Maria Barbera Boissevain-Pijnappel: Feministe en liberaal politica

Van links naar rechts: Alphons Diepenbrock, Gustav Mahler en Willem Mengelberg. Zittend: Mathilde Mengelberg-Wubbe, Hilda Gerarda de Booy-Boissevain, Petronella Johanna Boissevain en Maria Barbera Boissevain-Pijnappel. Tijdens bezoek van Mahler aan Nederland, Zuiderzee bij Valkeveen in maart 1906.

Maria Barbera (Marie) Boissevain werd in 1907 lid en voorzitster van de net opgerichte Nederlandsche Bond voor Vrouwenkiesrecht. Als voorzitster benadrukte ze de verschillen tussen mannen en vrouwen. Ze wilde niet strijden tegen mannen, maar tegen de omstandigheden. De Bond nam geen standpunt in over de wenselijkheid van algemeen kiesrecht, zodat ook voorstanders van een beperkt vrouwenkiesrecht zich konden aansluiten. Boissevain streed niet alleen voor vrouwenkiesrecht, maar ook voor staatsburgerschap voor vrouwen.

In 1920 fuseerde de Bond voor Vrouwenkiesrecht met de Vereeniging tot Verbetering van den Maatschappelijken en den Rechtstoestand der Vrouw in Nederland tot de Unie voor Vrouwenbelangen. Daarvan werd Maria Boissevain-Pijnappel de eerste voorzitster. Haar familieleden Mia Boissevain en Mies Boissevain-van Lennep waren eveneens in de vrouwenbeweging actief.

Van 1919 tot 1936 zat Maria in de Provinciale Staten van Noord-Holland. In 1919 werd ze in de liberale politieke partij Economische Bond van Willem Treub gekozen tot lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland. Vrouwen hadden toen alleen passief kiesrecht: ze konden gekozen worden, maar niet zelf kiezen. Toen de Economische Bond samen met diverse andere liberale partijen in 1921 opging in de Vrijheidsbond werd ze daarvan lid en bleef zij in de Provinciale Staten, tot 1939. Ze werd ook bestuurslid van de Vrijheidsbond.

Als Statenlid hield ze zich onder meer bezig met het verbeteren van de efficiëntie in de gezondheidszorg. Ook stimuleerde ze de volkshuisvesting. Ze pleitte voor diverse onderwijshervormingen, zoals invoering van handenarbeid op de lagere school, zodat kinderen beter in staat zouden zijn een passende beroepskeuze te maken. Meer persoonlijke verantwoordelijkheid kweken vond ze essentieel voor het onderwijs. Vanwege haar drukke gezin stelde ze zich niet kandidaat voor de Tweede Kamer.

Auteur biografie: Mariek Hilhorst

Publicaties van: Congres voor sociale verzekering bijeengeroepen door de vereeniging van Raden van Arbeid (…) te Utrecht op 11 en 12 october 1921 : Verzamelde referaten : Verslag / C. Pothuis-Smit, C. Frida Katz, M. Boissevain-Pijnappel. – Amsterdam : Vereeniging van Raden van Arbeid.

Archieven: Aletta instituut voor vrouwengeschiedenis 

Inez Boissevain-Milholland: suffragist, lawyer, and World War I correspondent

Inez Boissevain-Milholland was born in Brooklyn on 6th August, 1886. She attended Vassar College and was suspended after organizing a women’s suffrage meeting in a cemetery.

After her graduation in 1909 she traveled in Europe before she settled in Greenwich Village and was associated with a group of socialists involved in the production of The Masses journal.

On 3rd March 1913 Milholland led the women’s suffrage demonstration in Washington on a white horse. Wearing white robes, the photograph of Milholland during the parade became one of the most memorable images of the struggle for women’s rights in America. After one demonstration Milholland was said to be the “most beautiful woman ever to bite a policeman’s wrist.”

Inez was introduced to Eugen Jan Boissevain by Max Eastman. Boissevain was a businessman who made his fortune by importing coffee beans from Java. A friend, Alyse Powers, argued that he was “handsome, reckless, mettlesome as a stallion breathing the first morning air, he would laugh at himself, indeed laugh at everything, with a laugh that scattered melancholy as the wind scatters the petals of the fading poppy…He had the gift of the aristocrat and could adapt himself to all circumstances … his blood was testy, adventurous, quixotic, and he faced life as an eagle faces its flight.” In July 1913 the couple were married.

Milholland, like most of the people associated with The Masses, believed that the First World War had been caused by the imperialist competitive system and that the USA should remain neutral. This was reflected in the fact that the articles and cartoons that appeared in journal attacked the behaviour of both sides in the conflict. In December, 1915, Milholland and other pacifists travelled on Henry Ford’s Peace Ship to Europe.

On her return to the United States she became one of the leaders of the National Women’s Party. The movement’s most popular orator, Milholland was in demand as a speaker at public meetings all over the country.

Milholland, who suffered from pernicious anemia, and was warned by her doctor of the dangers of vigorous campaigning. However, she refused to heed this advice and on 22nd October, 1916, she collapsed in the middle of a speech in Los Angeles. She was rushed to hospital but despite repeated blood transfusions she died on 25th November, 1916.

After her death the women’s movement helped create the image of a martyr. A popular poster stated: “Inez Milholland Boissevain: Who Died for the Freedom of Women.”

By John Simkin (john@spartacus-educational.com) free content published by Spartacus Educational

Gideon Maria Boissevain: bankier en econoom

Van links naar rechts:
Jacob Pieter Boissevain (10-09-1844 / 16-04-1927) Scheepsreder;
Gideon Maria Boissevain (15-07-1837 / 19-11-1925) Bankier en econoom;
Charles Boissevain (28-10-1842 / 05-05-1929) Letterkundige, journalist, hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad.

Gideon Maria Boissevain (Amsterdam 15-7-1837 – Bloemendaal 19-11-1925) is zoon van Daniel Boissevain (commissionair in effecten) en Caroline Louise Mollet. Hij was gehuwd op 27-4-1860 met Louise Caroline toe Laer. Uit dit huwelijk werden 4 zoons en 1 dochter geboren.

Boissevain genoot in zijn jeugd alleen de opleiding aan een zogenaamde Franse school, waarna hij werkzaam was aan het effectenkantoor van zijn vader. Op 21-jarige leeftijd opende hij een eigen zaak als commissionair in effecten, in 1872 overgedaan aan de Banque de Paris et des Pays-Bas. In 1865 richtte hij samen met N.G. Pierson en anderen de Nederlandsche Kas-Vereeniging te Amsterdam op, sinds de overname van de Associatie-Cassa met de naam Kas-Associatie aangeduid. Dit initiatief paste in het decennium waarin in Nederland een aanzienlijke vernieuwing op het gebied van het bankwezen plaatsvond. De Kas-Vereeniging was geïnspireerd door het voorbeeld van de Engelse ‘joint-stock banks’: kredietgeving in de vorm van discontering van wisselpapier of van kortlopende voorschotten op onderpand; geen emissies. De Kas-Vereeniging bood de gelegenheid overtollig kasgeld rentegevend te deponeren. In 1872 gaf hij, als commissionair in effecten, de stoot tot de introductie van Amerikaanse fondsen op de Amsterdamse beurs. Deze fondsen leden in 1873 ernstige verliezen, hetgeen hem op scherpe kritiek kwam te staan. Boissevain trok zich het gebeurde aan en trachtte een bevredigende regeling voor die ongelukkige emissies te treffen (Herinneringen en Dagboek van Ernst Heldring… I, 640).

Vanaf 1873 was Boissevain alleen nog commissaris van diverse bankinstellingen en wijdde hij zich voor het overige aan studie en publicaties op het terrein van de monetaire economie, bankwezen en openbare financiën. Ook sociale vraagstukken trokken zijn aandacht, getuige enkele geschriften, de organisatie van een cursus voor arbeiders over economische onderwerpen en het onder voorzitterschap van de in 1899 opgerichte Vereeniging Bureau voor Sociale Adviezen.

De economische belangstelling van Boissevain sloot nauw aan bij zijn beroepsactiviteiten. De meeste van zijn publicaties, die zich vanaf de tweede helft van de jaren 1870 over praktisch 50 jaren uitstrekten, betroffen geldwezen, bankwezen en openbare financiën. Hij publiceerde voornamelijk in De Economist. Zijn geschriften zijn deels theoretisch van aard, voor een groot deel ook handelen zij over praktische vraagstukken. Na de dood van J.L. de Bruyn Kops, oprichter en tot 1888 enige redacteur van De Economist, maakte Boissevain onder meer met N.G. Pierson, A. Beaujon, J. baron D’Aulnis de Bourouill en H.B. Greven tot en met 1918 deel uit van de redactie, die het blad geleidelijk aan veranderde van een op praktische vraagstukken en feitelijke overzichten georiënteerde periodiek tot een meer wetenschappelijk-theoretisch forum. Het tijdschrift werd in die tijd gedragen door een door de – met name Oostenrijkse – grensnutschool geïnspireerde economengeneratie. Vanaf 1912 tot en met 1920 was Boissevain medewerker aan De Economist.

Als theoretisch econoom trad Boissevain vooral naar voren als de voornaamste vertegenwoordiger in Nederland van het monetaire metallisme. Het wezen van een goed geordend geldsysteem zocht hij in de edelmetaalbasis van het geld. Het papiergeld kan wel enigermate enkele functies van het metaalgeld vervullen, maar moet inwisselbaar zijn. Slechts de metallieke waarde vormt een waarborg, voldoende voor de waardevastheid van het geld. Aanvankelijk zag Boissevain niet in dat de waarde van het edelmetaal, behalve door het monetaire gebruik van dat metaal, ook wordt bepaald door de industriële vraag ernaar en door aanbodfactoren. Later corrigeerde hij deze opvatting, maar toch bleef hij vasthouden aan de binding van het geld aan het edelmetaal als een betrekkelijk zekere garantie voor de waardevastheid van het geld. Voor deze eenzijdige metallistische opvatting vond hij niet veel steun, wel kritiek, vooral in 1919 van de latere hoogleraar economie G.M.Verrijn Stuart.

Voor het internationale economische verkeer toonde Boissevain zich een tegenstander van het protectionisme en een protagonist van het internationaal bimetallisme. De verdeling van de wereld in een goud- en zilverblok achtte hij wegens de relatieve waarde fluctuaties van goud en zilver een bedreiging van de stabiliteit van de wisselkoersen. Een dubbele standaard vond hij nodig met het oog op de door hem veronderstelde goud schaarste, een argument dat niet alle bimetallisten met hem deelden.

Ten slotte dienen nog Boissevains ideeën over de economische effecten van lening financiering door de staat te worden vermeld. G.M. Boissevain was één der pioniers van het moderne bankwezen in Nederland.

Van zijn hand verschenen een groot aantal publicaties, met name in De Economist, maar een groot theoreticus was hij zeker niet en hij toonde in zijn monetaire standpunten een zeker dogmatisme in zijn vasthouden aan een toch wel achterhaalde metallistische opvatting.

P: Zie voor de voornaamste literatuuropgaven de hieronder geciteerde publikaties van Goedhart en Verrijn Stuart, alsmede Algemeen register op De Economist… (‘s-Gravenhage, 1904) 176-178, en Algemeen register op de jaargangen 1903-1937 van De Economist (Haarlem, 1938) 8-9.

L: N.G. Pierson, in boekbespreking van G.M. Boissevain, De munttoestand in 1897 (Amsterdam, 1897) in Verspreide economische geschriften van mr. N.G. Pierson. Verz. door C.A. Verrijn Stuart (Haarlem, 1911) IV 481-493; G. Vissering, in Algemeen Handelsblad av ., 14-7-1917; C.A. Verrijn Stuart, in De Economist 74 (1925) 795-797: necrologieën in Algemeen Handelsblad av., 20-11-1925 en NRC ocht., 21-11-1925; C. Goedhart, ‘Honderd jaar openbare financiën’, in De Economist 100 (1952) passim.

A.C.A.M. Bots

Overgenomen van: Resources Huygens ING

Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)

Op naar een vitaal 2020

Vlak voor de kerst ontving ik een bericht van de directeur ziektekosten van mijn zorgverzekeraar. Het was bedoeld als steuntje in de rug voor het maken van gezonde keuzes. Als klant van a.s.r. kom ik aanmerking voor deelname aan het onlangs gelanceerde Vitality programma. Dat programma stimuleert een gezonde levensstijl en keert beloningen uit bij voldoende lichaamsbeweging. Dat klinkt als een positieve stimulans voor mijn gezondheid.

Een gezonde levensstijl is voor iedereen van belang. Hoe dat eruitziet verschilt per individu, afhankelijk van bijvoorbeeld ouderdom, lichaamsomvang, ziektes of handicap. Iedereen kan werken aan eigen vitaliteit door het maken van duurzame en gezonde keuzes. Een intensief dieet om in korte tijd tien kilo af te vallen is niet verstandig. Vanuit het niets elke dag gaan trainen voor een halve marathon is een riskant plan. Die benadering kan niet alleen fysiek, maar ook mentaal en emotioneel behoorlijk schadelijk zijn. Het vitaliteitsconcept benadrukt het belang van gezond eten, voldoende lichaamsbeweging en een positief zelfbeeld. Dat komt een gezonde levensstijl op de lange termijn ten goede.

Een gezond leven is geen doel op zich, maar stelt ons wel in staat onze doelen te behalen. Goed eten, regelmatig sporten en een positieve geest dragen bij aan een goede gezondheid. De Gezondheidsraad adviseert een beweegrichtlijn voor volwassenen van wekelijks ten minste twee en een half uur matig intensief bewegen, zoals wandelen en fietsen, verspreid over diverse dagen. Bijna de helft van alle Nederlanders voldoet aan die beweegrichtlijn. Een derde van alle Nederlanders registreert activiteiten en gezondheidsdata zelfs via hun smartphone of wearables, zoals Apple Watch, Garmin of Fitbit. Die apparaten stimuleren het maken van gezonde keuzes op het gebied van beweging, voeding en ontspanning.

Middels mijn Garmin horloge en app kan ik mijn gezondheids- en prestatiegegevens verzamelen en inzien. Ik krijg ook trainingsadviezen over de mate van bewegen, training en herstel. Ik koppel mijn trainingen met Strava en deel de resultaten met sportvrienden. Zo kunnen we onderling virtueel onze prestaties beoordelen, vergelijken en de competitie aangaan. Dat werkt stimulerend om actief te blijven. In principe is het een fluitje van een cent om mijn gegevens ook te delen met de app van het Vitality programma. Via een partner van mijn zorgverzekeraar kan ik ook gratis mijn BMI & taille-omvang, bloeddruk, bloedsuikerwaarde en cholesterol laten opmeten. Als ik die informatie deel in de app verdien ik extra Vitality Punten. Een niet-rokersverklaring levert nog eens 500 extra Vitality Punten op. Wekelijks komen daar punten bij als ik mijn bewegingsdoel haal. Met de verzamelde punten krijg ik elke twee jaar gratis een nieuwe Apple Watch of korting op mijn aanvullende verzekering.

Dat klinkt haast te mooi om waar te zijn. Kan ik die verleiding weerstaan? Ik leg het dilemma voor aan mijn Twitter-volgers: Zou jij data van beweegapp delen met zorgverzekeraar in ruil voor korting op (aanvullende) premie? Nee, zegt een ruime meerderheid van 70,4 procent; 22,2 procent zegt het wel te willen en 7,4 procent heeft geen mening. Kunnen wij onze gezondheidsdata toevertrouwen aan een zorgverzekeraar? Gezondheidsdata zouden op termijn wellicht gecombineerd kunnen worden met verzekerings- en declaratiegegevens. Dan beschikken verzekeraars over een instrument om de toegang tot zorg te reguleren, de hoogte van de premie te beïnvloeden en declaraties te beoordelen. Dat zou het einde betekenen van de solidariteit waarop ons zorgstelsel is gebaseerd.

Gratis bestaat niet als het om onze data gaat. Onze persoonsgegevens worden massaal verhandeld. Mijn zorgverzekeraar meldt dat de Gezondheidsdata enkel worden gebruikt om Vitality Punten te kunnen geven. Er wordt ons voorgespiegeld dat het Vitality-concept zorgt voor een betere gezondheid en daardoor verlaging van de zorgkosten. De winst daarvan vloeit dan weer terug naar de deelnemers. Als dat inderdaad het geval is, dan schenk ik mijn punten graag aan de mensen die de zorg het hardst nodig hebben en feitelijk geen toegang hebben tot het Vitality programma: de ouderen, gehandicapten en chronisch zieken.

Ik wens eenieder een vitaal en liefdevol 2020!

Next Generation Internet

Het internet is een jungle, waar niemand onze veiligheid garandeert of burgerrechten beschermt. En intussen wordt het gebrek aan regels, privacy en openbare orde in de digitale wereld een maatstaf voor de analoge. Dat stelt Jan Kuitenbrouwer in zijn boek Datadictatuur. Op het internet draait alles om het ontfutselen van zoveel mogelijk data en het manipuleren van ons gedrag.

Het internet is niet langer de vrije publieke ruimte die mensen over de hele wereld met elkaar verbindt. Het publieke karakter van het internet wordt overschaduwd door commerciële en politieke belangen. Op basis van het spoor van persoonlijke data dat wij op het internet achterlaten worden wij ongemerkt gemanipuleerd. “Sinds Facebook kunnen we geen normale verkiezingen meer hebben” zegt onderzoeksjournalist Carole Cadwalladr die Cambridge Analytica ontmaskerde en ten val bracht. De Netflix-film ‘The Great Hack’ onthult hoe databedrijf Cambridge Analytica Trump aan de overwinning hielp, maar ook de brexit heeft bevorderd en in andere landen onrust onder de bevolking zaaide en verkiezingen manipuleerde.

The Great Hack laat zien hoe tijdens de verkiezingsstrijd tussen Clinton en Trump het pleit werd beslecht door in vier zogenaamde ‘swing states’ een offensief los te laten op twijfelende kiezers. Via een geraffineerd, leugenachtig berichtenbombardement en de haatcampagne ‘Crooked Hillary’ kon een relatief kleine groep twijfelende kiezers over de streep worden getrokken. Christopher Wylie en Brittany Kaiser, twee voormalig medewerkers van Cambridge Analytica, doen in de film een boekje open over de onethische manipulatie door het bedrijf.

Sinds kort kunnen consumenten zelf ook voor Cambridge Analytica spelen. Vanaf 49 dollar kun je een service afnemen waarmee je een persoon naar keuze online kunt manipuleren. Via The Spinner heb je keuze uit diverse campagnes, zoals: ‘Manipulate your wife to have sex with you’, ‘Get your annoying coworker to quit their job’, ‘Stop eating meat to save your health and the planet’ en ‘Get a Good Reason to Stop Smoking’. The Spinner verstrekt een link die je doorspeelt aan de persoon in kwestie. Als deze daarop klikt wordt er een cookie op diens telefoon geïnstalleerd. Daarna wordt het ‘target’ drie maanden lang gebombardeerd met nepberichten en artikelen over het onderwerp. The Spinner zegt daarnaast ook campagnes op maat te kunnen leveren.

Is het gebruik van deze service legaal? ‘Ja’ zegt The Spinner op hun website: het plaatsen van cookies is legaal, want adverteerders mogen cookies gebruiken om gericht advertenties te kunnen plaatsen. Wel moet de initiatiefnemer (afnemer en betaler van The Spinner service) de gebruiksvoorwaarden accepteren. Het is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om het ‘target’ te wijzen op de gebruiksvoorwaarden.

Het internet wordt meer en meer het domein van marktpartijen die gebruikers primair zien als product en in mindere mate als klant. Amerikaanse bedrijven als Google en Facebook domineren het internetgebruik. In Europa wordt nu gewerkt aan een alternatief: het Next Generation Internet. Dat staat voor een meer mensgericht internet dat waarden als openheid, decentralisatie, inclusiviteit en bescherming van privacy ondersteunt en de controle teruggeeft aan de eindgebruikers, met name van hun gegevens.

ICT treft geen blaam

Na een verkeersongeval is de schuldvraag in de meeste gevallen eenvoudig te beantwoorden. Als de regels zijn overtreden, bijvoorbeeld door rood licht rijden, te hard rijden of geen voorrang van rechts geven, dan is de bestuurder schuldig aan het ongeval. Dat geldt ook als de automobilist onder invloed was of werd afgeleid door zijn mobiele telefoon. De schuldige van een verkeersongeval is altijd de bestuurder. De auto zelf treft geen blaam.

Geheel anders is dat in de wereld van de ICT. Als er iets fout gaat met de geautomatiseerde verwerking dan wordt steevast naar de falende techniek gewezen. In de vorige eeuw kregen de computers nog de schuld. Nu is de falende software oorzaak van alle kwalen en in de toekomst zijn de algoritmes waarschijnlijk de gebeten hond. Een zoekopdracht op het internet levert het volgende alarmerende beeld:

‘Falende ICT kost overheid miljarden’

‘De ICT-projecten bij de overheid zijn nog steeds een chaos’

‘ICT-problemen overheid nog maar topje van ijsberg’

‘Rijk faalt bij ICT-projecten: het gaat mis op alle niveaus’

De combinatie ICT en overheid springt er met kop en schouders bovenuit in alle negatieve berichtgeving. Je krijgt de indruk dat het een grote chaos is met de ICT van de overheid en dat daardoor miljarden aan belastinggeld over de balk wordt gegooid. Dat strookt echter niet met de werkelijkheid. Het overgrote deel van de ICT-projecten slaagt wel en ICT draagt bij aan een efficiënte bedrijfsvoering van de overheid. Volgens Cokky Hilhorst (hoogleraar aan de Nyenrode Business Universiteit en voormalig hoofd van het Bureau ICT-toetsing) resulteert elke geïnvesteerde ICT-euro bij overheden in €1.15 efficiencywinst. Bij bedrijven zorgen ICT-investeringen zelfs voor 45% tot 75% extra marktwaarde.

Met de kwaliteit van moderne ICT is weinig mis. De hedendaagse software is betrouwbaar en veilig, bijna net zo veilig als een auto. Sterker nog: de moderne auto is eigenlijk een rijdende computer en veilig dankzij de ICT. Net zoals in het autoverkeer is de mens de zwakste schakel bij geautomatiseerde verwerking.

Als de politiek – ondanks talloze waarschuwingen – besluit om onuitvoerbaar beleid in te voeren, dan komt een uitvoeringsorganisatie niet veel verder dan geautomatiseerde onuitvoerbaarheid. De samenleving wordt daarna geconfronteerd met complexiteit en chaos. Zo verslikte de Belastingdienst zich destijds in de operatie Walvis. Het bedrijfsleven was administratieve lastenverlichtingen beloofd op basis van eenmalige aanlevering van salarisgegevens. Het werd een bureaucratische nachtmerrie. Met de invoering van de Toeslagen, het Persoonsgebonden Budget en de decentralisaties in het sociale domein verliep het niet veel beter.

Trekken we de vergelijking van het autoverkeer door, dan ligt het voor de hand om ICT-gebruikers vooraf een toelatingsexamen te laten afleggen. Dat geldt natuurlijk voor alle deelnemers aan het proces. In het verkeer moeten de spelregels worden gehandhaafd en overtreders met een boete of ontzegging van deelname gestraft.