Leading by example

Minister President Rutte laat zijn kartonnen bekertje met koffie vallen bij het passeren van de toegangspoortjes van de Tweede Kamer en dweilt de gemorste koffie daarna keurig op. Het filmpje van dit voorval gaat viral op Facebook en YouTube. Buitenlandse nieuwszenders besteden er aandacht aan. De Washington Post  noemt Rutte een ‘symbol of etiquette’.

Rutte ruimde zijn eigen rommel op. Het is een kwestie van fatsoen die ons van jongs af aan is bijgebracht. Waarom oogstte deze poetsactie dan alom bewondering en verbazing? Wellicht omdat velen tegenovergestelde eigenschappen verwachten van leiders en hen associëren met agressieve zeemeeuwen. Ze komen krijsend aangevlogen, schijten de hele boel onder en vliegen daarna weer verder met een vette vis in de snavel. Het zijn de leiders die weinig oog hebben voor de mensen en vooral uit zijn op eigenbelang, hun eigen bonus of herverkiezing.

De leiderschapsstijl van Rutte staat daarmee in schril contrast. Hij is altijd opgewekt, attent en vriendelijk tegen iedereen en hij geeft het goede voorbeeld. Die vorm van leiderschap ‘leading by example’ maakt de leider geliefd en is bovendien bijzonder effectief. Dat is goed zichtbaar bij baby’s die hun ouders nadoen en met hun na-apen worden beloond met een glimlach van de ouder. Wij realiseren ons dan dat belonen het effectiefste middel is om gedrag te veranderen. Het is veel effectiever dan louter straffen. Dat geldt overigens ook aansturing van werknemers of handhaving van regels door de overheid.

Leiders overtuigen door zelf het goede voorbeeld te geven: ‘practice what you preach’. Zij winnen vertrouwen door goed voorbeeldgedrag. Omgekeerd verliezen zij hun geloofwaardigheid als ze het eigenbelang laten prevaleren boven het algemeen belang en strijdig met hun eigen boodschap handelen. Dat geldt bijvoorbeeld voor ouders bij de opvoeding, bestuurders en overheid bij handhaving. Ouders die zelf roken kunnen hun kinderen niet overtuigend wijzen op de gezondheidsrisico’s. Bestuurders die medewerkers om loonoffer moeten vragen hebben een probleem als zij zichzelf wel verrijken. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de overheid die van organisaties verlangt te voldoen aan de nieuwe privacywet, maar daar zelf nog niet klaar voor is.

‘Leading by example’ is de eeuwenoude weg om echt impact te maken. Jezus deed dat door naar deze aarde te komen en uiteindelijk te sterven. Hij heeft zijn grootheid opgegeven door de gestalte van een slaaf te aanvaarden en aan mensen gelijk te worden. Mensen die voorleven wat ze verkondigen zijn de beste voorbeelden voor anderen. Franciscus van Assisi, moeder Teresa, Gandhi en Nelson Mandela gaven het goede voorbeeld. Een mooie uitspraak van Nelson Mandela in dit verband is: “Als wij ons licht laten stralen geven we onbewust andere mensen toestemming hetzelfde te doen. Als we bevrijd zijn van onze angst, bevrijdt onze aanwezigheid vanzelf anderen.”

Ontsnapt aan Castro

Begin jaren zestig stuurden duizenden Cubaanse ouders hun kinderen naar de Verenigde Staten, omdat ze Fidel Castro niet vertrouwden. Ze kregen in het geheim hulp van het Nederlandse ambassadeurs-echtpaar Gideon en Maria Boissevain.

Door: Twan van den Brand

Cubaanse kinderen op straat in 1962. Veel van hun leeftijdgenootjes vertrekken naar de Verenigde Staten.

Als Gideon Walrave Boissevain op 16 augustus 1963 op Schiphol arriveert, botst hij op nijvere verslaggevers. Ze vragen hem het hemd van het lijf. Boissevain is zes jaar ambassadeur geweest in Cuba. Hij heeft met de komst van Fidel Castro revolutionaire veranderingen meegemaakt en bizarre twisten in de Koude Oorlog beleefd. Neem alleen al de crisis rond de Russische raketten op het eiland in 1962, toen er even een atoomoorlog dreigde. De jongens van het vrije woord zijn dus benieuwd naar zijn verhaal.

Voor de 65-jarige Boissevain was Havana zijn laatste standplaats. Hij gaat met pensioen. In zijn koffer zit een voorraad sigaren. Niet dat hij ze zelf rookt; ze zijn het enige souvenir dat hij mee heeft willen nemen uit het land dat hij eens zag als de parel van de Cariben. Daarnaast torst hij natuurlijk zijn herinneringen. Die deelt de ervaren diplomaat niet met de vragende verslaggevers. Hij beperkt zich tot een korte verklaring. Sinds Castro de macht heeft gegrepen, is alles in kwaliteit achteruitgegaan, zegt hij. ‘Behalve de suiker.’ Boissevain reageert evenmin op een bericht dat in Le Monde heeft gestaan over een recent bezoek van Castro aan de Nederlandse ambassade. De Franse krant meldt dat de Cubaanse leider toenadering zoekt tot westerse diplomaten.

In zijn vertrouwelijke afscheidsbericht aan minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns heeft Boissevain dat een maand eerder wél aangestipt. In de laatste alinea schrijft hij over Castro: ‘Verschijnt hij op een receptie, zoals de laatste tijd herhaaldelijk bij westerse diplomaten, dan wordt hij terstond omringd […]. Zijn charmante verschijning, zijn aangenaam stemgeluid missen hun uitwerking niet, zijn utopistische plannen voor Cuba worden over zijn gehoor uitgegoten als balsem, geen der aanwezige vrouwen ontkomt aan de betovering van zijn voordracht en men ziet noch ruikt het bloed dat aan zijn welgevormde handen kleeft.’

Gevallen voor Castro’s charmes

Boissevain laat tegenover de verslaggevers ook in het midden waarom zijn vrouw Maria is achtergebleven. Slechts weinigen weten dat ze eerst nog naar Washington wil. Tot die weinigen behoort McGeorge Bundy, de veiligheidsadviseur van president John F. Kennedy. Maria Soloviev, zoals ze met haar meisjesnaam heet, is bijna 25 jaar jonger dan Boissevain. De twee zijn in 1947 getrouwd. Zij heeft Russische wortels en een grootvader met een reputatie: Grigori Raspoetin, de omstreden en uiteindelijk vermoorde adviseur van tsaar Nicolaas II en tsarina Alexandra.

Maria wil naar de Amerikaanse hoofdstad om een verzoek van Fidel Castro over te brengen. ‘Mrs. Boissevain said Castro is desperate for a rapprochement because of the economic chaos in Cuba,’ bericht inlichtingendienst CIA eind augustus aan Bundy. De missie heeft, zo beweert Maria volgens diezelfde rapportage, de goed­keuring van haar man. Zelf ziet Raspoetins kleindochter haar rol als een bijdrage aan de wereldvrede. Ze heeft Castro twee maanden tevoren voor het eerst uitgebreid gesproken. Daarbij is ze danig van hem onder de indruk geraakt. Vervolgens hebben ze elkaar nog enkele keren ontmoet. Maria heeft hem bovendien bij andere westerse diplomaten geïntroduceerd, onder meer op de Franse ambassade. Gideon Walrave Boissevain schreef het in zijn al gememoreerde afscheidsbrief: ‘Geen der aanwezige vrouwen ontkomt aan de betovering.’ De CIA verwoordt het wat suggestiever: ‘She denies that she has been his mistress.

De illegale acties van onze man en vrouw in Havana

Voor Maria Boissevain is het een ommezwaai. De jaren daarvoor heeft ze juist partij gekozen tégen het regime van Castro. En haar man doet mondjesmaat mee, al verzwijgt de ambassadeur dat zorgvuldig in zijn lange reeks berichten aan het ministerie. De Boissevains raken in 1961 betrokken bij de deels clandestiene Operatie Pedro Pan, waarbij uiteindelijk 14.048 Cubaanse kinderen van 6 tot en met 18 jaar door hun ouders op het vliegtuig naar de Verenigde Staten worden gezet om Castro’s communisme te ontvluchten. Die operatie is eind 1960 begonnen, kort voordat Havana en Washington hun diplomatieke betrekkingen verbreken en de Amerikaanse ambassade op slot gaat. Omdat daarmee noodgedwongen een einde komt aan de uitgifte van visums wordt een ondergronds netwerk opgezet dat de benodigde papieren in Miami ophaalt en op Cuba verspreidt. De exodus van kinderen kan niet verborgen blijven voor het regime, al is het maar omdat uitreispapieren door officiële instanties moeten worden afgestempeld. Castro laat – om door hem nooit opgehelderde redenen – de uittocht zelf ongemoeid. Wel worden verschillende personen uit het illegale circuit opgepakt.

Aan de Calle 2, in Havana’s chique wijk Vedado, gaan de deuren van nummer 411 wijd open voor Operatie Pedro Pan. Hier is niet alleen de Nederlandse ambassade gevestigd, de Boissevains wonen er ook. Op de derde verdieping hebben ze een kamer gereserveerd als opslagplaats voor illegale documenten. En zo nu en dan houdt zich er iemand schuil op zijn of haar vlucht voor Castro’s lange arm. Maria Boissevain heeft een van de leiders van de contrarevolutionairen een sleutel gegeven van de voordeur en de bewuste kamer. Als deze Ramón ‘Mongo’ Grau de gekleurde Murano-haan – echt Venetiaans glaswerk dat op een tafeltje op de overloop staat – in een bepaalde positie achterlaat, weten de heer en vrouw des huizes dat er iets of iemand in de kamer is verborgen. In het laatste geval moeten ze voor eten zorgen.

Mongo Grau is een neef van een van Cuba’s vorige presidenten. Hij is een gezworen vijand van Castro en een goede vriend van de CIA. Grau heeft Maria weten te charteren als koerierster. De ambassadeursvrouw vliegt regelmatig op en neer naar Miami. Ze komt makkelijk door de controles, bezorgt brieven aan ballingenleiders in de Verenigde Staten en neemt op de weg terug visumformulieren mee voor kinderen die met Operatie Pedro Pan uit Cuba vertrekken. Haar echtgenoot wordt op zijn beurt in mei 1962 in Miami gesignaleerd met pakketten voor ballingen.

Bevreesd voor indoctrinatie

Gideon en Maria Boissevain zijn in 1957 gearriveerd in Cuba, waar dan nog de door Amerika gesteunde Fulgencio Batista aan de macht is. Wanneer deze even hardvochtige als impopulaire dictator op 1 januari 1959 vlucht voor de bebaarde guerrillero’s van Castro, echoot eerst de jubel in Cuba’s straten. Vervolgens vechten hoop en onzekerheid om voorrang. Daarna, als beloftes over vrijheden en voorspoed loos blijken, arriveert ook de teleurstelling.

Boissevains ambtsberichten aan Den Haag laten eenzelfde gemoedsverandering zien. Zijn reserves nemen sterk toe als Castro na de mislukte invasie van door de CIA gesteunde ballingen in de Varkensbaai, in april 1961, definitief voor het communisme kiest. Op 21 september van datzelfde jaar bericht de ambassadeur over ‘een decreet nopens een van staatswege verplichte opvoeding’ voor kinderen vanaf drie jaar. Ze worden aan het ouderlijk gezag onttrokken, aldus het stuk, dat ontvreemd lijkt te zijn uit de burelen van de regering en op grote schaal wordt verspreid. Het zorgt voor stevige onrust onder de bevolking. Is het een authentiek document of een contrarevolutionaire stunt? Pas decennia later zal blijken dat het om een door de CIA verspreid verzinsel gaat. Maar het geeft Operatie Pedro Pan wel vaart. Bevreesd voor indoctrinatie, op school en elders, sturen steeds meer ouders hun kinderen naar de Verenigde Staten.

Huiszoeking

De Boissevains dragen op dat moment al maanden bij aan de exodus. Initiatiefnemer in Havana is James Baker, directeur van de Ruston Academy. Personeel van zijn school, waar vooral kinderen van buitenlanders en gegoede Cubanen zitten, assisteert hem. Zo ook lerares Berta Finlay, echtgenote van Francisco ‘Pancho’ Finlay. Hij is de lokale vertegenwoordiger van de KLM en zorgt ervoor dat op de overvolle lijn­vluchten naar Kingston, in Jamaica, plaats wordt gemaakt voor kinderen die over een visum beschikken. Het toestel maakt één keer in de week een tussenlanding in Miami.

De Finlays zijn goede bekenden van de Nederlandse ambassadeur en zijn vrouw. Berta bewaart de uitreispapieren voor Pedro Pan-kinderen thuis, maar twijfelt of dat een veilige locatie is. Het gaat per slot van rekening om een illegale operatie. Ze stapt naar Maria Boissevain, die haar verzekert dat de visums in de ambassade aan de Calle 2 veel veiliger zijn. Daags na de overdracht doen militairen huiszoeking bij de Finlays. Er wordt niets gevonden. De KLM-directeur en zijn vrouw worden niettemin gearresteerd.

‘Geen der aanwezige vrouwen ontkomt aan de betovering van zijn voordracht’

Zoals het de Finlays vergaat, zo vergaat het veel anderen die het systeem willen saboteren. En niet iedereen heeft, zoals zij, het geluk na korte tijd weer vrij te komen. De Boissevains blijven buiten beeld. ‘Fidel denkt dat de ambassade neutraal terrein is,’ zal Maria later tegen Mongo Grau zeggen. Ook vanuit andere buitenlandse posten in Havana worden trouwens subversieve acties gesteund, vooral vanuit de Britse.

Als Maria Boissevain in 1963 met Castro’s verzoek tot toenadering naar de Verenigde Staten reist, is de CIA in verwarring. De vrouw die recht tegenover de Cubaanse leider stond, lijkt plots zijn ambassadrice. De inlichtingendienst zoekt de verklaring voor de metamorfose in ‘een enigszins instabiel karakter’. Volgens een functionaris die met haar spreekt, kan ze niet langer dan twee zinnen een coherente gedachte vasthouden. Tegenover die diskwalificatie staat de opmerking dat ze ‘zo ongeveer de enige persoon in de westerse diplomatieke gemeenschap in Havana schijnt te zijn die Castro’s boodschap kan en wil overbrengen’. Haar missie blijft zonder resultaat. Ze krijgt Kennedy niet te spreken. Wanneer diezelfde president enkele maanden later in Dallas wordt vermoord, verkeert Maria Boissevain weer aan de zijde van haar man. Die wordt na zijn pensionering honorair consul in Frankrijk. Het stel vestigt zich in Marseille. Zij overlijdt daar in 1976, 54 jaar jong. Hij negen jaar later als 88-jarige.

De echtelieden leken op het laatst stevig van mening te verschillen over Fidel Castro. Terwijl de bekeerde Maria hem zag als ‘galante en pure leider van een kruistocht’, beëindigde Gideon Walrave Boissevain zijn afscheidsbrief aan Luns met een groet aan de parel van de Cariben: ‘Vaarwel Cuba, verdient ge beter? In dat geval: verwacht een ander heer!’

Twan van den Brand is journalist.

Voor dit verhaal is onder meer gebruik- gemaakt van dossiers uit het Nationaal Archief in Den Haag (Nederlandse ambassade in Cuba), door de CIA vrijgegeven berichten en van een uitgebreide mailwisseling met Jose Amaro van de Operation Pedro Pan Group, de organisatie waarin betreffende kinderen zich hebben verenigd.

Publicatie in Historisch Nieuwsblad 3 – 2018

Zie hier het complete verhaal zoals het in maart 2018 in het Historisch Nieuwsblad stond

 

Afbeeldingen: HH; Getty Images; Privé Archief Boissevain; Stadsarchief Amsterdam; AKG/Imageselect

 

Digitale Overheid Waarmaken

De overheid moet een fundamentele andere omgang met digitalisering ontwikkelen. De Digitale Generieke Infrastructuur is een vitale infrastructuur van ons land, waarvan de financiering structureel moet worden geborgd. De aansturing van een doorlopende digitalisering moet op topniveau worden verankerd binnen de (rijks)overheid en politieke aansturing. Overheidsorganisaties moeten zelf de regie voeren bij digitalisering van hun primaire processen en daarvoor gezamenlijk hun kennisniveau verhogen. Dat stellen de topambtenaren van de Studiegroep Informatiesamenleving en Overheid in het rapport ‘Maak Waar!’.

Burgers en bedrijven zijn inmiddels vertrouwd met digitale dienstverlening van de overheid. Meer dan 600 organisaties bieden digitale diensten aan via DigiD. Het inlogmiddel heeft meer dan 13 miljoen gebruikers die, volgens beheerder Logius, in 2016 250 miljoen keer inlogden. Dat bereik is met name hoog door dienstverlening van uitvoeringsorganisaties, zoals de Belastingdienst. De vooringevulde belastingaangifte  verhoogt de kwaliteit van de aangifte en bespaart belastingbetalers veel tijd. De dienst wordt elk jaar beter en completer. Dit jaar kostte het mij amper een kwartier om de aangifte van mijzelf en van mijn vrouw te controleren en op te sturen.

Minder bekend is het digitaal loket van het Centraal Justitieel Incassobureau. Deze organisatie staat bekend vanwege de efficiënte afhandeling van verkeersboetes via acceptgiro’s. Door de overgang naar een Europees betaalsysteem komt de acceptgiro binnenkort te vervallen. De overschakeling naar online incasso via iDeal was de trigger voor de lancering van een digitaal loket voor onze boetes voor de lichte verkeersovertredingen. Het loket geeft een overzicht van onze openstaande en afgehandelde boetes. Je kunt de foto’s opvragen, online betalen en digitaal in beroep gaan. De website is in begrijpelijke taal opgesteld en werkt prima op een tablet of mobiel.

Tot op heden heeft de overheid met name de eigen processen en diensten geautomatiseerd. Een volgende grote stap kan worden gezet door overheidsklanten en beleidsdoelen centraal te stellen bij digitalisering. In de ‘dienstverlening’ van het CJIB zijn de verkeersboetes geen doel op zich, maar bedoeld als sanctie om de overtreder te prikkelen om niet meer in herhaling te vallen. Naleving van toegestane snelheid en verkeersregels draagt bij aan betere veiligheid, milieu en doorstroming. Die doelen kunnen ook worden bereikt door op locatie de maximum toelaatbare snelheid aan de auto door te geven. Automobilisten hoeven dan niet langer te speuren in het analoge oerwoud van bordjes met steeds wisselende snelheden en tijdsaanduidingen langs de snelweg. Als de toegelaten snelheid wordt gekoppeld aan een snelheidsbegrenzer worden boetes, uitvoeringsorganisatie en digitaal loket in één klap overbodig. Het incasseren van geld kunnen we dan voortaan volledig aan de Belastingdienst overlaten.

Door digitalisering en samenwerking tussen overheid, private partijen en mensen in de samenleving kunnen we zaken anders organiseren en nieuwe waardediensten in het leven roepen. Daardoor kan economische groei worden versneld en onze samenleving gezonder, slimmer, socialer, veiliger en duurzamer worden gemaakt. De mogelijkheden zijn legio, bijvoorbeeld voor bevordering van gezondheidszorg, mobiliteit en participatie. De overheid kan het goede voorbeeld geven door te streven naar volledige transparantie, vrijgeven van betrouwbare open data, organiseren van internetconsultaties bij beleidsvorming en stemmen via internet te faciliteren. Een digitale overheid moet ruimte bieden aan nieuwe ontwikkelingen. De informatiesamenleving laat zich niet top down aansturen. Nieuwe leiders binnen politiek en overheid moeten een digitale overheid door innovatie en samenwerking waarmaken.

Negen miljard besparen door vernieuwing overheid

tweedekamer

Kan de overheid 20% beter presteren tegen 20% lagere kosten? Ja dat kan, constateerde de initiatiefgroep 20×20 met deskundigen uit overheid, wetenschap, bedrijfsleven en verschillende politieke partijen in aanloop van de verkiezingen in 2012. Miljarden liggen voor het oprapen als de overheid oude patronen durft te doorbreken en zichzelf drastisch vernieuwt. Door slimmer te werken en actief gebruik te maken van informatietechnologie kan de overheid inspelen op de ontwikkeling naar een zichzelf organiserende samenleving.

Naar een digitale samenleving
Een moderne overheid is 24 uur per dag online vanuit een integraal burgerperspectief. Dubbele overheidsregistraties, –administraties en -portalen worden uitgebannen. Zoals in Estland heeft iedere burger een ID-kaart met een chip die gekoppeld kan worden aan computer en smartphone. De kaart is naast persoonsbewijs ook een digitale handtekening, een ov-kaart, een verzekeringspas en identificatie voor internetbankieren en internetstemmen. Burgers kunnen via hun ID-kaart via internet inzien welke data over hen wordt opgeslagen, zoals hun elektronisch patiëntendossier, en wie hun gegevens heeft geraadpleegd. Op die manier kan de burger beter worden geholpen, bespaart de overheid aanzienlijk en kan fraude beter worden bestreden. De overheid moet dan wel de keuze maken om volledig digitaal te gaan. De gebruikelijke compromisoplossing waarbij overheidsorganisaties de vrijheid hebben  zich al dan niet aan te sluiten op de digitale infrastructuur zal nooit de gewenste kwaliteitsverbetering en besparing opleveren. Ook de burger zal de elektronische dienstverlening moeten accepteren. Minder digitaal vaardige mensen moeten zich laten bijspijkeren en hulp zoeken in hun sociale omgeving. Zo compromisloos is de overheidsdienstverlening ook in Denemarken geregeld.

Twintig vernieuwingsvoorstellen
Op de vooravond van de verkiezingen presenteerden de initiatiefnemers twintig vernieuwingsvoorstellen die een bijdrage kunnen leveren aan een moderne overheid. Voormalig Tweede Kamerlid en wethouder Rob Oudkerk bepleitte een professionalisering van de facilitaire inkoop in de zorg. Op landelijke schaal zou daardoor 1 miljard kunnen worden bespaard. Peter de Baat, wethouder in Alkmaar, bepleitte de omvorming van gemeenten tot netwerkorganisaties voor gemeentelijke uitvoeringstaken. Maurice de Hond riep op tot een radicale vernieuwing van het onderwijs. Dit zou een besparing kunnen opleveren van 2 miljard en eveneens kunnen bijdragen aan versterking van de Nederlandse concurrentiepositie. Vanuit het bedrijfsleven werden voorstellen gedaan om door inzet van slimme technologie gelijktijdig kosten te besparen en CO2 uitstoot te verminderen.

Negen miljard bezuinigen zonder lastenverzwaring en verschraling
Realisatie van de voorstellen had 9 miljard aan besparingen op kunnen leveren zonder lastenverzwaring en verschraling. Daarvoor was daadkracht en samenwerking op landelijk en lokaal niveau noodzakelijk. Wethouders van Den Haag, Rotterdam en Enschede zegden hun steun toe. Tweede Kamerleden gaven aan de voorstellen te zullen inbrengen in de formatiebesprekingen. Helaas heeft geen van de voorstellen het VVD/PvdA regeerakkoord ‘bruggen slaan’ in 2012 gehaald. Het kabinet Rutte II bezuinigde 16 miljard euro resulterend in lastenverzwaring en verschraling.

Mensen leren, overheid en bedrijven niet

overheid

Dertig jaar automatiseringsbeleid van de Nederlandse overheid: wat waren de ambities en wat is daarvan terecht gekomen? Rob Meijer dook in geschiedenis en putte daarbij uit zijn rijke ervaring als onder meer hoofd van de afdeling voor Informatiebeleid van de VNG en als  eerste CIO van de Rijksoverheid. Ook vroeg hij betrokkenen uit de politiek, overheid en bedrijfsleven te reflecteren op de ontwikkelingen binnen de overheid. Zij gaven tot slot antwoord op zijn vraag of de overheid heeft geleerd op het terrein van IT.

Meijer’s persoonlijke terugblik op dertig jaar overheidsautomatisering is te lezen in zijn lezenswaardige boek ‘Terug in de toekomst’. Wij gaan terug naar het jaar 1988. Toen verscheen BIOS-1, de eerste grote nota over het automatiseringsbeleid van de overheid. De nota moest verbeteringen initiëren voor de grote problemen met complexe IT-projecten van de overheid uit die tijd. Destijds werden daarbij de volgende  knelpunten onderkend: ontbreken van voldoende kennis, onduidelijkheden over de verdeling van taken en verantwoordelijkheden, onvoldoende beheersing van complexe informatiesystemen, onduidelijkheid over de wijze van doorberekening van kosten, ontbreken van een adequaat beveiligingsbeleid en ontbreken van informatiebepalingen in wet- en regelgeving. Vandaag de dag kampt de overheid nog met exact dezelfde problemen.

Een aantal mensen die afgelopen decennia hun stempel heeft gedrukt op het automatiseringsbeleid van de overheid blikt in het boek terug op de ontwikkelingen. Zo memoreert Jacob Kohnstamm zijn toespraak in 2014 voor het 100e partijcongres van D66 over hoe een partijcongres er over 50 jaar uit zou kunnen zien: “Ik had toen weinig tijd om dat goed voor te bereiden en greep terug op een oude toespraak die ik ooit als partijvoorzitter in 1983 had gehouden. Ik las die gewoon voor, inclusief de uitspraak dat er snel een integratie zou komen van computers, tv en telefonie. Congressen zouden nauwelijks meer nodig zijn. Besluitvorming zou – zo meldde ik toen – allemaal van huis uit te regelen zijn. Dit was voor die tijd nog ongehoord.”

Als vertegenwoordiger van het bedrijfsleven geef ik ook mijn visie in Meijer’s boek op basis van mijn ervaring van afgelopen dertig jaar met grote IT-projecten binnen de overheid. Ik herinner nog mijn eerste grote overheidsproject: ‘Verbetering Financieel Beheer’ bij de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Onderwijs in Groningen. Van overheidsfinanciën had ik geen kennis, maar die haalde ik op tijdens het project. Binnen twee jaar was ik een deskundige op het terrein van financieel beheer. Op basis van die kennis werd ik ingezet op projecten bij de ministeries van VROM, Verkeer en Waterstaat en Justitie. Hoewel de ministeries gezamenlijk één financieel systeem hadden kunnen ontwikkelen, ging ieder voor zich. Bij ieder ministerie werd een specifieke kas- verplichtingenadministratie als maatwerk ontwikkeld. Met een beroep op de eigen autonomie werden vervolgens ook voor de ondersteuning van generieke processen voor iedere gemeente, politiekorps, provincie en waterschap eigen (maatwerk)systemen gebouwd.

Ondanks alles heeft de digitalisering een grote vlucht genomen binnen de Nederlandse overheid. De meeste projecten werden succesvol afgesloten en ook de onderlinge samenwerking kwam op gang. Maar dat haalde zelden het nieuws. Alle aandacht van de media ging uit naar de veel te ambitieuze projecten die uit de bocht vlogen en veel te laat werden bijgestuurd. Een parlementaire commissie onder leiding van Ton Elias onderzocht tien projecten die tien jaar daarvoor fout waren gelopen. De commissie trok daaruit de conclusie dat de overheid jaarlijks één tot vijf miljard euro verspilt met IT-projecten. Dat is zeer onwaarschijnlijk, want de overheid geeft nog geen miljard euro per jaar uit aan IT-projecten. Van de tien miljard die de overheid jaarlijks naar schatting aan IT uitgeeft gaat minstens driekwart op aan het in stand houden van de systemen. Het zijn de transactiesystemen, die veelal als maatwerk in de jaren tachtig en negentig zijn ontwikkeld, die een steeds groter risico vormen. De legacy is een erfenis voortkomend uit het maakbaarheidsideaal van de vorige eeuw. De beheerkosten van de legacy-systemen rijzen inmiddels de pan uit. Vijf jaar geleden pleitte ik in het fd voor een ‘deltaplan voor IT van de overheid‘. Overheid en bedrijfsleven zouden daarvoor de handen ineen moeten slaan. Hopelijk moet er niet eerst weer een ramp gebeuren voordat er gecoördineerde actie wordt ondernomen.

Wat leert de overheid op het terrein van IT? Meijer citeert voormalig topambtenaar Koos van der Steenhoven: “Nog steeds worden dezelfde fouten gemaakt. Zo is het PGB-drama weer een voorbeeld dat je een organisatie als de SVB, die gewend is aan bulkverwerking zoals de AOW en kinderbijslag, nu opeens inzet voor maatwerkregelingen, wat de PGB nu eenmaal is.” Per saldo hebben de politiek, de overheid en het bedrijfsleven weinig geleerd van dertig jaar automatiseringsbeleid van de Nederlandse overheid. Het zijn de mensen die individueel en collectief leren. Hoe groter het verloop (zoals in de Tweede Kamer) des te geringer het lerend vermogen.

Kiezers zijn de verliezers

tom-pof

Hillary Clinton wijt haar verlies van de presidentsverkiezingen aan een gerichte aanval van Vladimir Poetin. De Russische president zou hackers hebben aangestuurd die e-mailaccounts van de Democratische partijtop en van campagnechef John Podesta hebben gehackt en gelekt uit persoonlijke wrok die Poetin jegens Clinton koesterde. Het is de klassieke reflex om de oorzaak van een nederlaag buiten zichzelf te zoeken. De informatieroof heeft ongetwijfeld de verkiezingen beïnvloed, maar de oorzaken kunnen beter dichter bij huis worden gezocht.

In het huidige digitale tijdperk moeten politici zich realiseren dat zij kwetsbaar zijn voor aanvallen van cybercriminelen. Zij kunnen zich wapenen door een goede beveiliging. Zowel de preventieve als de curatieve beveiliging is de meeste politieke partijen ver onder de maat. Als je als politicus mail verstuurt vanaf een privé server of vanaf een eigen gmail account, dan ben je een prooi voor hackers. De campagnechef gebruikte zijn gmail en trapte in de val van een eenvoudige phishing-mail. Russische hackers waren geruime tijd geïnfiltreerd in het netwerk van de Democratische partij, voordat daadwerkelijk actie werd ondernomen. De beveiliging werd overgelaten aan een inhuurkracht. De inbraak drong veel te laat door tot de partijtop.

Hackers speelden de informatie door naar WikiLeaks, die de publicatie tijdens de verkiezingscampagne uitsmeerde na de Democratische conventie. De kandidaten gebruikten de inbraak voor eigen politiek gewin en veiligheidsdiensten straalden verdeeldheid uit over oorzaak en motief van de computerinbraak. Hoewel de mails weinig nieuwswaarde bevatte dook de Amerikaanse pers er bovenop. De gelekte mails werden door de media onnodig belangrijk gemaakt en gekleurd geduid. Het publiek werd daarbovenop nog eens geconfronteerd met een grote stroom nepberichten via de sociale media.

DONALD TRUMP

“If Russia, or some other entity, was hacking, why did the White House wait so long to act? Why did they only complain after Hillary lost?”

— PolitiFact National on Thursday, December 15th, 2016

Wie treft de meeste blaam voor beïnvloeding van de verkiezingen? De democratische partij die haar beveiliging niet op orde had, de hackers die informatie hebben buitgemaakt, WikiLeaks die de documenten heeft gepubliceerd, de pers die de zaak heeft opgeblazen, informatiediensten en kandidaten die rollebollend over straat gingen of het publiek dat zich liet beïnvloeden? De Democratische partij heeft het onheil over zichzelf afgeroepen en de traditionele media zijn toe aan een grondige zelfreflectie. De pers ontketende tijdens de verkiezingscampagne een hype over gestolen berichten die weinig nieuwswaarde bevatten en na de verkiezingen berichtten zij over het huzarenstukje van de schuldigen die het democratisch proces zouden hebben verstoord.

Uiteindelijk zijn de kiezers de grote verliezers. Zij worden overladen met informatie van politici en (sociale) media en weten niet meer wat de waarheid is en wie zij kunnen vertrouwen. Zo blijkt 52 procent van de Republikeinse kiezers te geloven dat Donald Trump in absolute zin de meeste stemmen heeft behaald. Sociale media moeten worden gedwongen hun berichten te filteren op onjuiste feiten. Uitspraken in debatten zouden gelijktijdig gecheckt kunnen worden op juistheid. Tenslotte zouden politici vrijwillig hun mailverkeer vrij kunnen geven. Hackers hoeven er dan geen jacht meer op te maken en de interesse bij de media zal wegebben.

Pijnlijke rekenfouten

on_the_rim_of_schiaparelli_crater

Wat hebben marsmissies, gemeente Amsterdam en premier Rutte met elkaar gemeen? Allen vielen ooit ten prooi aan rekenfouten. Knullige fouten die voorkomen hadden moeten worden. Maar helaas werden ze niet tijdig gesignaleerd en gecorrigeerd, met uiteindelijk grote gevolgen.

Parachute of remmotor

Vorige maand werd een rekenfout marslander Schiaparelli fataal. Kort nadat de parachute van de lander was opengegaan gaf de meetapparatuur een negatieve hoogteschatting door. De parachute werd daarna losgekoppeld en de remmotoren geactiveerd. In werkelijkheid was er nog een kleine vier kilometer te gaan. De Europese Mars missie eindigde in een explosie van marslander Schiaparelli op de planeet.

Centimeter of inch

Eind vorige eeuw ging ook al eens een ruimtesonde verloren op Mars. Het was Mars Climate Orbiter. De reis van tien maanden naar Mars was goed verlopen, maar kort nadat de sonde in een baan om de planeet gebracht zou worden ging het mis. De Climate Orbiter kwam te dicht bij de planeet en verbrandde in de atmosfeer of stortte neer. De oorzaak was een communicatiefout tussen de twee constructeurs van de sonde. Het navigatieteam van Jet Propulsion Laboratory had metrische maten gehanteerd (meters, centimeters en kilo’s) bij de berekeningen, maar het constructieteam van Lockheed Martin Astronautics in Denver had de sonde ontworpen en gebouwd op basis van Engelse maten (feet, inches en pounds).

Decimale komma of punt

Drie jaar terug kwam een rekenfout de gemeente Amsterdam duur te staan. Door een kommafout maakte de gemeente 188 miljoen euro over aan mensen in de bijstand, terwijl dit eigenlijk 1,88 miljoen had moeten zijn. Hierdoor kregen ruim 9.000 minima duizenden euro’s meer op hun rekening gestort dan de bedoeling was.  Administratieve problemen en gebrek aan controle bij de gemeente hebben ertoe geleid dat tientallen miljoenen gemeenschapsgeld zoek zijn geraakt. Gemeentelijke diensten zijn maandenlang bezig geweest om het geld op te sporen en terug te vorderen.

Inclusief of exclusief

Vijf jaar geleden verslikte premier Rutte zich in de bedragen die met het tweede steunpakket aan Griekenland zijn gemoeid. Rutte vertelde aan de pers dat de Grieken 109 miljard euro zouden krijgen, waarvan 50 miljard door private partijen bijeen zou worden gebracht. Tijdens de top had Rutte echter ingestemd met een steunbedrag van 159 miljard, waarvan 109 miljard van de Europese Unie. ‘Ik ben er vandaag acht uur mee bezig geweest, dus ik zit goed in de cijfers. Ik kan me voorstellen dat u nog even aan boord moet komen, maar het klopt allemaal.’ meldde Rutte destijds aan toegestroomde journalisten.

Wetenschappers, overheidsdienaren en politici

In de wetenschap zijn onopgemerkte rekenfouten meestal fataal. De overheid wentelt de fouten onvermijdelijk af op de samenleving. Politici bluffen zich een weg in halve en hele onwaarheden.