Goed opdrachtgeverschap

Een succesvol ICT-project vergt een goed samenspel tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. De opdrachtgever moet de juiste condities scheppen om de opdrachtnemer optimaal te laten presteren. De opdrachtnemer moet kwaliteit op de eerste plaats zetten. Zowel opdrachtnemer als opdrachtgever moeten bereid zijn zich kwetsbaar op te stellen en streven naar een win-win relatie. Wederzijds vertrouwen is een belangrijke succesfactor.

Twaalf jaar geleden was ik betrokken bij één van de ambitieuze overheidsprojecten: het ontwikkelen van de ICT-infrastructuur voor een shared service van personeelsdiensten voor de rijksoverheid. Wij hadden de opdracht om de personeelsadministraties van alle ministeries op één platform te bundelen en daar zelfbedieningsfuncties aan toe te voegen. Maar het lukte in een jaar tijd niet om alle ministeries op één lijn te krijgen. Door gebrek aan wederzijds vertrouwen werd anderhalf jaar na de projectstart gezamenlijk overeengekomen het contract te ontbinden. Alle partijen zijn tekortgeschoten, maar na de scheiding toont de opdrachtgever nog weinig zelfreflectie. In een interview in Binnenlands Bestuur geeft hij de opdrachtnemer de schuld van de mislukte relatie:

“Helaas, het kunstje was voor hen moeilijker dan gedacht. Wij rekenden op hun massieve bijstand, maar die kwam niet terwijl de ontwikkelingskosten opliepen. We merkten dat wij het werk van die marktpartijen zaten te doen. De opdracht was om eerst de personeelsprocessen te standaardiseren zodat ze geautomatiseerd konden worden. We hadden gehoopt dat de marktpartijen wisten welke standaards gangbaar waren en hoe de organisatie daaraan kon worden aangepast. Maar we kwamen er achter dat we daar zelf meer verstand van hadden.”

De Algemene Rekenkamer constateerde tekortkomingen in het opdrachtgeverschap van de overheid. Die tekortkomingen werden snel gerepareerd. Er kwam een gefaseerde aanpak met een actieve rol van de ministeries en marktpartijen. De overheid maakte werk van de standaardisatie en ICT-bedrijven zorgden aansluitend voor implementatie van de systemen. Na een doorstart werd het project alsnog een succes, dankzij professioneel opdrachtgeverschap en goede samenwerking.

Vorige maand presenteerde de Studiegroep ‘Informatiesamenleving en Overheid’ een advies over het verbeteren van het functioneren van de digitale overheid. De studiegroep laat zich in het rapport kritisch uit over de afhankelijkheid van grote ICT-aanbieders. Die zou een belangrijke belemmering vormen voor verdere digitale transformatie. De voorzitter van de studiegroep hierover in iBestuur: “Dit rapport is geen pleidooi tegen uitbesteden. Maar wij zeggen wel dat we alleen dingen zouden moeten uitbesteden die we in principe ook zelf kunnen doen. Dat impliceert dat onze expertise tenminste gelijkwaardig moet zijn aan die van de markt.” Het is een opmerkelijke uitspraak die veel vragen oproept. Duidelijk is evenwel dat de overheid in deze meer afstand neemt van de markt en meer ontwikkelingen voor een digitale infrastructuur met eigen mensen wil gaan doen.

De voorgenomen wijze van doorontwikkeling van de digitale infrastructuur staat in schril contrast met de benadering die de overheid hanteert voor de inrichting van de fysieke infrastructuur. Daar wordt juist geïnvesteerd in verbetering van de relatie met de markt. Vertegenwoordigers van overheden, brancheorganisaties en bedrijven stelden gezamenlijk een Marktvisie op, gericht op samenwerking en wederzijds vertrouwen. De hiërarchische opdrachtgever-opdrachtnemer verhouding maakt plaats voor samenwerking in de keten op basis van gelijkwaardigheid en complementariteit, met ieder een eigen rol en verantwoordelijkheid. Het initiatief van Rijkswaterstaat getuigt van goed opdrachtgeverschap en verdient navolging in andere sectoren.