Afgewezen door een robot

Accepteer je een afwijzing van een sollicitatie op basis van een voorspellend algoritme? Nee, zegt 78 procent van de ondervraagden in een enquête van iBestuur. Werving en selectie van personeel was aanvankelijk hoofdzakelijk mensenwerk, maar nieuwe technologieën nemen veel taken over. Zo propageert internetbedrijf Google al sinds 2015 het wervings- en selectiebeleid primair te baseren op harde data, analytische tests en algoritmen.

Op termijn zal deze markt voor werving en selectie worden gedomineerd door internetplatforms, zoals LinkedIn en Facebook. Het proces tussen bedrijven en werkzoekenden wordt dan volledig geautomatiseerd. De platforms hebben nu al de vacature- en talentenmarkt, die voorheen was voorbehouden aan professionele recruiters, online toegankelijk gemaakt. Bedrijven worden daardoor overspoeld met sollicitaties. Met behulp van algoritmes kunnen platformbedrijven vervolgens ook de werving en selectie overnemen. Moeten we vrezen dat de personeelswervingsdienst in navolging van hotels en taxi’s ook wordt ‘geuberiseerd’? Dit staat en valt bij de betrouwbaarheid van de algoritmes en het vertrouwen dat bedrijven en werkzoekenden daarin hebben.

Een onderzoeker van Erasmus Universiteit ontwikkelde een algoritme om CV’s te selecteren op basis van big data. Hij analyseerde bijna een half miljoen CV’s van echte kandidaten en informatie over het verloop van hun sollicitaties. De software die hij ontwikkelde scande de CV’s op basis van een aantal variabelen in relatie tot het besluit over het wel of niet uitnodigen van de kandidaat voor een eerste gesprek. Met die kennis ontwikkelde hij een algoritme dat met een nauwkeurigheid van 80 procent kan voorspellen welke CV’s door recruiters zal worden geselecteerd. Die betrouwbaarheid kan nog verder worden verhoogd, maar het is de vraag of de kwaliteit en objectiviteit van de selectie daardoor toeneemt. Persoonlijke waardeoordelen zijn namelijk vervat in het algoritme.

Het Chinese bedrijf Seedlink presenteert een aanpak waardoor de selectie van kandidaten eerlijker moet verlopen zonder te kijken naar leeftijd, geslacht of achtergrond. Zij selecteren met een algoritme personeel voor multinationals. Op basis van kunstmatige intelligentie ontwikkelen zij drie dominante open vragen op basis van de competenties die het bedrijf van de nieuwe werknemer wenst, zoals probleemoplossend vermogen of creativiteit. Die vragen worden vervolgens door de medewerkers van het bedrijf beantwoord. Op basis van de antwoorden wordt een model gemaakt dat de verschillen tussen de beste en de minder goed presenterende werknemers weergeeft. Met behulp van een voorspellend algoritme komt het toptalent dan bovendrijven.

De CV’s en persoonlijk gesprekken verliezen aan belang bij werving van talent. Bedrijven willen uit een grote vijver van kandidaten kunnen vissen. Sommige bedrijven laten een grote groep kandidaten daarom eerst online assessments uitvoeren. Dat bespaart bedrijven, die voorheen honderden CV’s moesten scannen in hun zoektocht naar talent, veel tijd. De kandidaten doen nu thuis achter de PC online toetsen. De programma’s zijn zodanig ontwikkeld dat kandidaten zich niet beter kunnen voordoen zonder door de mand te vallen. De computer meet onder meer concentratie, intelligentie en risicogedrag. Een algoritme berekent daarna of een kandidaat geschikt is voor de functie. Een autoverkoper mag zich bijvoorbeeld risicovoller gedragen dan een boekhouder.

Een robot beslist uiteindelijk wie door mag naar de volgende ronde. Op basis van een algoritme wordt iedere aarzeling, woordkeuze of gezichtsuitdrukking meegewogen. De robot voorspelt of de kandidaat oprecht is en de waarheid spreekt. Op basis daarvan kunnen sollicitanten worden afgewezen als ze niet passen in het gewenste profiel. Ondanks uitgebreide rapportages met beoordeling per competentie hebben bedrijven het nodige uit te leggen als kandidaten afvallen op basis van een computertest. Algoritmes kunnen beter dan mensen voorspellen wie geschikt is voor een baan. Afwijzen blijft mensenwerk.

(De uitkomsten van de enquête worden bekendgemaakt tijdens de ronde tafel-bijeenkomst Computer says no! op 17 september.)

Robot neemt het stuur over

Stel, je rijdt over een bergpas en plotseling steken twee kinderen de weg over nét wanneer je de bocht om komt. In een flits moet je besluiten de kinderen aan te rijden (met mogelijk twee slachtoffers die het gevaar veroorzaakten) of jezelf in het ravijn te storten (met inzittenden als slachtoffer). Spaar je het leven van de kinderen of offer je jouw leven?

Dergelijke keuzes moeten wij in een split second nemen op basis van onze eigen waarneming en inschatting in de context van een specifieke situatie. Een zelfrijdende auto kan op basis van algoritmen betere keuzes maken. In milliseconden kunnen zo verschillende scenario’s worden doorgenomen, waarbij de situatie van meerdere auto’s kan worden meegenomen. Alleen moeten wij software dan wel zo programmeren dat de gewenste keuze wordt gemaakt bij ethische dilemma’s. Wat zijn die gewenste keuzes? Wij vroegen het in een enquête van iBestuur. Tweederde van de respondenten geeft aan zichzelf op te offeren als de keuze gemaakt moet worden tussen overstekende mensen op het zebrapad of het betonblok.

Onderzoekers van de Universiteit van Osnabrück deden een virtual reality-studie naar de keuzes die mensen maken bij dit soort verkeersdilemma’s. Deelnemers kregen een Oculus Rift-bril op en maakten in een virtuele realiteit keuzes bij verkeersscenario’s. De uitkomst van het onderzoek wees uit dat een mens meer waard is dan een dier. De hond heeft de hoogste waardering onder de dieren. Bij mensen worden mannen sneller geofferd dan vrouwen en ouderen eerder dan jongeren. Daarnaast heeft ook de reactiesnelheid invloed op de keuze. Is die tijd korter dan een seconde dan zijn bestuurder niet meer geneigd van baan te veranderen. Een meerderheid van de participanten kiest voor een altruïstische benadering gericht op het beperken van het aantal slachtoffers, ook als dit ten koste gaat van inzittenden in de eigen auto.

Vorig jaar kwamen 613 mensen om het leven in het verkeer (waaronder 201 automobilisten, 206 fietsers, 58 voetgangers, 51 motorrijders, 46 brom- en snorfietsers en 25 bestuurders van gemotoriseerde invalidevoertuigen). Door de komst van de zelfrijdende auto zal het autoverkeer bijna even veilig worden als het reizen met de trein. Op termijn komen er auto’s die onderling met elkaar in verbinding staan en als konvooien dicht op elkaar kunnen rijden. Vooralsnog moeten we het doen met adaptieve cruise control die de snelheid bepaalt op basis van de afstand tot de voorganger. In een volgend level kunnen auto’s zelfstandig de rijbaan volgen en automatisch afremmen voor voetgangers. De nieuwe Audi A8 behoort tot level 3 en kan onder bepaalde omstandigheden volledig automatisch rijden.

Vanaf level 4 rijdt de auto volledig zelfstandig. Eerst nog in een afgeschermd gebied en vaste routes, bijvoorbeeld voor robottaxi’s waar volop mee wordt geëxperimenteerd. Vanaf level 5 is de auto volledig de baas en beslist in noodsituaties over leven of dood. Bij simulaties gaven deelnemers aan voorstander te zijn van het opofferen van passagiers als er daardoor minder slachtoffers vallen. Tenminste, behalve als zij zelf de bestuurder zijn. Is dat wel het geval, dan wint egoïsme het wellicht toch van altruïsme. Met een robot aan het stuur hebben we daar in ieder geval geen last van.

Orwells 1984 nabij

Systemen die onze gezichten herkennen, dat was tot voor kort ondenkbaar. Sinds de komst van deep learning algoritmen kunnen computers gezichten soms al beter herkennen dan mensen dat kunnen. Gezichtsherkenningstechnologie biedt allerlei praktische nieuwe toepassingen. We kunnen ons in de toekomst identificeren met ons gezicht en daardoor afscheid nemen van vele irritante wachtwoorden en pincodes. Het roept ook vragen op ten aanzien van onze privacy, omdat wij voortaan overal gevolgd kunnen worden.

De artificiële intelligentie voor gezichtsherkenning is afgelopen jaren steeds verder geperfectioneerd op basis van patroonherkenning van miljarden foto’s die op het web aanwezig zijn. Facebook is de absolute uitblinker in het herkennen van gezichten. Het bedrijf beschikt over een database met 1,4 miljard gescande gezichten, gekoppeld aan hun werkelijke identiteit. Facebook zegt de identiteit van personen op basis van foto’s in 97 procent van de gevallen correct te kunnen voorspellen. Op basis van hun zogenaamde Deepface technologie claimt Facebook zelfs mensen te kunnen herkennen zonder dat hun gezicht op de foto staat.

Artificiële intelligentie is tot veel meer in staat dan het vaststellen van de juiste identiteit. Op basis een foto kan zelfs redelijk nauwkeurig de seksuele geaardheid worden ingeschat. Het aflezen van emoties op basis van gelaatsuitdrukking op een foto behoort al langer tot de mogelijkheden. Op basis van camerabeelden kunnen gedragingen van voorbijgangers tot in het kleinste  detail worden geanalyseerd. Tegen die achtergrond is het opmerkelijk dat Facebook foto’s beschouwt als publiekelijk beschikbare informatie die niet onder de privacy settings valt. Een onderzoek van Radar wees uit dat 61,1% van de ondervraagden gezichtsherkenning van sociale media niet op prijs stelt. Die meerderheid zou de daad bij het woord kunnen voegen door het aanpassen van hun privacy settings of het verwijderen van hun account.

De politie zet met succes gezichtsherkenning in voor het opsporen van verdachten. Informatie van beveiligingscamera’s, mobiele telefoons, pinautomaten en sociale media wordt gekoppeld aan een strafrechtdatabase met gezichten van personen die ooit een strafbaar feit hebben gepleegd. Vorig jaar heeft de politie bijna honderd verdachten geïdentificeerd met nieuwe gezichtsherkenningssoftware. Op termijn wil de politie met real-time gezichtsherkenning gaan werken. Daardoor kan een voortvluchtige terrorist makkelijker worden opgespoord. Real-time gezichtsherkenning opent ook de weg naar de mogelijkheid om mensen die bijvoorbeeld nog een boete hebben uitstaan automatisch te herkennen in de openbare ruimte.

In China is dat al lang geen toekomstmuziek meer. Ruben Terlou laat in de serie ‘door het hart van China’ zien hoe in miljoenenstad Shenzhen gezichtsherkenning wordt toegepast voor signalering van voetgangers die door rood lopen. Als ze door rood lopen dan worden ze geflitst. Worden ze vijf keer geflitst dan wordt hun identiteit opgezocht in de bevolkingsdatabase en komen ze op een zwarte lijst. Als ze een huis of een auto willen kopen krijgen ze geen lening meer. Dat is onderdeel van het plan van president Xi Jinping dat voorziet in een sociaal kredietsysteem voor iedere burger in China. In de plannen van de partij gaat het er niet alleen om of je door rood loopt. Ook het online gedrag telt mee: wat je op internet of in e-mails zegt en wat je leest of kijkt. Je betaalgedrag, waar je bent, wanneer en met wie. Alles wordt geregistreerd en opgeslagen door de staat. Met een slechte score kom je op een zwarte lijst en dan kun je het helemaal vergeten in China. Ruben Terlou ontlokt een Chinees politicus de uitspraak dat Orwells 1984 nabij is.

Continue gezondheidsmonitor

Er kleven ethische dilemma’s aan nieuwe innovatieve technologische ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Inmiddels kunnen we 7 x 24 uur vitale functies van de mens meten. Mooi in theorie, maar kunnen patiënten en verpleegkundigen in de praktijk vertrouwen op sensoren die continu de toestand van een mens kunnen meten en rapporteren?

Verplaats je in het volgende toekomstscenario van patiënt Jan. Hij is een ICT’er  van middelbare leeftijd, gewend aan het werken onder grote prestatiedruk. Hij is topfit en kerngezond, maar heeft structureel een verhoogde bloeddruk. Omdat dit een risicofactor is voor hart- en vaatziekten heeft de huisarts Jan uit voorzorg continue gezondheidsmonitoring voorgeschreven. Dit belemmert hem niet om fanatiek te sporten. Als Jan op zijn racefiets door de duinen raast voelt hij zich vrij en gelukkig. Zo ook op die zonnige ochtend in mei, maar het fietsen gaat nu minder soepel dan gewoonlijk. Bovenop de duin valt hij bijna stil. Hij schakelt een tandje terug en grijpt naar zijn achterzak voor een hap van een krachtreep. Het is een kwestie van door de vermoeidheid heen trappen, denkt hij nog, totdat zijn smartphone het alarmsignaal geeft. Hij stapt af, valt en verliest zijn bewustzijn. Kort daarop ontvangt Ruud een reanimatie oproep op zijn mobiel. Hij is als vrijwilliger aangesloten bij hartveilig wonen en oefent jaarlijks de reanimatieprocedure. Ruud stapt van zijn fiets en ziet in het sms-bericht dat hij niet ver van het incident vandaan is. Hij bevestigt zijn vertrek naar het slachtoffer. Google maps navigeert hem daar binnen één minuut naar toe. Ruud ziet Jan liggen, legt hem in een veilige positie, controleert de ademhaling en start reanimatie. Even later arriveert een andere opgeroepen vrijwilliger met een AED. Zij volgen samen de instructies van de alarmcentrale via hun mobiel en bedienen de AED. Binnen vijf minuten arriveert een ambulance. Verplegers nemen de zorg voor Jan over. Voordat hij bij het ziekenhuis arriveert is hij weer bij kennis. Door snelle en automatische melding van de gezondheidstoestand en mobilisatie van hulpverleners is Jan’s leven gered.

Tot zover de happy flow. Dit toekomstscenario is nu al grotendeels technisch te realiseren. De inzet van vrijwilligers die via hun mobiel oproepbaar zijn voor reanimatie werkt al in veel plaatsen in het land. Het is alleen nog een kwestie van opschaling, training van vrijwilligers en plaatsen van meer AED’s. Slimme horloges en smartphones meten al continu lichaamsfuncties. De wearables zijn ook in de gezondheidszorg in opkomst en kunnen binnenkort veel bewaking, die nu standaard in een ziekenhuis gebeurt, overnemen.  Slimme pleisters kunnen al enkele dagen continu vitale waarden meten. Een onderhuidse sensor kan tot 90 dagen achtereen glucosewaarden meten. Het wachten is nu op een sensor die continu en langdurig alle vitale lichaamsfuncties kan monitoren.

Techbedrijven, zoals Philips en KPN, zetten vol in op het medische domein. Het is voor hen een belangrijke groeimarkt. Platformbedrijven zoals Google, Amazon en Apple beschikken straks over veel medische informatie. Data zijn onderdeel van hun verdienmodel. Het gevaar dreigt dat de gezondheidszorg wordt overspoeld door technologische ontwikkelingen.

Er blijven nog veel vragen onbeantwoord over de meetbare mens. Hoe betrouwbaar zijn de data? Wie heeft de controle? Waarvoor wordt de data gebruikt? Komen de gegevens enkel de patiënt ten goede of kunnen ze ook worden gebruikt voor profiling (bijv. door verzekeraars)? Moeten we privacy inruilen voor proactieve zorg op basis van 7 x 24 uurs monitoring? Als wij door inzet van technologie levens willen redden, dan moeten we antwoord hebben op deze vragen en obstakels wegnemen.

Inpakken en vernieuwen

Op de foto boven het interview in NRC staart Chris Oomen mistroostig voor zich uit. De directeur van zorgverzekeraar DSW is teleurgesteld in de medewerking van overheden bij de ontwikkeling van een nieuwe website die mensen met een persoonsgebonden budget moet helpen om professionele hulp of verzorging in te huren. De website had allang gebruiksklaar kunnen zijn, maar stroperigheid van overheidsinstanties belet dat. Het ministerie, de gemeenten en SVB willen allemaal comfort hebben. Maar niemand heeft het over de mensen waar zij het voor zouden moeten doen, volgens Oomen.

Het relaas van Oomen illustreert hoe lastig het is te opereren in het bestuurlijke krachtenveld van de overheid met verschillende belangen. Het grote aantal organisaties dat invloed wil uitoefenen en het ontbreken van centrale aansturing maken overheidsprojecten nodeloos complex. Die complexiteit kan worden gereduceerd door gezamenlijk doelen te stellen en niet langer te handelen vanuit het eigenbelang. Er is één belang dat alle organisaties bindt en dat is het klantbelang. Het gemak van mensen moet bij digitalisering altijd centraal staan. Zo zouden overheidsklanten bijvoorbeeld online in één oogopslag al hun persoonlijke zaken met de overheid moeten kunnen zien, zonder zich voor elke dienst opnieuw te hoeven aanmelden.

De Nationale ombudsman wijst er terecht op dat de overheid er niet zonder meer van uit mag gaan dat het creëren van een digitale wereld niet hetzelfde is als het 1 op 1 digitaliseren van de papieren wereld. Hij roept BZK op de regierol waar te maken door een digitale faciliteit neer te zetten die aansluit bij de recentste technische mogelijkheden, waar burgers enthousiast van worden en zich graag bij willen aansluiten. Het voornemen in het regeerakkoord om mijnoverheid.nl pushberichten te laten versturen sluit onvoldoende aan bij dat advies. Het is een noodoplossing om de onvolkomenheden van een technisch verouderd overheidsportaal op te lossen. In een modern digitaal portaal  is de ‘reis’ die de klant maakt om van een dienst gebruik te maken leidend. Het dienstverleningsproces moet (blijvend) aansluiten bij de leefwereld van de eindgebruiker. De klant moet een persoonlijke dienstverlening ervaren en de klanttevredenheid wordt in ieder proces gemeten.

De overheid staat voor de uitdaging om een brug te slaan tussen de eigen verkokerde administratieve processen en dienstverleningsprocessen waarbij de gebeurtenissen van de klant centraal staan. Het vereist snelle modernisering van een verouderd IT-landschap. Dit kan worden gerealiseerd door met standaard technologie een brug te slaan tussen de oude transactiesystemen en de klanten die persoonlijke dienstverlening verwachten via meerdere kanalen. Die aanpak wordt ook wel ‘inpakken en vernieuwen’ genoemd. Daarvoor breng je een orchestratielaag aan die alle waardevolle data en business rules uit de systemen inleest en beschikbaar stelt aan nieuw ontworpen klantprocessen. Dit kan snel gebeuren. Je kunt in enkele weken tijd naar een ‘Minimum Lovable Product’ toewerken en daarna stap voor stap in de praktijk optimalisaties realiseren.

De overheid heeft de luxe dat er meestal extra geld gevonden kan worden. Daardoor kan men zich permitteren veel te vergaderen, vooraf alles dicht te timmeren, identieke systemen bij meerdere organisaties te ontwikkelen, maatwerk te bouwen als standaard technologie beschikbaar is en slecht werkende systemen in de lucht te houden. Meer schaarste stimuleert tempo te maken, genoegen te nemen met een bètaversie, creatiever te worden en beter samen te werken. Het draait allemaal om aanpakken en focus, focus op de klant.

Wanneer slimme technologie een vlucht neemt

drone-campagne

Niet overheidsbeleid maar technologische vooruitgang zorgt voor maatschappelijke veranderingen. Nieuwe technologieën zijn de drijvende kracht voor de economische groei. Ze kunnen ook bijdragen aan een veilige en gezonde samenleving. De veranderingen voltrekken zich in een razendsnel tempo. Aan de overheid de taak die veranderingen met regelgeving in goede banen te leiden. Dat is geen eenvoudige opgave, want de wetgever loopt per definitie achter bij technologische ontwikkelingen.

We staan nog maar aan het begin van een digitale revolutie. Lang voordat er sprake was van regelgeving veroverden de Amerikaanse deelplatforms de Europese markt. Consumenten waarderen het gemak van de platforms, maar traditionele bedrijven zien inmiddels omzet wegvloeien. Buurtbewoners klagen over overlast van Airbnb huurders. Taxichauffeurs vrezen oneerlijke concurrentie door de Uber app. De overheid staat voor een geweldige opgave om machtsconcentratie van internetbedrijven te beteugelen, sociale bescherming voor werknemers te waarborgen en de veiligheid voor klanten te bewaken. De belastingdienst moet zich nog een plaats veroveren in de nieuwe deeleconomie.

Veranderingen door techniek voltrekken zich in een steeds hoger tempo. Het duurde meer dan zestig jaar voordat meer dan de helft van de bevolking een telefoon bezat. Binnen twintig jaar bezat meer dan 50 procent van alle Nederlanders een PC. De adoptie van het internet duurde 15 jaar. Binnen 10 jaar had meer dan 80 procent van de bevolking een smartphone. Streamingdiensten en deelplatforms veroverden de markt binnen enkele jaren. Pokémon Go deed dat in een maand tijd.

Tegenover de snelheid van technische innovaties staat de traagheid van het openbaar bestuur. De doorlooptijd van een gemiddeld wetsvoorstel in Tweede en Eerste Kamer bedraagt gemiddeld 375 dagen. Dat is dan nog exclusief de beleidsvoorbereiding en de implementatie. Ook binnen bestaande regelgeving draaien de ambtelijke molens traag. Zo kan het wel twee jaar duren voordat alle vergunningen rond zijn om met drones aan de slag te gaan. Nederland dreigt door de traagheid van het openbaar bestuur een achterstand op te lopen ten opzichte van andere Europese landen. Richard van Zwol, secretaris generaal BZK, pleitte daarom vorig jaar voor vergroting van de handelingssnelheid en aanpassingsvermogen van het openbaar bestuur.

Technologische innovaties bieden kansen voor onze samenleving en economie. Dankzij e-health kunnen mensen in de toekomst zelf regie nemen over hun gezondheidszorg. Dit biedt ook mogelijkheden voor meer preventie en kostenbesparing. Drones kunnen worden ingezet voor het monitoren van wegen, hoogspanningsmasten, dijken, windmolens, zonnepanelen, bruggen en agrarische gewassen. Ook valt te denken aan crowd control en in kaart brengen van verkeersongelukken en andere calamiteiten. De mogelijkheden zijn legio, maar de kansen blijven vooralsnog onbenut. De markt wacht op toestemming van overheidswege. Wanneer slimme technologie een vlucht neemt kan de overheid niet achterblijven.

Oplossing zoekt een probleem

oculusface_1

De opkomst van de stofzuiger en de wasmachine beloofden in de vijftiger jaren het walhalla voor de moderne huisvrouw. Voortaan zou zij haar zorgzame taken in huis nog beter kunnen uitvoeren. Dat pakte anders uit. De wasmachine en stofzuiger maakten de weg vrij voor emancipatie en een vrouwelijke bestorming van de arbeidsmarkt.

De maatschappelijke impact van technologische ontwikkelingen blijkt moeilijk te voorspellen. Toen eind vorige eeuw de mobiele telefoon zijn intrede maakte was het gebruik ervan aanvankelijk nog niet populair. Het mobiel leek vooral handig voor zakenmensen en binnenschippers. “Ik heb een gewone telefoon, waarom moet ik een mobiel hebben?” Vindt u het belangrijk om altijd bereikbaar te zijn? “Ook niet, ik ben niet zo belangrijk.” zegt een man in onderstaand straatinterview.

Minder dan twintig jaar later tellen we in Nederland meer dan 20 miljoen mobiele telefoons. Dat is 1,3 mobieltjes per persoon. Tachtig procent van de Nederlanders bezit een smartphone en is 24 uur per dag online.

Niet alle vernieuwende technologische introducties zijn succesvol. Zo lanceerde KPN in 1997 een dienst “Het Net” waarin bezoekers in een besloten omgeving een beperkt aantal websites kon bezoeken. Die dienst werd al snel ingehaald door de groei van het wereld wijde internet. Om de mislukking te maskeren werd de naam “Het Net” snel verbonden aan een normale internetdienst. Met het mobiele dataverkeer probeerde KPN het in 2002 opnieuw met een variant van de Japanse succesformule i-Mode. Ook die dienst flopte, omdat consumenten onbeperkt toegang tot internetdiensten verlangen zonder bemoeienis van een provider. Door de komst van nieuwe internetdiensten, sociale media en smartphones verschuift het telefoon- en berichtenverkeer naar het internet.

Nieuwe technologieën die op doorbreken staan zijn Virtual Reality (VR) en  Internet of Things (IoT). Tien jaar geleden konden we nog als ‘avatar’ rondlopen in virtuele wereld Second Life. Zoetermeer opende zelfs een virtueel gemeenteloket. Vrij snel raakte Second Life in de vergetelheid. De virtual reality brillen Oculus Rift en Microsoft’s HoloLens domineren nu de virtual reality wereld. Op beurzen zien we nerds van technologiebedrijven met reusachtige skibrillen rondlopen. Dezelfde bedrijven schetsen een toekomstbeeld voor slimme steden waar alle mensen en apparaten op elkaar aangesloten zijn. De gemeente Amsterdam heeft zelfs slimme lantaarnpalen die je met een smartphone aan en uit kunt zetten.

Technologische innovaties zijn veelbelovend. De mogelijkheden lijken onbegrensd. Maar wat is de maatschappelijke relevantie? Welke oplossingen bieden technische ontwikkelingen voor zorg, milieu, mobiliteit en veiligheid? Wat is de populariteit onder consumenten? En wat gaat er voor ons veranderen als technologie onze samenleving nog meer gaat domineren? Het zijn vragen die vooralsnog onbeantwoord blijven. Nieuwe technologische oplossingen zijn naarstig op zoek naar maatschappelijke problemen.