Flexibele gemeente is netwerkorganisatie

o-PEOPLE-IN-CITY-facebook

“Rijk en gemeenten staan voor een grote opgave om de decentralisaties in goede banen te leiden, zonder burgers daar onnodig hinder van te laten ondervinden.” stelde minister Plasterk. Hij koppelde destijds de decentralisaties aan schaalvergroting naar 100.000+ gemeenten. Dit is een heilloze weg, want het gaat uit van een verouderd hiërarchische model en achterhaalde maakbaarheid. In de huidige netwerksamenleving moet de overheid juist leren delen, loslaten en zich op de regels concentreren.

Weg van het hiërarchische model
De rol van de overheid in de samenleving verandert. Omdat maatschappelijke kwesties de bestuurlijke grenzen overstijgen moeten steeds meer overheidspartijen samenwerken, al dan niet met burgers en bedrijven. De overheid zal daarvoor een transformatie ondergaan. Dat betekent een andere manier van denken. Want blijven denken in een hiërarchisch model en je eigen processen daarin centraal stellen en verder standaardiseren is niet de juiste aanpak. Je moet de burger juist maatwerk bieden. Daarbij past een kleine gemeente die dicht bij haar inwoners staat. En wat er achter het fysieke loket gebeurt, dat kun je op een andere manier organiseren.

Overheid als netwerk
Een eigenschap van een netwerksamenleving tegenover een hiërarchie is dat het dienstenmodel en het organisatiemodel uit elkaar kunnen gaan lopen. Gemeenten hoeven daarvoor niet allemaal te fuseren. Een overheid als netwerk maakt het juist mogelijk op elke plek te zitten, maar daar niet alles te hoeven leveren. Samenwerkende diensten kunnen het volledige palet aan dienstverlening overeind houden voor de burger, zonder dat je daarvoor de gemeenten groot hoeft te maken. Om die diensten te kunnen laten samenwerken moeten ze wel hun regels eenduidig beschrijven en technisch (digitaal) toegankelijk en uitwisselbaar maken. Dat maakt allerlei nieuwe verbanden mogelijk die veel meer flexibiliteit bieden met faciliteiten voor maatwerk.

Free flight
De gewenste flexibiliteit is te vergelijken met het beoogde ‘free flight’-concept in de luchtvaart. In de luchtverkeerscontrole werkt men nu nog met gecoördineerde corridors, een soort ‘luchtsnelwegen’ boven Europa, waar vliegtuigen doorheen worden gedirigeerd. Maar bij free flight kiest de piloot zijn eigen route, waarbij hij zich wel aan beperkingen moet houden, bijvoorbeeld een minimale afstand tot andere vliegtuigen en een minimum- en maximumhoogte. Resultaat: vluchten worden korter en de luchtcapaciteit neemt toe. Het is een metafoor voor onze huidige processen. Die hebben we nu ingericht met het flow-geloof. En wat blijkt? Je wordt als burger vaak langs flows geleid waar je eigenlijk niet hoeft te zijn. Maar bij regel gebaseerd werken ‘vlieg’ je waar je heen wilt, met inachtneming van regels en conflicthantering. Het is geen triviale chaos, want de regels regelen precies genoeg. Zo bestrijd je dus ook administratieve overlast.

Onverstandige fusies
In 2025 zou Nederland minder dan 150 gemeenten moeten tellen. Daardoor moet 95 procent van de gemeenten fuseren. Toen Plasterk nog minister van onderwijs was toonde hij zich nog een groot tegenstander van schaalvergroting: “Bedrijfsmatige modellen, met de wind van het neoliberalisme in de rug, hebben geleid tot schaalvergroting. Een wet waarmee onverstandige fusies tegengegaan kunnen worden, is de ministerraad gepasseerd.” schreef hij destijds aan de Tweede Kamer.

Gezonde prikkel is achterhaald

skatebaan

De overheid wil gewenst gedrag stimuleren. Als je dat gewenste gedrag vertoont dan word je beloond. Meestal gebeurt dat in de vorm van geld. Je krijgt meer of betaalt minder. We noemen dat een gezonde prikkel. Deze wordt altijd top down wordt toegediend. Maar op een gegeven moment werkt het niet meer en lokt de prikkel ongewenst gedrag uit. Dan spreken we van een perverse prikkel.

Gezonde prikkel wordt perverse prikkel
Sommige prikkels hebben totaal geen effect. Niemand gaat minder drinken of autorijden door de omvang van de accijnzen op alcohol en benzine. En als het ons te gortig wordt dan bedenken we maatregelen die de pijn wegnemen. De leaseregelingen bijvoorbeeld stimuleren juist het rijden van zoveel mogelijk kilometers. Maar vaak hebben de prikkels een ongewenste uitwerking. De hypotheekrente aftrek was ooit bedoeld om het eigen woningbezit te stimuleren. Het heeft de bevolking met torenhoge schulden opgezadeld. De aftrek zit inmiddels volledig verdisconteerd in de huizenprijzen die veel hoger zijn dan in onze buurlanden die de aftrek niet hebben. Het stimuleringsbeleid van de overheid heeft een averechts effect gehad. Mensen met grote villa’s profiteren van de aftrek. Starters komen niet aan de bak. Eigenlijk zou niet de schuld, maar de aflossing aftrekbaar moeten zijn. Andere prikkels met ongewenste effecten zijn de publicatiedruk in de wetenschap en bonussen in het bedrijfsleven. Publicatieprikkels resulteren in irrelevante publicaties en soms zelfs vervalsing van onderzoeksgegevens. De bonussen in het bedrijfsleven lokken risicovol gedrag uit.

Technocratisch denken
De prikkels helpen ons niet langer verder vooruit, maar lijken een doel op zich te zijn geworden. Onze westerse wereld wordt met het stijgen van de welvaart steeds meer gedomineerd door het technocratisch denken. Alleen de feiten tellen en meten is weten. Morele overwegingen worden daardoor op de achtergrond gedrongen. Die waardevrije technocratische benadering is volledig doorgeslagen. Een mooi voorbeeld daarvan is de aanpak van Annemarie Jorritsma in de richting van de jongeren in haar gemeente. Zij beloofde te zullen meebetalen aan een skatebaan als het vandalisme rond de jaarwisseling binnen de perken zou blijven. Dat bleek het geval en de ruim 70.000 euro schade in Almere tijdens oudejaarsnacht beloonde zij vervolgens met een skatebaan.

Overheid moet leren loslaten
In de moderne netwerksamenleving werkt het stimuleringsbeleid van de overheid niet meer. Top down sturing om gedrag te beïnvloeden wordt steeds minder geaccepteerd en werkt meestal averechts. De effecten van het sturen met geld zijn ook bijna geheel verdwenen. De overheid moet leren loslaten. Zij zal zich moeten beperken tot het scheppen van (wettelijke) kaders. De samenleving zal in toenemende mate zichzelf gaan organiseren. Mensen hoeven niet meer van buitenaf te worden geprikkeld. Zij halen voldoening uit wat zij zelf tot stand brengen in hun omgeving.

Intermediairs graven eigen graf

middle man

Na afloop van de crisis lonkt de netwerksamenleving. Die wordt gekenmerkt door verbondenheid, een horizontale structuur, collectiviteit op kleine schaal en zelforganisatie. In de netwerksamenleving is er alleen bestaansrecht voor organisaties die waarde toevoegen en bereid zijn kennis te delen. Organisaties die zich beroepen op hun kennismonopolie en op basis daarvan transacties tot stand brengen zullen op termijn verdwijnen. Want vraag en aanbod vinden elkaar rechtstreeks via sociale media.

Gouden tijden intermediairs voorbij
Makelaars, recruiters en uitzendbureaus krijgen het moeilijk. Kopers en verkopers van huizen vinden elkaar via websites zoals jaap.nl. Vacatures worden vervuld via websites zoals Jobbird.com, LinkedIn.com en Werk.nl. En tijdelijk arbeidskrachten zijn snel gevonden via marktplaatsen voor zzp’ers. Tussenpersonen van financiële producten zitten helemaal in de knel. Sinds begin dit jaar mogen zij geen provisie meer vragen bij de verkoop van hypotheken en levensverzekeringen. Jarenlang zijn wij tijdens etenstijd gestoord door financiële adviseurs die belden om een woekerpolis aan te prijzen. De gouden tijden voor tussenpersonen zijn voorbij, maar zij houden zich nog krampachtig vast aan het verworven monopolie.

Intermediairs dienen eigen belang
Voor mij als consument heeft de tussenpersoon geen enkele toegevoegde waarde. Dat heb ik ervaren in de contacten met de tussenpersoon van mijn ex-werkgever voor pensioenen en verzekeringen. De tussenpersoon stuurde alle post van verzekeraars door met een begeleidende brief. Ik kon bij de tussenpersoon ook terecht voor aanvullende diensten, zoals een autoverzekering voor mijn echtgenote. Na een paar jaar bleek dat ik daardoor veel te duur uit was. Op een gegeven moment kwam ik er achter dat de tussenpersoon een overzicht van mijn ziektekostendeclaraties had doorgestuurd naar mijn werkgever. Dat is natuurlijk een flagrante schending van mijn privacy. Het was wel meteen duidelijk welke belangen de tussenpersoon dient.

Intermediairs beschermen monopolie
Na mijn overstap naar een andere werkgever kon ik mijn ziektekostenverzekering continueren. Ik hoopte daarmee ook van de tussenpersoon verlost te zijn. Dat bleek ijdele hoop. Via het portaal van de zorgverzekeraar wilde ik de betaalwijze wijzigen. Ik kreeg een foutmelding en belde de klantenservice. Maar ook de klantenservice kon mij niet helpen. Alle wijzigingen die je normaal snel via internet kan doorvoeren moeten worden aangevraagd via de tussenpersoon. Ik bel de tussenpersoon en krijg het verzoek mijn mutatie schriftelijk in te dienen. Dat doe ik en een paar dagen later krijg ik antwoord van de tussenpersoon: ‘Uw verzoek is doorgestuurd naar zorgverzekeraar. Met vriendelijke groet, Fatima’.

Wantrouw intermediairs
Nu moet ik natuurlijk nog controleren of mijn verzoek goed is aangekomen bij de zorgverzekeraar. “Wat is de toegevoegde waarde van de tussenpersoon?” wil ik weten. “Ik zou het u niet kunnen zeggen, maar via een ander collectief bent u voordelig uit.” is het antwoord. Dat advies ga ik maar opvolgen. Nooit meer wil ik te maken krijgen met tussenpersonen. Ik wantrouw alle intermediairs die hun bestaansrecht ontlenen aan unieke toegang tot informatie. Maar gelukkig zullen zij vanzelf verdwijnen. Zij hebben hun eigen graf gegraven.