King of Mont Ventoux

D0818-Vsud-sim_2898

De berg openbaart zich in de zomer van 1987 voor het eerst aan mij. Vanaf het Rhônedal  torent de  ‘Reus van de Provence’ indrukwekkend uit boven het landschap van de Vaucluse met wijngaarden en lavendelvelden. Na fietsbeklimmingen in de Alpen en de Pyreneeën staat de Mont Ventoux nog op mijn verlanglijstje. De wielerverhalen over de loodzware beklimming en Tommy Simpson maken mijn verlangen om naar de top te fietsen nog intenser.

De aanloop vanaf Vaison la Romaine en Malaucène gaat lekker. De eerste kilometers van de klim vanuit Bedoin gaan ook vlot. Na de haarspeldbocht in Saint- Estève begint het echte klimwerk door het bos. De weg blijft kilometerslang stijgen met af en toe een flauwe bocht. Een paar dagen terug werd de tijdrit in de Tour van Carpentras via Bedoin naar de Ventoux verreden. Op het wegdek gekalkte namen van de renners ‘Mottet, Delgado, Fignon, Breukink, Jeff’ zijn daarvan het bewijs. Dan steekt er plots een potdichte mist op. Zelfs de bomen in het bos kan ik niet meer zien. Ik moet mij op de witte streep aan de rechterkant van het wegdek oriënteren om op de weg te blijven fietsen. Bij Chalet Renard rij ik bijna het terras op, maar even later heb ik de wegmarkering weer te pakken van de slingers door het maanlandschap. Na anderhalf uur klimmen arriveer ik verkleumd en uitgeput bij het restaurant op de top van de Ventoux.

De tijdrit in de Tour van 1987 werd gewonnen door de Franse belofte van destijds: Jean-François ‘Jeff’ Bernard. Hij rijdt op een tijdritfiets tot de voet van de klim. Daarna wisselt hij van fiets en rijdt in een straf tempo naar de top. Hij kent geen verzwakking en bereikt de top in een recordtijd van 58:02. Hij rijdt iedereen op grote achterstand en pakt de gele trui. Hij lijkt kansrijk voor de Tourzege, maar verliest de trui daags daarna door pech. In de bergrit naar Villars-de-Lans rijdt hij meerdere keren lek. Hij moet in de achtervolging, maar is alleen en slaagt er niet in het gat met de favorieten te dichten. Stephen Roche wint uiteindelijk de Tour, Bernard wordt derde. Het is het hoogtepunt van zijn wielercarrière. Een jaar later komt hij in de Giro lelijk ten val in een onverlichte tunnel. Hij wordt geplaagd door blessures en eindigt zijn carrière als meesterknecht van Miguel Indurain.

2016-08-28_143057000_C488E_iOS

Vijfentwintig jaar na zijn Ventoux-zege strijdt Bernard samen met vier Ventoux-winnaars om de titel ‘Koning van de Mont Ventoux’. Het is een virtuele wedstrijd tussen vijf ritwinnaars: Eddy Merckx (1970), Jean François Bernard (1987), Marco Pantani (2000), Richard Virenque (2002) en Juan Manuel Garate (2009). In de film zijn we samen met Bernard, Virenque en Garate – die live commentaar geven – getuige van een strijd van wielrenners uit verschillende generaties die gelijktijdig de berg beklimmen, inclusief inzicht in de onderlinge tussentijden. Vooraf weten we al dat het geen eerlijke strijd is. Bernard reed de Ventoux in een tijdrit na een korte aanloop van 15 kilometer. De overige renners beklommen de Ventoux tot slot van een lange etappe. Merckx reed op een racefiets die vier kilo zwaarder is dan de moderne fiets van Garate. Niettemin zien we een strijd die tot de laatste kilometer spannend blijft met een verrassende winnaar.

Tot vijf jaar terug was de strijd om de Ventoux voorbehouden aan wielrenners van de Tour, Dauphiné of Paris-Nice. De laatste jaren kunnen we middels sportieve sociale media applicaties virtueel de strijd tegen onszelf en anderen aangaan. Het gebruik van Strava nam een grote vlucht sinds Laurens ten Dam het gebruik van de app in 2012 in de Avondetappe bij Mart Smeets aanprees. Met een tijd van 58:26, die hij reed in de Tour van 2013, is Ten Dam King of Mountain van de Ventoux. Je kunt jouw tijd met de profs vergelijken, maar ook met die van vrienden, leeftijdsgenoten of met eigen tijden per segment. Zo verbeterde ik dit jaar mijn persoonlijke records op de Ventoux van de afgelopen drie jaar. Dankzij Strava is iedereen een beetje Koning van de Mont Ventoux.

Geluk op de top

ici commence l'enfer

Na een beklimming van twintig uur bereikte de Italiaanse dichter Francesco Petrarca in 1336 de top van de Mont Ventoux. Hij beklom de berg, getuige zijn brief aan de augustijner monnik Dionigi, “louter uit begeerte om zijn bijzondere hoogte in ogenschouw te nemen”. Het bereiken van de top gaf Petrarca een gevoel van gelukzaligheid, gevolgd door het genot van het panoramisch landschap. Een kleine zevenhonderd jaar later treden duizenden mensen in de voetsporen van Petrarca.

De voettocht van Petrarca door moeilijk toegankelijke boshellingen heeft plaatsgemaakt voor fietsbeklimmingen via drie goed geasfalteerde wegen naar de top van de Mont Ventoux (1.911 m). Dagelijks verzamelen groepen wielrenners op de parkeerplaatsen van Malaucène  en Bedoin om de Ventoux te beklimmen. In een langgerekt peloton fietsen zij naar de top: sportieve wielrenners, oudere mannen met bierbuik, jongeren op kinderfietsjes met hun ouders. Getraind of ongetraind: de berg moet worden bedwongen. Hoe groter de fysieke uitdaging, des te groter lijkt de voldoening na het bereiken van de top.

Voor de fietsliefhebber die de drukte op de Ventoux wil vermijden zijn er voldoende uitdagende cols in de Franse Alpen. De col du Galibier is met een hoogte van 2.645 m vaak het dak van de Tour de France. Mooie en lange beklimmingen hebben ook de Col de l’Iseran (2.770 m) en de Col de la Bonette Restefond (2.802 m). Fietsers die de ultieme uitdaging willen aangaan kunnen de Col du Parpaillon proberen. Deze bergpas is 2.780 meter hoog. De weg is bezaaid met keien en daardoor moeilijk berijdbaar. Tijdens de inspanning om naar boven te manoeuvreren kom je niemand tegen en ben je één met de natuur. Het laatste stuk van de beklimming moet door een tunnel met water en ijs worden geploegd.

Een uitdagende klim vanwege de steile passages is de Mont Bouquet (630 m). Deze rotsformatie met zendmasten op de top is van grote afstand te zien vanuit de Gard bij Alès. Na één kilometer klimmen is de waarschuwing ‘ici commence l’enfer!!!’ op het wegdek gekalkt. Daarna stijgt de weg afwisselend met soms meer dan 20 procent. Het voorwiel komt door het trekken aan het stuur los van het wegdek en de benen verzuren. Eenmaal boven wacht het standbeeld van Maria met kind en een prachtig panoramisch uitzicht over het glooiend landschap van de Gard en de Cevennes. In de verte lonkt de Mont Ventoux. De Mont Bouquet fiets ik vaak ter voorbereiding op de Ventoux. Als de Bouquet is bedwongen – zo houd ik mezelf voor – kan ik ook wel de lastige Ventoux-passages in het bos vanaf Saint Estève of na Belvedère in de klim vanaf Malaucène verwerken.

Deze zomer fiets ik samen met een Belgische Ventoux-liefhebber vanuit Malaucène naar de top van de Ventoux. Hij heeft die ochtend  de klim vanuit Bedoin al gedaan. Auto’s versperren de doorgang op het laatste rechte stuk naar de top. Mijn fietsmaat daalt af naar Sault om van daaruit de laatste Ventoux belimming van de dag te ondernemen. Ik daal weer af richting Malaucène. Motorrijders halen met hoge snelheid auto’s in op hun weg naar boven. Zij scheren op de dalende weghelft rakelings langs mij heen. In de loop der jaren ben ik steeds voorzichter gaan dalen. Ik heb ongelukken op de Ventoux gezien en meegemaakt. Vanuit ons vakantiehuis aan de voet van de berg zien wij dagelijks ambulances omhoog rijden. Gemiddeld valt een twintigtal fietsdoden per jaar op de flanken van de Ventoux. De helft daarvan overlijdt als gevolg van een valpartij of aanrijding tijdens de afdaling. De andere helft bezwijkt tijdens de loodzware klim, meestal als gevolg van hartfalen.

Weinigen laten zich afschrikken door de risico’s van de Ventoux. De wielerverhalen en het overlijden van Tommy Simpson in 1967 op 1,3 km van de top geven de Ventoux bijna mythische proporties. Veel oudere sporters voelen zich aangetrokken tot de beklimming van de Mont Ventoux. Petrarca wijst hen de weg: “Op de top is het einddoel van alles, het einde van de weg: daar ligt de bestemming van onze reis. […] Maar het is van tweeën één: hoe lang je ook hebt rondgedwaald, bezwaard door de last van de dom voor je uit geschoven inspanning, het is óf de top van het gelukzalig leven bereiken óf uitgeput neertuimelen in de diepten van je zonden.”

Mont Ventoux op eigen risico

Ventoux2010-01

Vakantie is voor mij fietsen in Frankrijk. De secundaire wegen zijn rustig en leiden langs de mooiste plaatsen en vergezichten. Eerst twee weken inrijden in de Gard en dan een week fietsgenot in de Provence. Vanuit ons vakantieverblijf in Malaucène kun je prachtige tochten rijden door de Vaucluse, de Drôme, de Dentelles de Montmirail of langs de Gorges de la Nesque.

Het absolute hoogtepunt is de Mont Ventoux. Deze prachtige kale berg is dominant aanwezig in het Provençaalse landschap. Als de berg in de zon staat te stralen, dan wil je daar als wielrenner overheen. Elk jaar wel een paar keer, het liefst van alle drie de kanten. De klim vanaf Malaucène stijgt gestaag met mooie vergezichten. De klim vanaf Bedoin is een sportieve uitdaging. Deze wordt in de Tour gereden en kent een zwaar stuk door het bos en een slot door het kale maanlandschap. Vanaf Sault is het genieten van het prachtige landschap en lavendelvelden en hetzelfde slot als de klim vanaf Bedoin.

De beklimming en de afdaling zijn niet zonder gevaar. Fietsers, automobilisten en motorrijders zitten elkaar vaak in de weg. Regelmatig gebeuren er daardoor ongelukken. Dat heb ik zelf mogen ervaren. Zo was ik vanaf de Luberon op weg naar Sault om van daaruit de Ventoux te fietsen. Tijdens de beklimming naar deze stad voel ik plotseling een klap op mijn linkerbil. In mijn ooghoek zie ik daarna een motorrijder onderuitgaan. Hij schuift meters door over het asfalt en blijft daarna roerloos liggen op de weg. Ik stap af en zet mijn fiets tegen het muurtje langs de kant van de weg. Daarna houd ik de eerste auto aan een vraag de chauffeur de weg te blokkeren en het alarmnummer te bellen. De motorvrienden van het slachtoffer bedanken mij en vragen hoe het met mij gaat. Ik voel nog geen pijn en vraag hen wat zij hebben gezien. Het ongeluk moest ik mij niet aantrekken, want ik reed keurig rechts van de weg volgens hen. Al snel ontstaat er een grote menigte die zich verzamelt rond het slachtoffer. Het is een zwaar gebouwde man die niet meer kan bewegen, maar wel heel hard schreeuwen. “Putain de cycliste” roept hij herhaaldelijk. De ambulance brengt hem naar het ziekenhuis en de gendarmerie arriveert.

Ik moet blazen en mee naar het politiebureau. Daar word ik uitgebreid in het Frans verhoord. Waarom heeft de motorrijder u aangereden? Ik weet het niet, want ik heb geen ogen in mijn rug. Heeft u getuigen? Nee, want ik was alleen, maar zijn vrienden hebben verklaard dat ik keurig rechts van de weg reed. Die verklaring telt niet voor de Franse rechtbank volgens de agent. Zijn vrienden kunnen niet objectief voor u getuigen. Van dit soort ongevallen met letselschade komen meestal rechtszaken en de agent adviseert mij verzekering en rechtsbijstand in te schakelen. Gedeprimeerd verlaat ik het politiekantoor. Het is te laat voor de Ventoux beklimming en in de verte zie ik onweerswolken samenpakken boven de berg. Mijn bil begint pijn te doen en gedesillusioneerd fiets ik terug naar de Luberon.

Een half jaar later ontvang ik een dagvaarding. Ik word aansprakelijk gesteld voor het veroorzaken van het ongeluk met ernstig letsel. Ik moet verschijnen voor de rechtbank in Carpentras. Ik schakel mijn verzekering en rechtsbijstand in. Zij nemen de zaak helemaal over en schakelen een plaatselijke advocaat in. Volgens mijn verzekeraar is dit een eenvoudige zaak die in eerste instantie ook door de Franse rechter wordt afgewezen. Een paar jaar later ontvang ik opnieuw een dagvaarding en weer neemt de verzekeraar de zaak over. Vier jaar na het ongeluk meldt mijn verzekeraar dat ik de zaak heb verloren en alle schade moet vergoeden. Volgens de rechter zou ik de motorrijder omver hebben geduwd. De rechter heeft zich bij die uitspraak gebaseerd op de verklaring van de vrienden van de motorrijder.

Geluk en ongeluk op de Mont Ventoux

ventoux13wp

In de Volkskrant las ik het overlijdensbericht van Henk Bobbink. “Il est monté mais n’est pas descendu” vermeldt het bericht. “Henk is vorige week vrijdag tijdens zijn fietsvakantie in Zuid-Frankrijk bij een ongeval overleden. Op de Mont Ventoux kwam hij frontaal in botsing met een motorrijder, die eveneens om het leven kwam. ” Vertrokken vanuit een voor hem paradijselijke omgeving is hij door een ongeval met zijn racefiets, op zijn favoriete berg in Frankrijk, om het leven gekomen” vervolgt het bericht. Na het lezen van dit mooie eerbetoon aan Henk Bobbink was ik even stil.

In de vroege ochtend fietste ik nog samen met mijn zoon vanaf Bedoin naar de top van de Ventoux. Met de fietsen in de auto reden wij weer naar beneden. Eind van de dag hoorden wij de ambulancesirenes op de berg. Ik begrijp nu welk noodlottig ongeluk zich op de flanken van de Ventoux heeft voltrokken. En dan besef je ineens weer dat het leven in een split second kan veranderen en zelfs eindigen.

Als ik zelf mijn plaats van overlijden zou mogen uitkiezen dan is dat op de Ventoux. Elk jaar weer lokt de berg om er overheen te fietsen. Meer dan vijftig keer heb ik de berg gefietst. De beklimming telt alleen als je tussentijds geen voet aan de grond hebt gezet. Het fietsen van de Mont Ventoux is de ultieme uitdaging en voor mij het hoogtepunt van de fietsvakantie. Het is loodzwaar, maar je bent gelukkig als je het weer hebt gehaald. Een succesvolle beklimming is als het sonnet van dichter Jan Kal:

Mont Ventoux
Dichten is fietsen op de Mont Ventoux,
waar Tommy Simpson nog is overleden.
Onder zo tragische omstandigheden
werd hier de wereldkampioen doodmoe.

Op deze col zijn velen losgereden,
eerste categorie, sindsdien tabu.
Het ruikt naar dennegeur, Sunsilk Shampoo,
die je wel nodig hebt, eenmaal beneden.

Alles is onuitsprekelijk vermoeiend,
de Mont Ventoux opfietsen wel heel erg,
waarvoor ook geldt: bezint eer gij begint.

Toch haal ik, ook al is de hitte schroeiend,
de top van deze kaalgeslagen berg:
ijdelheid en het najagen van wind.

Meer dan eens ben ik van de weg gewaaid, uitgeput afgestapt of vastgelopen in de sneeuw. Ook ben ik een keer van achteren aangereden door een motor. De weg werd door de politie afgezet en de motorrijder zwaargewond afgevoerd naar het ziekenhuis. Steeds weer ben ik door het oog van de naald gekropen.

Tijdens het fietsseizoen valt er gemiddeld elke week een slachtoffer op de flanken van de Ventoux. En toch zoeken wij elk jaar de Ventoux weer op. Voor mij (en veel fietsers met mij) is de Ventoux het paradijs op aarde. Niemand kan ons onze passie ontnemen. Het is heel tragisch dat het noodlot heeft toegeslagen. Bij iedere beklimming van de Ventoux zullen wij aan hem denken.