft vooruitgang gebracht en daar betalen we een prijs voor in de vorm van hebbelijkheden en onhebbelijkheden van vele systemen. (van der Lans 2010: 46)

De systeemwereld dijt uit en lijkt steeds verder af te drijven van de leefomgeving van mensen. De systeemwereld houdt te weinig rekening met individuele behoeften van mensen. Mensen herkennen zich niet in de abstracte systeemwereld. Mantelzorger Annette Stekelenburg vertolkt dit gevoel treffend op haar website: “Het meeste last heb ik van systemen, regels en protocollen. Niet de dagelijkse zorg maakt me moe, boos of verdrietig, maar de systemen, regels en protocollen en niet te vergeten de professionals die ons onze kracht afnemen door de regie uit handen te nemen. Mijn gezin is niet in een regeling te vangen, dat snapt iedereen. Wij zijn de uitzondering op de regel. Wij passen niet in het systeem.”

Mensen begrijpen de systeemwereld niet. De systeemwereld begrijpt zichzelf vaak ook niet. Het is een ongelijksoortige verzameling van systemen en subsystemen. Die zijn vaak een doel op zich en werken niet altijd even goed samen. Mensen worden daarvan de dupe. Zo werd uit de verhoren van de parlementaire enquête naar de Fyra duidelijk dat alle betrokken actoren – zoals de politiek, het ministerie, Nederlandse en Belgische Spoorwegen, Italiaanse treinenbouwer en inspectie – keurig hebben gehandeld binnen hun eigen werkterrein. Daarbij bediende ieder op zich het eigen belang. Dit belemmerde het dienen van het overkoepelende belang, namelijk het verbeteren van de vervoersmobiliteit. De titel van het eindrapport vat het probleem kort samen met ‘Reiziger in de kou’.

In onze moderne tijden verschuift het zwaartepunt in de richting van de systeemwereld. De systeemwereld en leefomgeving moeten meer in balans komen. Mensen en belangengroeperingen verzetten zich in toenemende mate tegen onbegrijpelijke regels, systemen en procedures waarbij het uiteindelijke doel soms helemaal uit het oog is verloren. Klagen helpt al lang niet meer. Een hedendaagse Charlie Chaplin is veel effectiever.

 

Digitale Overheid Waarmaken

De overheid moet een fundamentele andere omgang met digitalisering ontwikkelen. De Digitale Generieke Infrastructuur is een vitale infrastructuur van ons land, waarvan de financiering structureel moet worden geborgd. De aansturing van een doorlopende digitalisering moet op topniveau worden verankerd binnen de (rijks)overheid en politieke aansturing. Overheidsorganisaties moeten zelf de regie voeren bij digitalisering van hun primaire processen en daarvoor gezamenlijk hun kennisniveau verhogen. Dat stellen de topambtenaren van de Studiegroep Informatiesamenleving en Overheid in het rapport ‘Maak Waar!’.

Burgers en bedrijven zijn inmiddels vertrouwd met digitale dienstverlening van de overheid. Meer dan 600 organisaties bieden digitale diensten aan via DigiD. Het inlogmiddel heeft meer dan 13 miljoen gebruikers die, volgens beheerder Logius, in 2016 250 miljoen keer inlogden. Dat bereik is met name hoog door dienstverlening van uitvoeringsorganisaties, zoals de Belastingdienst. De vooringevulde belastingaangifte  verhoogt de kwaliteit van de aangifte en bespaart belastingbetalers veel tijd. De dienst wordt elk jaar beter en completer. Dit jaar kostte het mij amper een kwartier om de aangifte van mijzelf en van mijn vrouw te controleren en op te sturen.

Minder bekend is het digitaal loket van het Centraal Justitieel Incassobureau. Deze organisatie staat bekend vanwege de efficiënte afhandeling van verkeersboetes via acceptgiro’s. Door de overgang naar een Europees betaalsysteem komt de acceptgiro binnenkort te vervallen. De overschakeling naar online incasso via iDeal was de trigger voor de lancering van een digitaal loket voor onze boetes voor de lichte verkeersovertredingen. Het loket geeft een overzicht van onze openstaande en afgehandelde boetes. Je kunt de foto’s opvragen, online betalen en digitaal in beroep gaan. De website is in begrijpelijke taal opgesteld en werkt prima op een tablet of mobiel.

Tot op heden heeft de overheid met name de eigen processen en diensten geautomatiseerd. Een volgende grote stap kan worden gezet door overheidsklanten en beleidsdoelen centraal te stellen bij digitalisering. In de ‘dienstverlening’ van het CJIB zijn de verkeersboetes geen doel op zich, maar bedoeld als sanctie om de overtreder te prikkelen om niet meer in herhaling te vallen. Naleving van toegestane snelheid en verkeersregels draagt bij aan betere veiligheid, milieu en doorstroming. Die doelen kunnen ook worden bereikt door op locatie de maximum toelaatbare snelheid aan de auto door te geven. Automobilisten hoeven dan niet langer te speuren in het analoge oerwoud van bordjes met steeds wisselende snelheden en tijdsaanduidingen langs de snelweg. Als de toegelaten snelheid wordt gekoppeld aan een snelheidsbegrenzer worden boetes, uitvoeringsorganisatie en digitaal loket in één klap overbodig. Het incasseren van geld kunnen we dan voortaan volledig aan de Belastingdienst overlaten.

Door digitalisering en samenwerking tussen overheid, private partijen en mensen in de samenleving kunnen we zaken anders organiseren en nieuwe waardediensten in het leven roepen. Daardoor kan economische groei worden versneld en onze samenleving gezonder, slimmer, socialer, veiliger en duurzamer worden gemaakt. De mogelijkheden zijn legio, bijvoorbeeld voor bevordering van gezondheidszorg, mobiliteit en participatie. De overheid kan het goede voorbeeld geven door te streven naar volledige transparantie, vrijgeven van betrouwbare open data, organiseren van internetconsultaties bij beleidsvorming en stemmen via internet te faciliteren. Een digitale overheid moet ruimte bieden aan nieuwe ontwikkelingen. De informatiesamenleving laat zich niet top down aansturen. Nieuwe leiders binnen politiek en overheid moeten een digitale overheid door innovatie en samenwerking waarmaken.

Prestatie-indicator wordt doel

Jaren geleden vroeg een opdrachtgever mij of de voortgang van een automatiseringsproject geduid kon worden door één enkel rapportcijfer. Ik antwoordde destijds bevestigend, met dien verstande dat het cijfer dan altijd een zeven zou zijn. Het gaat immers nooit écht slecht, maar helaas ook nooit écht goed.

In de vorige eeuw duurden automatiseringsprojecten vaak eindeloos lang. Via de watervalmethode werd eerst een definitiestudie opgesteld, daarna volgden diverse ontwerpen en vervolgens werd de code ontwikkeld. Opdrachtgevers gingen er van uit dat automatiseerders hun werk goed deden en moesten hun vertrouwen ontlenen aan lijvige voortgangsrapportages. Jaren na de projectstart kwamen zij er bij eerste oplevering van de software meestal pas achter dat het systeem niet of onvoldoende voldeed aan de verwachtingen. De roep om een indicator, die je laat zien of de doelen wel of niet worden gehaald, is dus begrijpelijk.

Bedrijven moeten vandaag de dag ook in een oogopslag kunnen zien hoe goed zij het doen. Zij willen daarom altijd een actueel inzicht hebben in de tevredenheid van hun klanten. De Net Promotor Score (NPS) biedt dat inzicht gebaseerd op één enkele vraag over de mate waarin de klant het bedrijf, product of dienst aan anderen zou aanbevelen op een schaal van 0 (zeer onwaarschijnlijk) tot 10 (zeer waarschijnlijk). De NPS wordt berekend als het verschil tussen het percentage respondenten die een score 9 of 10 geven (de promotors) en het percentage respondenten die een score van 0 tot 6 geven (de criticasters). Een positieve NPS (> 0) wordt als goed beschouwd.

In het dagelijkse leven onderwerpen we ons ook aan indicatoren. Gezondheids- en fitnessapps meten continu of wij onze doelen halen. Mijn Garmin Connect app geeft na iedere training op een schaal van 0 (geen vooruitgang) tot 5 (te intensief) aan in welke mate ik het aeroob trainingseffect heb behaald. Aan de hand van de hartslag tijdens de training wordt bepaald of het fitnessniveau wordt behouden of verbeterd. Regelmatige training met gemiddelde inspanning of trainingen met langere intervallen hebben een positieve impact op het aeroob metabolisme en produceren daardoor een aeroob trainingseffect. Mijn score na een roeitraining is meestal 3 of 4 en 5 na een spinningtraining.

Welke waarde moeten wij hechten aan de scores? Als klanten zeggen dat zij een bedrijf of product zullen aanbevelen in hoeverre doen zij dat dan ook daadwerkelijk? De NPS zegt immers niets over het werkelijke gedrag van klanten. Hetzelfde geldt voor onze persoonlijke scores. Hoge trainingseffectiviteit is geen garantie voor toename voor conditie of verbetering van sportprestaties. De scores verengen veelal het zicht op de werkelijkheid. Voor goed inzicht is informatie over de context noodzakelijk. Voor goede besluiten is vertrouwen op intuïtie onontbeerlijk. Als wij ons laten leiden door ‘meten is weten’ zullen wij nooit meer weten dan wij meten.

Organisaties meten veelvuldig prestaties, zoals bijvoorbeeld de output van de medewerkers, tevredenheid van klanten, resultaten van studenten of sterfgevallen in ziekenhuizen. Het gewicht dat aan de metingen wordt toegekend gaat vaak veel verder dan middel tot signalering. Organisaties worden er op afgerekend. Medewerkers zijn ervoor afhankelijk voor toekenning van hun bonus. Dat leidt tot ongewenste effecten, zowel bij meting als gedrag. Bijvoorbeeld: medewerkers concentreren zich op maximalisering van prestatie-indicatoren, klanttevredenheid wordt selectief gemeten, universiteiten verscherpen toelatingseisen en ziekenhuizen sturen patiënten in laatste levensfase naar een hospice. Metingen van sportprestaties – vaak gedeeld via sociale netwerken – worden een obsessie. Prestatie-indicatoren beïnvloeden in toenemende mate het gedrag van mensen en zijn vaak een doel op zich.