Aanslag op de Vliet

Pleziervaartbootjes die golven trekken, dat is de belangrijkste ergernis van roeiers die op de Leidse Vliet trainen. Door de harde beschoeiing van de kades blijven de hekgolven lang nadeinen. De golven verstoren de balans van de roeiboot. Daarom roeien we bij voorkeur ’s ochtends vroeg of ’s avonds laat als er minder scheepvaart is. Op zomerse avonden wijken we vaak uit naar het vaarwater op de Vlietlandplas of de sloot langs de A4 of richting Stompwijk.

Over het algemeen houdt de pleziervaart zich redelijk aan de regels. De bootjes houden stuurboordwal en minderen vaart voor passerende roeiboten. Zij varen met een snelheid tussen de 6 en 12 km, dus meestal ruim onder de maximum toegestane snelheid van 12 km. Watersporters gedragen zich in de regel netjes en respecteren elkaar. Dat is ook van groot belang, want het wordt steeds drukker op het water. Er is ook weinig toezicht, zeker niet op de snelheid en het trekken van golven. Het aantal snelheidsovertreders neemt helaas snel toe. Zelfs de notoire veelplegers worden nooit gepakt.

Zo komen we regelmatig dronken pleziervaarders tegen die al slingerend veel te hard varen over de smalle Vliet. Ondanks herhaaldelijke verzoeken van coaches langs de kant en roeiers vanuit de boot weigeren ze vaart te minderen. De boot loopt vol op de hekgolven en de roeitraining is verpest. Als roeier sta je machteloos tegen de overtreders. Je bent meestal te laat met het verzamelen van bewijsmateriaal, het maken van een foto of filmpje en het noteren van het registratienummer.

Deze week overleefden wij een gerichte aanslag. Op een regenachtige woensdagavond roeien we in de twee zonder stuurman naar Leidschendam. Bij de sluis ligt een speedboot aangemeerd waar drie mannen onder luid dronkemans gelal aan boord gaan. Ze schreeuwen iets naar ons over dat ze er aan komen. Ik maak snel een foto voor mogelijk later bewijsmateriaal. Daarna maken we in stevige haal een start met de terugtocht richting de roeivereniging. Uiteraard willen we de boot ruim voorblijven om niet de hele terugweg in de golven te hoeven varen.

In trainingshaal varen we gemiddeld 13-14 km. per uur, ruim harder dan de pleziervaart. We zien de speedboot wegvaren in onze richting en verhogen de haalkracht. Aanvankelijk weten we de boot goed achter ons te houden. Dan geeft de boot vol gas en vaart recht op ons af. Met hoge snelheid worden wij van dichtbij voorbij gevaren. Ik moet mijn riem intrekken om de schroef te ontwijken. Een metershoge golf spoelt over ons heen, waarna onze boot zinkt. Daarna bereikt de golf ook de plezierboten die langs de kade zijn afgemeerd. De boten gaan flink tekeer in de golven. De boten protesteren fel met harde toetersignalen.

Wij weten met onze boot een steiger in de haven te bereiken. Daar keren we de boot om zoveel mogelijk water uit de boot te laten lopen. De mensen van de boten langs de kant zeggen de speedboot niet te kennen. Zij vinden het een criminele actie en adviseren in het aangrenzende café te informeren naar de identiteit van de dronkenlui. Spontaan krijgen we ook hulp aangeboden, een handdoek om ons af te drogen. Even later komt een dubbelvier aangeroeid. Zij hebben ook veel water binnengekregen door de hekgolf. Stijf van de adrenaline roeien we terug naar de vereniging. De coach van de dubbelvier fietst met ons mee voor het geval de speedboot keert en onze boot weer tot zinken brengt. Uiteindelijk landen een klein half uur later weer op de steiger van Roeivereniging Rijnland. De coach van een acht, die bij de Knipbrug wordt gehinderd door de golventrekkende speedboot, noteert het registratienummer 59-34-YE.

‘Opzettelijk tot zinken brengen van een roeiboot’ dat had ik nooit voor mogelijk gehouden. De komende tijd zullen wij ons minder veilig voelen op de Vliet. Ik bel de meldlijn van de politie met de vraag of het zin heeft om aangifte te doen. Dat moet ik absoluut doen – krijg ik te horen – en er wordt meteen een afspraak gemaakt. Eenmaal op het politiekantoor weigert de politie mijn aangifte op te nemen. Er zou daarvoor strafrechtelijke geen basis zijn. De ‘Vliethufters’ gaan vooralsnog vrijuit.