Metamorfose

In de herfst kun je vanaf het water genieten van prachtige zonsondergangen. Zodra de zon ondergaat gebeurt er iets magisch met de lucht. Het licht wordt zachter en er komen prachtige pastelkleuren tevoorschijn. De hemel krijgt een warme, gelige tot roodachtige gloed, die prachtig weerkaatst in het water. Het gouden uur waarin het spectrum van kleuren verandert is het mooiste moment voor onze roeitraining in de ongestuurde twee op de Vliet tussen Leiden en Leidschendam.

Roeiers bewegen hun boot in achterwaartse richting. Het zicht is tegengesteld aan de vaarrichting. Je ziet het water snel langs de boot stromen, de kolken passeren bij iedere haal en het landschap trekt voorbij. De lucht verandert geleidelijk met een prachtig spel van zon en wolken. Het is een fascinerend continu veranderend uitzicht op lucht en landschap, die weerspiegelen in het water en op de boot. Vanuit mijn perspectief als roeier maakte ik onderstaande video’s van onze trainingen in de week waarin de tweede corona-lockdown inging.

De meeste trainingen varen we richting Leidschendam. We kunnen dat traject wel dromen met herkenningspunten op de wal, voorzien van de namen Baileybrug, Hoge Bruggetje, Knipmolen (zie foto), Verse Eieren en Huis van Jan. Het samenspel van lucht, water en land verveelt nooit. Dit keer hangen er donkere wolken boven de Vliet. Het landschap oogt als een zwart-wit film. Alleen het rode Y-teken op een oplichtende achtersteven toont kleur. Ter hoogte van het Huis van Jan klaart het op en komt er kleur in het landschap.

Bij aankomst in Leidschendam passeren we houtzaagmolen de Salamander. De molen werd in 1777 gebouwd en is nog altijd vol in bedrijf. We ronden ter hoogte van de Petrus en Paulus kerk. De ondergaande zon omlijst het oude centrum van Leidschendam aan de schutsluis, die het verschil in waterpeil tussen Rijnland en Delfland overbrugt. Op de terugweg naar de roeivereniging gaat de zon langzaam onder. Na de Knip treedt de schemer in.

Twee dagen later varen we richting Leiden. Dit traject van de Vliet is vanwege bebouwing beschut tegen wind, maar je moet altijd op je hoede zijn voor tegenliggers bij de bruggen en voor beroepsvaart. De bruggen vormen referentiepunten, met achtereenvolgens de Blauwe Brug, Lammebrug, Spoorbrug, Julius Ceasarbrug en Wilheminabrug. Na het passeren van de Ceasarbrug zien we de brug opengaan. Dat is een teken dat een vrachtschip ons tegemoet vaart. We ronden bij de Leidse Watertoren. Dit imposante rijksmonument met een skelet van gewapend beton werd in 1908 gebouwd om de Leidse bevolking van water te voorzien. Tegenwoordig wordt de toren gebruikt als woning.

Op de terugweg zien we de Ceasarbrug opnieuw opengaan, maar we wachten vergeefs op een tegemoetkomend schip. De brug lijkt speciaal voor ons te zijn geopend, want de brug sluit weer als we passeren. Bij de Lammebrug wacht de binnenvaarder die ons op de heenweg kruiste op een tegemoet varend ongeladen vrachtschip. Op het smalle water kunnen we de binnenvaarder daarna niet meer inhalen, maar gelukkig slaat die het vaarwater van de Korte Vliet in en kunnen we aanzetten. Voorbij restaurant Allemansgeest treedt plots de duisternis in. De hemel kleurt fel blauw. Straatverlichting weerkaatst op het water en de boot.

Een paar uur na die training gingen de maatregelen van de lockdown in. Ploegroeien is voorlopig niet toegestaan. Roeitrainingen in de boot moeten we inruilen voor workouts op de roeimachine in de kelder. Gelukkig hebben we dan nog de video’s die we tijdens het thuisroeien kunnen afspelen om ons de illusie te geven dat we op de Vliet roeien.

Corona-innovaties

De SARS-epidemie van 2003 was een grote katalysator van innovatie in Zuidoost-Azië. Zo werd de luchthaven in Singapore uitgerust met infrarood camera’s die metadata genereren van binnenkomende reizigers om een virusuitbraak of epidemie te voorspellen en passende maatregelen te nemen. Door de SARS-epidemie nam ook het online winkelen een grote vlucht. Vanwege het grote aantal besmettingen moesten de winkels noodgedwongen verhuizen naar het internet. Dat betekende ook de doorbraak van internetbedrijf Alibaba.

Is het huidige pandemie nu ook weer een stimulans om te innoveren? Het data- en marktonderzoeksbureau Savanta stelde die vraag, in opdracht van Pegasystems, aan meer dan 3.000 beslissers van private en publieke organisaties wereldwijd. Uit het onderzoek blijkt dat een overgrote meerderheid (84%) het voorbereid zijn op een ingrijpende gebeurtenis, zoals de huidige pandemie, nu als topprioriteit heeft bestempeld. Dat is niet verwonderlijk aangezien één op de drie respondenten aangaf onvoorbereid te zijn geweest op de impact van Covid-19. Driekwart van de ondervraagden geeft aan dat de pandemie heeft geleid tot een toename van investering in intelligente automatisering. In algemene zin blijkt uit het onderzoek dat technologie grote invloed zal hebben op de manier waarop we in de toekomst werken.

Naar mate het verdienmodel gevaar loopt, komt er in korte tijd ruimte voor creativiteit en innovatie. Oude ingesleten patronen kunnen onder druk worden losgelaten. Innovaties komen dan in korte tijd tot stand. Zo werd een Chinese fabrikant van elektrische voertuigen in korte tijd omgetoverd tot de grootste producent van mondkapjes ter wereld. Een Amerikaans toprestaurant besloot in het licht van de pandemie te sluiten en in de plaats daarvan een aantal pop-up vestigingen te openen met bezorgservice en drive-through concept. Op basis van beschikbare kennis en ervaring werd in korte tijd een succesvol businessmodel herontworpen. Het is de kunst het oude volledig los te laten en volledig te richten op nieuwe kansen en technologische mogelijkheden.

Financiële instellingen, bedrijven en overheden doen er in deze tijd verstandig aan de mogelijkheden van de toenemende digitalisering te benutten om hun organisatie wendbaarder te maken. Dit vereist een continu transformatieproces met als doel een wendbare organisatie waarin de klant gedurende de gehele klantreis centraal staat. Zo heeft Transavia de periode van de lock-down, waarin niet gevlogen mocht worden, benut om de gehele vluchtvoorbereiding bij te sturen. Dit zorgt voor een aanzienlijke vermindering van de verwerkingstijd en verbeterde klanttevredenheid.

De overheid moet nog een forse inhaalslag maken met digitale transformatie. In tijden van crisis gaan alle betrokkenen nu binnen diverse overheidsorganisaties voornamelijk harder werken binnen de bestaande kaders. Dat leidt niet tot het gewenste resultaat want het is – volgens het citaat van Einstein – waanzin om steeds opnieuw hetzelfde doen, en dan toch verschillende uitkomsten verwachten. Daarom vlot het maar niet met de afhandeling door de Belastingdienst van de kinderopvangtoeslagaffaire. Dit blijkt keer op keer ingewikkelder en tijdrovender dan gedacht. Vergelijkbare problemen zien we nu bij de uitvoering van het bron- en contactonderzoek door de GGD’en. Een verkokerde overheid en versnipperde informatievoorziening belemmeren opschaling van de onderzoeken. Met de ontwikkeling van de CoronaMelder app heeft het ministerie van VWS vol ingezet op innovatie. De overheid kan wendbaarder worden en adequater reageren op onverwachte gebeurtenissen als die ambitie ook wordt losgelaten op eigen organisatie en systemen.

Coronamarathon

Toen medio maart een intelligente lockdown werd afgekondigd, dachten we nog aan een korte sprint om het virus te bestrijden. Inmiddels weten we dat het een kwestie van lange adem is om het virus onder controle te krijgen. Kortetermijnmaatregelen werken niet meer. We zullen moeten leren leven met een virus dat voorlopig onder ons blijft. Dat vraagt om structurele oplossingen om virusuitbraken te voorkomen en een coronacrisis te helpen bestrijden.

Cultuur, sport en vakantie werden node gemist tijdens de lockdown. Nu dat met beperkingen weer is toegestaan, moeten we ons allemaal aan de basisregels houden. Dat is een verantwoordelijkheid van ons allemaal: werkgevers, horeca, musea, sportverenigingen en iedereen individueel. Digitale middelen kunnen helpen ons gedrag in de juiste richting te sturen en besmettingsbronnen op te sporen. Binnenkort kunnen we allemaal gebruik maken van de CoronaMelder app om mensen te waarschuwen voor mogelijke besmetting. Veel organisaties hebben inmiddels succesvol digitale middelen ingezet om op slimme wijze reservering, risicoanalyse en in- en uitchecken te ondersteunen.

Een mooi voorbeeld daarvan is het Rijksmuseum. Kunstbeleving en veiligheid gaan hand in hand dankzij digitale middelen. Dat heb ik ervaren tijdens ons bezoek aan de tentoonstelling over het ontstaan van de barok in Rome met de schilder Caravaggio in de hoofdrol. Na aankondiging van versoepeling van de coronamaatregelen bestelde ik mijn tickets met een gekozen tijdslot via de website. Bij de ingang konden we direct doorlopen en inchecken met de barcode op het ticket. Wij hadden voldoende tijd om de kunst van dichtbij te bewonderen met een mobiele museumapp als onze gids. Na afloop gingen wij nog wat drinken in het museumcafé. Ik scande de barcode op onze tafel en bestelde met mijn mobiele telefoon en betaalde via iDeal. Even later werd onze bestelling op een blad op veilige afstand bezorgd.

Dat reservering van een attractie niet altijd garant staat voor een veilig bezoek hebben wij ervaren tijdens onze vakantie in Zuid-Frankrijk. Ik bestelde via de website toegangskaarten met tijdslot voor bezoek aan Les Beaux-de-Provence. Onze reis naar het stadje eindigde al ver voor de bestemming in een enorme verkeerschaos. Wij besloten onze auto langs de kant van de weg te parkeren en te voet verder te gaan. Wij waren niet de enige die dat plan had opgevat. Naar mate wij dichter bij het stadje kwamen groeide de mensenmassa. Bij de ingang werd niet gecontroleerd. Het stadje was compleet overlopen met toeristen. Wij hebben voor de ingang al rechtsomkeer gemaakt. Les Beaux-de-Provence ligt in het hart van het departement Bouches-du-Rhône. Dat departement kleurde als één van de eerste regio’s in Frankrijk oranje.

De Fransen mogen dan wel mondkapjes dragen, op het gebied van naleving en handhaving van afstandsregels doen wij het een stuk beter. Met de nieuwe CoronaMelder app wordt nu een nieuwe stap gezet in de bestrijding van het coronavirus. Daarmee zijn we er nog niet. Veel werk moet nog worden verzet met stroomlijning van de informatievoorziening binnen de zorgketen. De verkokerde organisatie van de zorg vormt daarvoor een belemmering. Specialist ouderengeneeskunde Nienke Nieuwenhuizen zei daarover in Op1: “We hebben een gek soort verkokering in Nederland, een verzuiling. Dat moet echt niet. Je moet niet meer denken in ieder een eigen pootje: huisartsen, care, cure. Je hebt één mens en één virus.”

Om in control te blijven, hebben we inzicht nodig in hoe het virus zich ontwikkelt. Onderstaande video schetst een ideaalbeeld van een zorgketen in het coronatijdperk.

Als we de informatie, die nu in stukjes over alle betrokken partijen verspreid is, eenvoudiger zouden kunnen uitwisselen, kan iedereen een bijdrage leveren.

Terug naar normaal

Mijn leven als roeier in de veteranenklasse is eigenlijk heel eenvoudig. Het roeiseizoen kent jaarlijks twee hoogtepunten waar wij met ons team naar toe werken: de lange afstandswedstrijden op de Amstel in maart en de World Rowing Masters Regatta in september. In de winter trainen we voor de wedstrijden op de Amstel en in de zomer bereiden we ons voor op de Masters. Onze coach stoomt ons klaar voor de wedstrijden en laat niets aan het toeval over. Toch loopt het ieder jaar toch weer anders dan gepland.

Vorig jaar vielen de lange afstandswedstrijden volledig in het water. De eerste afstanden van de Heineken vierkamp werden nog wel gestart, maar in de barre weersomstandigheden viel nauwelijks nog te roeien. Door het lange wachten bij de start was iedereen voor de wedstrijd onderkoeld. De resterende wedstrijden werden afgelast vanwege harde wind. Dit jaar hoopten we op betere weersomstandigheden. Tijdens de trainingen hadden we al veel wind getrotseerd en de resultaten van de testwedstrijden in de winter waren bemoedigend.

Donderdag 12 maart draaiden we onze laatste training in de acht. De ploeg was er klaar voor en de boot werd afgeriggerd voor transport. Na de training hielden we nog een nabespreking. Voelt iedereen zich veilig om de wedstrijd te starten? Kunnen we de kleedkamer niet beter mijden in verband met besmettingsgevaar? Daags daarop werden alle evenementen verboden. De wedstrijden werden afgelast. Roeien mocht toen nog wel, maar twee dagen later ging de roeivereniging op slot.

Samen in de boot trainen kon niet meer. Daarom draaiden we ons trainingsschema thuis af op de roeiergometer. Een deel van het team deed dat gezamenlijk via Skypecontact. Het sociale aspect van koffie drinken na afloop van iedere training werd vervangen door koffiepraat via Skype en Zoom. Nu we per 1 juli weer mogen roeien, kijk ik nu al uit naar de hoogtepunten in 2021.

Virtuele troost

Tot voor kort reisden we nog dagelijks voor ons werk naar kantoor. Voor het bijwonen van een conferentie vlogen we de wereld rond. Om te sporten gingen we naar een sportvereniging of sportschool. Voor bezichtiging van kunst begaven we ons naar een museum. En na een lange werkdag keerden we weer terug naar huis voor het avondeten. Maar door corona werd alles van de ene op de andere dag anders.

Door de lockdown kwamen kantoren leeg te staan. Sportverenigingen, sportscholen en musea gingen op slot. Evenementen wereldwijd werden gecanceld. Onze leefwereld concentreerde zich voortaan tot onze huiskamer voor al onze dagelijkse activiteiten. De stressvolle autoritten van afspraak naar afspraak werden vervangen door een simpele muisklik van Teams naar Zoom of WebEx. Voor de noodzakelijke lichaamsbeweging moesten we ons behelpen op de hometrainer en af een toe een wandeling in de buitenlucht.

Terwijl onze fysieke bewegingsvrijheid werd beperkt, bloeide in korte tijd een nieuwe virtuele wereld op. Musea brachten virtuele tours die vanaf de bank te bewonderen zijn. Sportscholen openden kanalen met online yoga- en fitnesslessen. Musici en koorleden zochten elkaar op om samen op afstand muziek te maken en te zingen. De virtuele sportwereld kende een ongekende vlucht, van fietsen, tennis, golf tot darten: iedere sport heeft wel een virtuele variant. Virtueel bezoek aan huisarts en ziekenhuis bleek opeens een prima alternatief. En veel events werden succesvol omgetoverd tot een virtueel event.

Op tweede Pinksterdag fietste ik vanuit huis samen met 160 deelnemers de eerste virtuele fietselfstedentocht via het programma Zwift. Via Zoom verbindingen, livestream en een speciale app hielden we onderling contact. We zagen elkaar zowel fysiek als virtueel fietsend in het landschap Watopia van Zwift. Het was daarom vooral ook een sociaal evenement, omdat je als groep samen fietst en ervaringen deelt. Omroep Fryslân deed uitgebreid verslag van de tocht, die werd gesimuleerd door fietsen van stad naar stad en stempelen bij de stempelposten onderweg. Zie hier voor een impressie van de fietstocht.

Als ik nu thuis wil fietsen in de Provence, dan selecteer ik een tocht in het programma op mijn computer. Levensechte beelden trekken voorbij. De stijgingspercentages worden automatisch aangepast. Als ik met anderen wil fietsen, dan selecteer ik een sociale groepsrit of wedstrijd en fiets ik met duizenden anderen in een virtueel landschap. Zelf kan ik ook een tocht organiseren en mensen uitnodigen om samen te fietsen. Ik fiets samen met mensen van mijn niveau, maar kan ook kiezen voor een tocht die wordt begeleid door een professionele wielrenner. Het fietsen in een virtuele omgeving en met fietsers uit alle werelddelen motiveert. Het is een leuke ervaring en verslavend.

In het verleden trainde ik op een regenachtige dag wel eens op de fietsrollerbank. Dat hield ik nog geen half uur vol. Het is even saai als het trainen op een roeiergometer. Nu we niet mogen roeien werk ik slaafs ons trainingsschema af op mijn oude Concept2. Wat zou het mooi zijn om daarbij het beeld te zien van het langsstromende water van de Amstel, de Theems of de River Charles. De ergometer zou natuurlijk ook het roeien in een meermansboot moeten kunnen simuleren en corrigeren voor gewicht. Wat zou het leuk zijn mee te kunnen doen aan virtuele roeiwedstrijden over de hele wereld of zelf zo’n wedstrijd te kunnen organiseren. Dat zou de pijn van het gemis van het echte roeien deze coronazomer aanzienlijk kunnen verlichten.

Virtueel actief

Tot voor kort reisden we nog dagelijks voor ons werk naar kantoor. Voor het bijwonen van een conferentie vlogen we de wereld rond. Om te sporten gingen we naar een sportvereniging of sportschool. Voor bezichtiging van kunst begaven we ons naar een museum. En na een lange werkdag keerden we weer terug naar huis voor het avondeten. Maar door corona werd alles van de ene op de andere dag anders.

Door de lockdown kwamen kantoren leeg te staan. Sportverenigingen, sportscholen en musea gingen op slot. Evenementen wereldwijd werden gecanceld. Onze leefwereld concentreerde zich voortaan tot onze huiskamer voor al onze dagelijkse activiteiten. De stressvolle autoritten van afspraak naar afspraak werden vervangen door een simpele muisklik van Teams naar Zoom of WebEx. Voor de noodzakelijke lichaamsbeweging moesten we ons behelpen op de hometrainer en af een toe een wandeling in de buitenlucht.

Terwijl onze fysieke bewegingsvrijheid werd beperkt, bloeide in korte tijd een nieuwe virtuele wereld op. Musea brachten virtuele tours die vanaf de bank te bewonderen zijn. Sportscholen openden kanalen met online yoga- en fitnesslessen. Musici en koorleden zochten elkaar op om samen op afstand muziek te maken en te zingen. De virtuele sportwereld kende een ongekende vlucht, van fietsen, tennis, golf tot darten: iedere sport heeft wel een virtuele variant. Virtueel bezoek aan huisarts en ziekenhuis bleek opeens een prima alternatief. En veel events werden succesvol omgetoverd tot een virtueel event.

Na Pinksteren nam ik deel aan twee alternatieve virtuele events die normaal gesproken niet te combineren waren geweest. Op tweede Pinksterdag fietste ik vanuit huis samen met 160 deelnemers de eerste virtuele fietselfstedentocht via het programma Zwift. Via Zoom verbindingen, livestream en een speciale app hielden we onderling contact. We zagen elkaar zowel fysiek als virtueel fietsend in het landschap Watopia van Zwift. Het was daarom vooral ook een sociaal evenement, omdat je als groep samen fietst en ervaringen deelt. Omroep Fryslân deed uitgebreid verslag van de tocht, die werd gesimuleerd door fietsen van stad naar stad en stempelen bij de stempelposten onderweg. Zie hier voor een impressie van de fietstocht.

Daags na de fietstocht woonde ik via mijn thuiswerkplek Pega’s jaarlijkse klantevent PegaWorld bij. In voorgaande jaren bezochten zo’n 5.000 klanten en partners het meerdaagse event in Las Vegas. Het 2,5 uur durende virtuele event trok meer van 23.000 deelnemers. Pega’s CEO Alan Trefler opende de conferentie vanuit zijn woonkamer met een statement over recente gebeurtenissen in de VS. Vervolgens lanceerde Pega een nieuwe cloudgebaseerde softwarearchitectuur die technologische oplossingen stroomlijnt. Het evenement werd afgesloten met het optreden van Trefler’s favoriete band Dropkick Murpheys.

Na de zomervakantie op 9/11 is het iBestuur congres gepland op sportcentrum Papendal. Het wordt een congres in hybride vorm, dat volledig voldoet aan de anderhalfmeterregel. Een paar honderd deelnemers zijn op locatie. Het dubbele aantal deelnemers volgt het congres online. Er komen sprekers op locatie en sprekers die worden ingestraald. De fysieke wereld en virtuele wereld komen in het congres samen. Dat is dan meteen ook een mooie living lab met reflectie en toekomstverkenning. Hoe kunnen we duurzaam profiteren van het beste uit twee werelden?

Zeilen op de wind van gisteren

Dagelijks rond 2 uur ’s middags stuurt de NOS een pushbericht. ‘RIVM: 33 doden door coronavirus, 14 nieuwe ziekenhuisopnames’ was het bericht 20 mei. Later bleek dat onder de doden, die het instituut kon melden, drie mensen ruim een maand daarvoor al overleden. En vier ‘nieuwe’ patiënten waren al begin april in een ziekenhuis opgenomen. Moeten we, nu de maatregelen worden versoepeld, varen op informatie die niet geheel up-to-date is?

Op dit moment is er nog geen betrouwbare registratie van het aantal coronapatiënten en het aantal mensen dat in Nederland aan corona overlijdt. Alleen mensen met een positieve test op Covid-19 worden geteld. De werkelijke aantallen zijn dus hoger, omdat vanwege de schaarse testcapaciteit niet iedereen met corona gerelateerde klachten is getest. Verder is Nederland het enige land ter wereld dat geen inzicht geeft in het aantal genezen coronapatiënten.

Het inzicht in coronabesmettingen zal verbeteren als vanaf juni grootschalig wordt getest. Iedereen met klachten kan zich dan via een landelijk nummer melden voor een test en een afspraak plannen zonder tussenkomst van een arts. Tegelijkertijd wordt een registratiesysteem voor het testen op COVID-19 in gebruik genomen door huisartsen, bedrijfsartsen en GGD’en. Het systeem ondersteunt de planning en uitvoering van de testen en verschaft landelijke en regionale overzichten van het aantal afgenomen testen en resultaten, inclusief trends.

Tegelijkertijd wordt ook een dashboard in gebruik genomen om zicht te houden hoe de virusuitbraak zich in ons land per regio ontwikkelt. Het dashboard moet onder meer betrouwbaar inzicht bieden van de belangrijkste indicatoren waarop wordt gestuurd, zoals IC-opnames, ziekenhuisopnames, testuitslagen, reproductiegetal en aantal besmette personen. Vanaf het begin van de uitbraak in China houdt de John Hopkins University een dashboard van de ontwikkeling van de virusuitbraak bij. Zo hebben we de verspreiding via China naar Italië, Europa, Verenigde Staten en Zuid Amerika van dag tot dag kunnen volgen. Duitsland heeft ook een fraai dashboard met zicht op het aantal besmettingen per regio op kaart, in tabellen en grafieken.

Een dashboard is niet meer dan een visuele weergave van de belangrijkste informatie die nodig is om doelstellingen te behalen, samengevoegd op een enkel scherm, om in één oogopslag het overzicht én het inzicht te hebben. De bruikbaarheid van een dashboard staat en valt bij de kwaliteit van de data. Die moeten betrouwbaar en actueel zijn. Met een versplinterd systeemlandschap en gebrekkige informatie-uitwisseling in de zorgketen is dat een uitdaging. Daarbij komt nog de vertraging van het beschikbaar komen van de informatie. Testuitslagen zijn nu gemiddeld pas 12 dagen na infectie beschikbaar. Door opschaling van het testbeleid moet die tijd worden verkort. Verdere verspreiding kan dan middels traceren en zelfisolatie eerder worden afgeremd.

Het ligt voor de hand de informatievoorziening zo dicht mogelijk bij de bron – waar besmettingen kunnen ontstaan – te organiseren: bij burgers en in locaties zoals woningen, verenigingen, bedrijven, horeca etc. Helaas komt dat niet van de grond. De veelbesproken coronatracker-app is op de lange baan geschoven en er bestaan maar liefst drie verschillende apps waarmee je ziekteverschijnselen kunt rapporteren: COVID Radar van LUMC, Corona Check van OLVG en Infectieradar van het RIVM. Zonder waarborg van identificatie en beveiliging kun je wekelijks niet-gevalideerde medische gegevens versturen. Vervolgens heb je geen flauw benul wat daarmee gebeurt.

Een goede publieke app moet aansluiten op de leefwereld van mensen. Nu er weer meer bewegingsvrijheid komt is het van belang meer contactinformatie te verzamelen. Dat kan eenvoudig door met een qr-code op locatie in te checken op kantoor, sportclub,  kapper of restaurant. Daardoor bouw je zelf aan een digitaal dagboek, dat je in geval van positieve coronatest ter ondersteuning van het contactonderzoek kunt delen met de GGD. In Nieuw Zeeland is recent een dergelijke contactonderzoek-app gelanceerd. Omgekeerd zouden veiligheidsregio’s actuele informatie aan de app ter beschikking kunnen stellen over locaties die gemeden moeten worden vanwege drukte en besmettingsgevaar. Zo krijgt iedere Nederlander zijn eigen persoonlijke dashboard voor het maken van gezonde keuzes in coronatijd.

Digitaal is het nieuwe normaal

Van de ene op de andere dag gingen we vanuit huis werken. Sindsdien zitten we onafgebroken achter een beeldscherm te vergaderen in videoconferenties. Schaamteloos kijken we in huiskamers van collega’s, partners en klanten. Dat levert op zich nog wel leuke gespreksstof over de situatie thuis, maar hedendaagse videoconferenties zijn bovenal een lesje in efficiëntie. Verdwenen zijn de lange autoritten in de file, gesprekken bij het koffieautomaat en vrijdagmiddagborrels. Nu pas zie ik daarvan de waarde, want het waren momenten op de dag van ontspanning en reflectie.

Na een lange dag vol Zoom-vergaderingen verlang ik terug naar de beleving van de wegtrekkende ochtendnevel boven de Vliet. Het beeld van de opgaande zon, de molens langs de waterkant. Het geluid van eendjes en vogels. Het monotone geluid van het draaien van de riem in de dol. Het genot van borrelende belletjes onder de roeiboot. De coach met zijn roeptoeter en de commando’s van de stuurvrouw. Het lijkt allemaal zo lang geleden. Het eelt op mijn handen is allang verdwenen. Als sportverslaafde was ik gewend aan vier boottrainingen en drie spinningstrainingen per week. Na sluiting van de roeivereniging en de sportschool moest ik op zoek naar een thuisalternatief.

Met het mooie weer in de eerste weken van de lockdown lag het voor de hand om lekker buiten te gaan fietsen. In de eerste week maakte ik nog een paar fietstochten. Het viel mij op dat ik niet de enige was die voor dat alternatief had gekozen. De fietspaden in de duinen waren overvol met naast elkaar fietsende mensen. Bij iedere inhaalactie zat er dan niets anders op dan de anderhalfmeterregel te overtreden. Daarna ging op zoek naar een smarttrainer om thuis te fietsen. Na lang zoeken vond ik een winkel die nog een Tacx fietstrainer in voorraad had. Ik plaatste de fietstrainer achter mijn bureau. Mijn werkkamer is nu een multifunctionele ruimte: werk- en fitnessruimte inéén.

Bij de installatie van een fietstrainer in huis komt nog heel wat kijken. Zo moet de computer geschikt worden gemaakt voor ontvangen van sensoren van fietstrainer en hartslagmeter via Bluetooth. Een trainingsmat is noodzakelijk om geluidsoverlast te voorkomen en de vloer te beschermen. Door ontbreken van rijwind is een goede vloerventilator essentieel. Ik kocht een ventilator die automatisch harder gaat blazen naar mate ik sneller fiets. Daarnaast moest ik de nodige voorzieningen treffen om het overtollige zweet op te vangen met zweetmat en handdoeken. Na afloop van de training moet ik mijn doorweekte fietsschoenen drogen in schoenwarmers.

Als mijn werkdag er op zit klap ik mijn laptop dicht, selecteer een fietsprogramma, draai het beeldscherm en stap op mijn fiets. Via het programma van Tacx kun je mooie routes in Europa fietsen en genieten van het landschap dat op video langstrekt. De stijgingspercentages worden automatisch aangepast. Je kunt wielerklassiekers fietsen en beklimmingen. Zo fietste ik op Goede Vrijdag de laatste 90 kilometer van Milaan-San Remo onder het genot van de Matthäus-Passion. Enkele cols op mijn bucket list, waaronder Tim Krabbé’s Mont Aigoual via Le Vigan, Col de la Loze in de Franse Alpen en El Teide in Tenerife, heb ik inmiddels beklommen. Op dit moment doe ik mee aan de Provence Challenge: zeven etappes in zes dagen, waaronder twee beklimmingen van de Mont Ventoux.

Het populairste fietstrainer programma onder wielrenners is Zwift. Je fietst in een virtueel landschap met duizenden anderen. Je kunt zelfs van elkaar profiteren door in de slipstream van een andere renner te fietsen. Als iemand je voorbijrijdt, word je daartoe zelfs aangemoedigd: “close the gap”. Nu de wielerwereld door het coronavirus op zijn gat ligt, grijpen de wielerprofs massaal naar de fietstrainer om binnen te trainen. Je kunt dus zomaar Robert Gesink of Geraint Thomas tegenkomen op Zwift. Vorige week werd de virtuele Amstel Goldrace toertocht georganiseerd op het wielerplatform Bkool. Op de startlijst stonden bekende namen, zoals Tom Dumoulin, Marianne Vos, Johan IJff en Jan Willem Boissevain. Tijdens de beklimming van de Eyserbosweg zag ik iemand met de naam Tom langs flitsen. Zou hij het echt zijn? Ik probeerde nog bij hem in het wiel te springen, maar hij verdween razendsnel uit beeld. Een dag later zag ik een foto van Tom Dumoulin in de krant na voltooiing van zijn toertocht. Hij zit rechtop op zijn fiets, zijn voeten in de beugels van het stuur. Het  beeld van een balende renner die verlangt naar de koers. Ik dacht direct: die foto wil ik ook, als aandenken aan coronatijd waarin onze leefwereld transformeerde in virtueel en digitaal.

Coronaprivacy

Als we massaal bereid zijn om onze locatiegegevens te delen met Google waarom zijn wij dan zo terughoudend datzelfde te doen met onze overheid? Zeker nu deze data in de huidige crisis cruciaal zijn bij het indammen van het coronavirus en het weer op gang krijgen van de economie. Nauwelijks was minister in zijn persconferentie over de Corona-apps uitgesproken of er kwam een stroom van reacties los. Het ging allang niet meer over het effectief traceren van besmettingen, maar over mogelijke aantasting van onze privacy.

Een gelegenheidscoalitie “Veilig tegen Corona” onder leiding van Bits of Freedom en de Waag roept middels een manifest op te voldoen aan eisen privacy en informatieveiligheid. Kamerleden stellen in vervolg daarop kritische vragen aan de minister van VWS. Het manifest stelt dat de apps een tijdelijk karakter moeten hebben en alleen mogen worden ingezet om het virus onder controle te krijgen. Het gebruik van de apps mag op geen enkele wijze worden afgedwongen. De privacy moet volledig worden gewaarborgd: de gegevens mogen niet herleidbaar zijn tot personen en er mag geen centrale opslag zijn van persoonsgegevens. Alle gegevens moeten daarom in beginsel lokaal op de telefoon worden opgeslagen.

Die eisen, die in de marktuitvraag door het ministerie van VWS zijn overgenomen, verwijzen naar een oplossing waarbij telefoons zelf bijhouden bij welke andere telefoons ze in de buurt zijn geweest. Mensen die besmet zijn moeten dat zelf in de app registreren. Daarna krijgen de personen die in de buurt van een geïnfecteerd persoon  zijn geweest een bericht, waarna ze zelf maatregelen kunnen nemen. Deze oplossing lijkt technisch haalbaar nu Apple en Google hebben aangekondigd samen een api te zullen uitbrengen, waar apps voor contactonderzoek op basis van bluetooth gebruik van kunnen maken.

Het is echter maar de vraag of een app op basis van vrijwillig gebruik een succesvolle bijdrage kan leveren aan het traceren van besmette contacten. Het werkt alleen als er voldoende wordt getest en een meerderheid bereid is de app te gebruiken. De gebruikscijfers van een dergelijke app in Singapore stemmen alvast niet hoopvol, want slechts 20 procent van de Singaporezen gebruikt de app. En dan moeten we er nog op vertrouwen dat mensen die positief zijn getest dat ook netjes registreren in de app. Om maar niet te spreken van de onterechte registraties door zogenaamde digitale coronahoesters. Bij beperkt app gebruik kun je een positief getest persoon beter vragen om zijn directe contacten zelf digitaal te melden. Maar je zou de app ook kunnen afdwingen door het gebruik ervan te eisen bij toegang tot bijv. kantoren, winkels en bijeenkomsten. Verder ligt het voor de hand gedetecteerde contacten na positieve test te delen met de GGD als basis van het contactonderzoek.

Als de overheid gebruik zou kunnen maken van de locatiedata van Google dan zou er geen app meer nodig zijn. Google kan tot het intiemste detail met ons meekijken, want ons mobiel gaat in onze broekzak overal mee tot aan de WC toe. Je schrikt als je er achter komt wat Google allemaal van ons weet. Deze video geeft daarvan een mooi inkijkje. Dergelijke surveillancepraktijken accepteren we natuurlijk niet van onze overheid. Toch kan ik mij voorstellen dat je voor een beperkte periode en een urgent doel locatiegegevens deelt. Zo deel ik als burgervrijwilliger mijn locatie via de app HartslagNu, zodat ik kan worden opgeroepen voor een reanimatie in mijn directe omgeving. Ik accepteer zelfs dat de app 18 procent van de batterijcapaciteit verbruikt. Een paar weken terug ontving ik een oproep voor reanimatie. Ik vroeg mij af of ik er goed aan deed naar het slachtoffer te gaan in deze coronatijd. Ik heb immers geen beschermingsmiddelen. Welke risico’s zou de patiënt en ik zelf daarbij lopen? Zou je de mond op mondbeademing dan niet beter achterwege kunnen laten? Gelukkig werd de oproep kort na melding geannuleerd. Ik vroeg het Rode Kruis om advies of ik had moeten gaan en was verbaasd over het antwoord: “Hier is momenteel geen specifiek beleid voor. Het belangrijkste is dat jij, net zoals altijd, als burgerhulpverlener je eigen veiligheid vooropstelt.”

Ik heb inmiddels begrepen dat vijftigplussers niet meer worden opgeroepen voor een reanimatie, omdat zij in de risicogroep zitten. De locatievoorziening van de reanimatie app heb ik daarom uitgeschakeld. Als ik levens zou kunnen redden in deze crisistijd door het delen van mijn locatiegegevens, dan zou ik dat zeker doen. Ik adviseer iedereen daarom serieus te overwegen meer informatie te delen met de overheid om de coronacrisis te helpen bestrijden en voorts deze instructies te volgen voor het uitzetten van locatie volgen door Google.