Prestatietocht werd toertocht

Zaterdag vroeg in de ochtend duwden wij onze roeiboot van de steiger voor de start van een prestatietocht. Meestal roeien we tussen Leiden en Leidschendam op en neer ter voorbereiding op de lange afstandswedstrijden. Voor deze tocht hadden we ons laten inspireren door de route van een toertocht richting Noordwijk die later op de dag voor toerploegen werd georganiseerd. Het was ons opgevallen dat toerroeiers standaard peddel, pikhaak en grondanker meenemen voor hun tocht. Wij beperkten onze bagage tot de noodzakelijke proviand: water, koeken en een powershot. Nadat we de GoPro hadden gemonteerd en de live tracking hadden geactiveerd waren we gereed voor vertrek.

Het eerste stuk langs Leiden ging voor de wind. We roeiden over De Zijl en passeerden de grote rode boei die het begin van het open water van Het Joppe markeert. Nu bleek dat we de afslag naar de Groote Sloot hadden gemist. We besloten Het Joppe over te steken en via Warmonderleede naar de afslag richting Noordwijk te varen. Deze loopt via de Haarlemmertrekvaart, die een veel te smalle sloot vol waterplanten bleek te zijn. Regelmatig bleven we met onze bladen haken in de planten. De betonnen tunnelbak onder de A44 moesten we met ingetrokken riemen door zien te komen. Verderop raakte mijn riem verstrikt in een dobber van een scheldende visser. Bij de onderdoorgang van de kruising van de N444 en de N450 werden we geconfronteerd met een versmalling van damwanden. Door de bladen te haken in de profielen wisten wij ons een uitweg uit de tunnel te wrikken.

Vanaf Noordwijk namen we de Maandagse Watering richting Katwijk. Na een pauzestop roeiden we door naar de Katwijkse binnensluis. Daar dronken we onze powershot om vervolgens de elf kilometer terugtocht tegen de wind in aan te vangen. Laverend tussen de sloepjes en zeeverkenners roeiden we terug naar de vereniging. Bij aankomst stond de teller op 37,5 kilometer, geroeid in 3h16 en een half uur pauze. Wij hebben genoten van het roeien in het Hollandse polderlandschap, maar ook geleerd dat het roeien van een toertocht andere vaardigheden vereist dan het trainen in een wedstrijdboot.

Aantrekkingskracht van de prestatietocht

Wat hebben ze met elkaar gemeen: 42 kilometer rennen, 100 kilometer roeien en 235 kilometer fietsen? Je laat je overhalen er aan mee te doen. Daarna krijg je spijt en zie je er tegen op. Uiteindelijk sleept het team en een enthousiaste menigte je er door heen. Na de finish ben je voldaan over de geleverde prestatie, maar je neemt je voor dit nooit meer te herhalen. Het jaar daarop sta je waarschijnlijk toch weer aan de start.

New York Marathon

Zo schreef ik mij ooit in voor een groepsreis voor de New York Marathon. Nadat je hebt geboekt, kun je niet meer terug. Maandenlang moet je minstens 50 kilometer per week trainen om de marathon goed te volbrengen. Het is een dagelijkse looproutine die je moet volhouden tot een week voor de wedstrijd. In de stad New York draait die week alles om de marathon. Je trekt op met lotgenoten die elkaar steunen en je behoeden voor een te onstuimige start. Je loopt door de wijken Staten Island, Brooklyn, Queens, The Bronx en Manhattan. Het publiek stroomt massaal toe om de lopers fanatiek aan te moedigen: “You’re looking great”. Je wordt voortgestuwd door de menigte en medelopers. In minder dan drie uur passeerde ik moe maar voldaan de finish.

Ringvaart-regatta

Voor roeiers die gewend zijn hun wedstrijden over 2 kilometer te varen is de Ringvaartregatta een beproeving. Er moet 100 kilometer non-stop worden geroeid, waarbij slechts wordt gepauzeerd bij de sluis van Leidschendam. Daar wordt de boot overgedragen en begint de 12 kilometer lange eindsprint naar het botenhuis van de Delftse studentenroeivereniging Laga. Bij de sluis verzamelen zich ook de schare supporters die de ploeg van hun vereniging aanmoedigen bij de finale krachtsinspanning: “Allez Rijnland.” De roeiers hebben daarvoor al een paar keer een inzinking moeten overwinnen, maar slepen elkaar er doorheen. De pijn aan het zitvlak en blaren aan de handen zijn onaangename bijkomstigheden. Na acht uur roeien stappen roeiers met kromme rug en volledig verstijfd uit de boot.

fietselfstedentocht-21

Op tweede Pinksterdag reed ik met een groep collega’s de Fietselfstedentocht. We hadden daarvoor korte ritjes van gemiddeld 50 kilometer gefietst. De voorbereiding was dus niet optimaal, maar de dag zelf was een ware belevenis. Ondanks het koude weer was half Friesland uitgelopen om de fietsers aan te moedigen: “Heey”. Kinderen stonden klaar voor een high five met de passerende fietsers. Het fietsen is opgedeeld in etappes van stempelpost naar stempelpost. Daar kun je wandelend bijkomen en genieten van een appel, soep of melk die wordt uitgereikt. Tijdens het fietsen kun je makkelijker meekomen door aan te sluiten in een groep. Net als je denkt dat je het makkelijk kunt uitrijden krijg je te maken met forse tegenwind op de dijk langs het IJsselmeer bij Stavoren. De tocht is eigenlijk 50 kilometer te lang, maar dat ben je na elf uur fietsen, ontvangst van het kruisje en een paar biertjes in de finishtent alweer vergeten.

Individueel had ik de prestaties waarschijnlijk niet op kunnen brengen. In groepsverband gaat dat veel makkelijker. Collectieve sportbeleving is de aantrekkingskracht van prestatietochten. Iedereen heeft hetzelfde doel: het halen van de eindstreep. Als je de tocht volbrengt boek je een overwinning op jezelf, maar die wordt collectief behaald. Mensen hebben tijdens de tocht ook een zorgplicht naar elkaar. In die zin is de prestatietocht een sociaal bindmiddel bij uitstek.