De vrijheid bewijst zichzelf naarmate zij verwezenlijkt wordt

Parijs aanslagen

Begin dit jaar werd de wereld opgeschikt door de schokkende beelden van de aanslag op Charlie Hebdo. Het was een aanval op de vrijheid van meningsuiting. De 13 november aanslagen in Parijs waren een aanval op onze vrije manier van leven. Zij herinneren ons aan de terroristische aanslagen op 11 september 2001. Een datum die onze geschiedenis markeert. De beelden van de vliegtuigen die zich in de Twin Towers boorden vergeten wij nooit. Waar waren wij tijdens de aanslagen en welke invloed hadden de gebeurtenissen op ons?

Op het moment van de aanslagen was ik op het ministerie van Defensie. Samen met collega’s gaf ik daar een presentatie. Maandenlang hadden wij ons op daarop voorbereid. Het was een belangrijk moment om onze visie te presenteren en te toetsen. Tijdens de presentatie werd de hoogste militair in rang weggeroepen. We konden ons verhaal nog wel afmaken. Na een open discussie verlieten we tevreden het Defensiegebouw aan het Plein in Den Haag. Eenmaal buiten werden wij aangeklampt door een jongeman die ons vroeg of wij aan de kant van de Amerikanen stonden. Wij negeerden die vraag en zochten een plaats op een van de terrassen aan het Plein om ons bezoek aan het ministerie te evalueren. Naast onze tafel werd een groot scherm gemonteerd. Even later zagen wij daarop de beelden van de vliegtuigen die zich door de Twin Towers boorden. Het publiek stroomde van alle kanten toe om de beelden te zien. Opeens zaten wij midden in een arena van rampkijkers. 

In de auto op weg naar huis belde ik mijn vrouw. Zij had het nieuws nog niet gehoord. Wij besloten dat wij onze jonge kinderen niet wilden blootstellen aan de gruwelijke beelden. De televisie in de woonkamer ging niet aan, maar lang konden we het nieuws niet verborgen houden. Een week na de aanslagen maakte onze zoon tekeningen over de beelden die hij had gezien op het jeugdjournaal. Je ziet torens in brand staan. Er hangt een vliegtuigtuig in de lucht. Mensen springen naar beneden, met een parachute. Ambulances zijn onderweg.

9-11(02)

Op een volgende tekening zie je een toren instorten. Lachende mensen kijken uit de ramen.

9-11(01)

Hoe beleeft een jongen van vier de beelden van de aanslagen? Voor hem was het een gebeurtenis met veel actie. Hij associeerde de beelden nog niet met een grote ramp en veel slachtoffers.

“De vijanden van de vrijheid hebben een oorlogsdaad tegen ons land gesteld.” sprak George W. Bush na de terroristische aanslagen. Die uitspraak vormde de start van de ‘War on Terror’. In de jacht op het meesterbrein achter de aanslagen werd Afghanistan ingevallen. Daarna volgde de zinloze invasie in Irak op zoek naar niet aanwezige massavernietingswapens. Die inval leidde tot een destabilisering in het Midden Oosten. Het machtsvacuüm dat ontstond na het vertrek van de Amerikaanse troepen legde de voedingsbodem voor rebellenlegers en terroristische groeperingen.

“De vrijheid bewijst zichzelf naarmate zij verwezenlijkt wordt” zei de Franse filosoof Jean-Paul Sartre: “De vrijheid wordt niet cadeau gedaan; men moet zichzelf veroveren op zijn hartstochten, op zijn geslacht, op zijn klasse en zijn volk en met zichzelf de andere mensen veroveren.”

Solidarité

FullSizeRender

Mijn hart bloedt voor Parijs, voor de doden en hun geliefden, hun familie, hun vrienden, hun collega’s. Mijn hart bloedt voor dit moment in de geschiedenis waarop mensen zo kunnen ontsporen.

Zo verwoordde David van Reybrouck zijn gevoelens daags na de  terroristische aanslagen in Parijs. Langzaam dringen de gevolgen van het bloedbad tot ons door. De slachtoffers hebben onze volle aandacht. Op sociale media circuleren berichten van mensen op zoek vaan hun geliefden. “Je cherche des nouvelles de ma fille Lola qui était au Bataclan pendant la fusillade.” Zestien uur later volgt het trieste bericht waarin de vader de dood van zijn dochter op twitter meldt: “Je viens d’avoir confirmation du décès de Lola. Merci à tous ceux qui nous ont aidé aujourd’hui.” De slachtoffers krijgen een gezicht als de dodenlijst bekend wordt gemaakt met veel jonge slachtoffers uit de hele wereld. Onze gedachten gaan uit naar de familie en naasten van de slachtoffers, met hen die door deze aanval zijn getroffen en met de Fransen.

Over de hele wereld wordt geschokt gereageerd en leven mensen met de Fransen mee. Wereldwijd kleuren gebouwen in de Franse driekleur als toonbeeld van solidariteit. Maar er klinkt ook oorlogstaal. President Hollande spreekt over een ‘oorlogsdaad’ uitgevoerd door een ‘terroristisch leger’. Premier Rutte benadrukt dat wij in oorlog zijn met IS. David van Reybrouck bekritiseert het oorlogszuchtige taalgebruik. Het doet denken aan de oorlogstaal van George Bush, gevolgd door de invasie in Irak die de voedingsbodem voor IS legde. De aanslagen blijken voor sommigen ook aanleiding om op te roepen de vluchtelingenstroom een halt toe te roepen. Dat is opmerkelijk, want de vluchtelingen zijn juist het slachtoffer van vergelijkbaar barbaars geweld dat zij dagelijks hebben ervaren en nu ontvluchten.

De terroristen hebben in Parijs een gerichte aanval gedaan op onze vrije manier van leven. Juist in deze tijd is het belangrijk ons niet te laten uitspelen en de eenheid te bewaren. Ons land heeft een lange traditie van opvang en integratie van migranten en vluchtelingen. Door de eeuwen heen zijn mensen met diverse culturele achtergronden in onze samenleving geïntegreerd. In die samenleving is geen ruimte voor sociale uitsluiting. Radicale elementen worden niet getolereerd.

In 2006 namen Hans Dijkstal en Mohamed Rabbae het initiatief voor oprichting van de beweging ‘één land één samenleving’ als antwoord op de toenemende intolerantie in de samenleving. Die beweging richt zich op een ‘samenleving, die kracht put uit de aanwezigheid van mensen met diverse culturele en etnische achtergronden’. Onze landsgrenzen zijn nu verschoven naar Europese buitengrenzen. Het wordt hoogtijd voor een Europese beweging om de toegevoegde waarde van nieuwkomers tot zijn recht te laten komen op basis van respect, solidariteit en tolerantie.