Een feest van de democratie

2016-11-20_17-33-47_000

Het Oekrainereferendum, de Brexit en de verkiezing van Trump tekenen de trend van de huidige westerse democratie. Kiezers lijken massaal op drift. Zij keren zich tegen traditionele en gevestigde partijen en zoeken hun heil bij populistische groeperingen. Inmiddels heeft het populisme ook de meeste traditionele partijen besmet. Kan deze trend nog tot stilstand worden gebracht?

CDA-leider Sybrand Buma doet een goede aanzet in zijn nieuwe boek ‘Tegen het cynisme. Voor een nieuwe moraal in de politiek’. Daarin steekt hij ook de hand in eigen boezem en trekt ten strijde tegen het cynisme. “De politiek is cynisch en biedt de kiezer eerder minder dan meer vertrouwen. Je ziet een ontwikkeling van mensen die zich verdrukt voelen in een tijd van globalisering. De verkiezing van Donald Trump is eigenlijk een uiting van grote onzekerheid en mensen die afhaken bij het politieke systeem”, zegt Buma in een interview. Buma beschrijft de ontwikkeling van de politiek in een historisch perspectief. Daarbij gaat hij terug naar het tijdperk van de oude Grieken. Ook beschrijft hij uitgebreid hoe het kabinet Rutte I voortijdig viel nadat de PVV-onderhandelaars uit het Catshuis waren weggelopen met het akkoord in zicht. Hij moest zijn zoon met spoed een kostuum laten bezorgen om stemmig gekleed aan te kunnen schuiven bij de persconferentie.

Buma verzuimt te vermelden hoe het kabinet tot stand kwam en hoe de kritiek binnen de partij destijds werd weggewuifd. Op 2 oktober 2010 CDA hield het congres over de voorgenomen regeringsdeelname nog vóórdat de Tweede Kamerfractie ermee had ingestemd. Ruim een miljoen kijkers waren destijds getuige van het CDA-formatiecongres dat rechtstreeks werd uitgezonden. Veel CDA-prominenten hebben de partijtop tijdens het congres gewaarschuwd en daarin met terugwerkende kracht hun gelijk gekregen.

“Doe dit de mensen van ons land niet aan, doe dit onze partij niet aan, doe dit het land niet aan” sprak Ernst Hirsch Ballin tot het CDA-congres. Hij was oprecht bezorgd over de toekomst van zijn partij en de inhoud van het gedoogakkoord, waaronder de beperkingen voor migratie en naturalisatie. Hij vreesde dat een grote groep zou worden uitgesloten en bestempeld tot tweederangs burgers. Veel oudgedienden binnen het CDA spraken zich op het congres uit tegen de samenwerking met de PVV. Hannie van Leeuwen: “Ik stem tegen, maar loop niet weg en blijf vechten”. De 95-jarige oud-premier Piet de Jong zei het als volgt: “Dat ik dat op mijn oude dag moet meemaken, dat de hand wordt gelicht met de godsdienstvrijheid. Dat kan niet.” De nieuwe generatie onder aanvoering van Camiel Eurlings en Maxime Verhagen hielden daarentegen een pleidooi om niet weg te lopen voor de verantwoordelijkheden.

Zo tekende zich een diepe verdeeldheid af in het CDA, die voor eenieder zichtbaar was tijdens de uitzending van het partijcongres. De debatten waren fel en emotioneel. De ‘C’ van Christelijk was ver te zoeken. Tot er gestemd moest worden. In de banken werden de collectemandjes doorgegeven waarin de leden een stembiljet konden plaatsen. Hoewel vooraf bekend was dat een ruime meerderheid zich voor kabinetsdeelname zou uitspreken was de exacte uitslag nog lang spannend. Eerst werd met hand opsteken gestemd: “Als je voor bent stem je tegen, duidelijker kan ik het niet zeggen”. Daarna met gekleurde briefjes. Geel voor een voorstem en geel voor een tegenstem. Nadat alle stemmen handmatig waren geteld bleek dat twee derde voor deelname aan het kabinet had gestemd. De voorzitter maakte bekend dat 1274 leden, een derde van alle stemmen, tegen had gestemd. Voor een CDA congres, dat gewend is dergelijke besluiten met unanimiteit aan te nemen, was dat een historisch groot aantal.

Maxime Verhagen besloot het congres met: “Dit is een feest, een feest van de democratie”.

Een parlement met 16.915.744 zetels

Oranje supporters

Ons land telt bijna 17 miljoen bondscoaches. Zij beoefenen in actieve of passieve vorm de voetbalsport en adviseren de echte coach tijdens de wedstrijden van Oranje. Ons parlement moet het doen met 150 leden in de Tweede en 75 leden in de Eerste Kamer.

Deze parlementsleden moeten met een minimale ondersteuning het functioneren van de regering controleren. Zij hebben daarvoor het mandaat gekregen van de kiezers. Die kiezers hebben gekozen op basis van een verkiezingsprogramma, waarvan zij weten dat dat nooit zal worden uitgevoerd. Vier jaar lang moeten zij passief toezien hoe hun volksvertegenwoordigers het er van af brengen. Het wordt dus hoog tijd de samenleving meer te betrekken in het democratische proces. De wijsheid van velen kan beter worden aangewend voor het versterken van onze parlementaire democratie.

Prille geschiedenis van onze democratie

Vlak voor haar vertrek als kamervoorzitter gaf Gerdi Verbeet haar visie op de toekomst van onze democratie. Zij plaatste onze democratie in historisch perspectief en nam ons mee naar het jaar 1858. Een nieuw kabinet trad toen aan onder leiding van Jan Jacob Rochusesen. En wie had hem gekozen? Een electoraat bestaande uit alle mannelijke Nederlanders ouder dan 23 die meer dan 100 gulden belasting betaalden. Dat was niet meer dan 10% van de volwassen mannen en dus een heel laag percentage van de totale bevolking. Er zou nog 64 jaar overheen gaan voordat in 1922 het volledige algemene kiesrecht werd ingevoerd voor mannen en vrouwen. Gerdi Verbeet benadrukt dat onze democratie dus nog niet zo lang bestaat. We moeten haar onderhouden en goed voor haar zorgen.

Wisdom of the Crowds

Het onderhoud van onze democratie impliceert ook het betrekken van de samenleving in de uitdagingen waar wij nu voor staan. Onze gezondheidszorg, ons leefmilieu, onze veiligheid en sociale zekerheid willen wij beschermen. Maar de crisis heeft geleerd dat de oude structuren niet meer werken. Voor het aanpakken van de maatschappelijke vraagstukken zullen burgers, overheid, bedrijfsleven en wetenschap samen moeten werken en verantwoordelijkheid moeten nemen. De beschikbare kennis, creativiteit en denkkracht binnen de samenleving wordt nu nog onvoldoende benut. Maar door de komst van nieuwe technologieën, zoals de sociale media, het mobiel, de cloud en sensoren, zijn er meer mogelijkheden voor burgers om zichzelf te organiseren, samen te werken en te beslissen. Burgers kunnen daardoor zelf invloed uitoefenen om onze samenleving slimmer, socialer, veiliger en duurzamer te maken.

Burgerinitiatief centraal 

Bedrijven en overheden zullen moeten inleveren op hun huidige controle en macht. Zij zullen een gewijzigde positie ten opzichte van de samenleving gaan innemen. Dat begint op lokaal niveau. Burgers worden uitgenodigd tot zelforganisatie. Een mooie aanzet daartoe doet het Planbureau voor Leefomgeving in haar rapport ‘Vormgeven aan de Spontane Stad’. Daarin bepleit het PBL voor organische gebiedsontwikkeling waarin ruimte is voor initiatieven voor burgers en bedrijven. Het Rijk moet dan soepeler omspringen met de regelgeving en gemeenten moeten hun regierol loslaten. De overheid zal dan in mindere mate haar eigen burgers gaan controleren en meer zelforganisatie stimuleren. Politieke partijen zullen minder eigen standpunten uitventen en de mogelijkheden van sociale media beter gaan benutten. Zij zullen inzien dat alleen zenden van eigen standpunten op sociale media asociaal is. De media zullen zij dus veel meer gaan gebruiken om te luisteren naar en opvolging te geven aan signalen in de samenleving. Daardoor krijgen burgers meer invloed op hun leefomgeving en te nemen beslissingen. We evolueren dan geleidelijk van een representatieve democratie naar een meer directe democratie.