In de voetsporen van Petrarca

Dertig jaar geleden fietste ik voor het eerst naar de top van de Mont Ventoux. Sindsdien keer ik er elk jaar weer terug. Het is niet alleen de fysieke uitdaging die mij aantrekt tot de berg, maar bovenal ook de schoonheid van het Provençaalse landschap. Toch zie je al fietsend maar een beperkt deel van dat landschap. Tijdens de klim stap je niet af. Je ziet voornamelijk het asfalt, vangrails en passerende auto’s. De blik is voortdurend gericht op de top die steeds dichter bij komt.

De Ventoux is voornamelijk bekend als fietsberg van de Tour de France en de talrijke fietstoeristen die jaarlijks op de berg af komen. Hoewel je er ook schitterende wandelingen kunt maken, is de berg minder bekend als wandelgebied. Toch beklom de Italiaanse dichter Francesco Petrarca al in 1336 de Mont Ventoux te voet. Hij deed dit ‘louter uit begeerte om zijn bijzondere hoogte nader in ogenschouw te nemen’ zo schreef hij in een brief waarin hij verslag deed van deze gebeurtenis. Mijn zoon en ik namen ons voor om deze zomer wandelend op de flanken van de Ventoux dezelfde toestand van gelukzaligheid te gaan ervaren.

Via Malaucène rijden wij in de auto naar  Mont-Serein. Vanaf de camping beginnen wij aan onze wandeling naar de top. Mijn zoon houdt het tempo hoog en al snel passeren wij een groep ervaren wandelaars. ‘Ils montent trop vite’ is hun commentaar dat ik achter mij hoor. De Franse wandelaars slaan rechtsaf het bospad in naar de Mont Ventoux. Deze route wordt aangegeven met een lengte van 1,5 km en 1 uur 50 wandeltijd. Wij lopen aan deze afslag voorbij en nemen de route van de GR9 die van de noordflank naar de zuidkant van de Ventoux voert. Het pad loopt wissend over een smalle richel door een steenvlakte en bospaden. We komen vrijwel geen wandelaars meer tegen en genieten van de schitterende vergezichten.

Wij lopen niet helemaal door naar Chalet Reynard, maar nemen een klim naar de kam van de Ventoux. Met de toren in zicht lopen we een lange weg over de kale vlakte naar de top. We passeren een kudde schapen die het schaarse gras tussen keien trekken. De honden bij de kudde houden ons scherp in de gaten. Even verderop komen twee mountainbikers langs de houten palen afdalen over de kam. Als we de top naderen wordt het drukker met wandelaars. De fietsers op de weg vanaf Chalet Reynard zien we hun laatste zware kilometer naar de top afleggen. De fotograaf moet telkens een sprint trekken om zijn bestelkaartje bij de zwoegende fietsers te bezorgen.

Wij pauzeren in café Vendran op de top voor  een traktatie van tarte aux myrtilles en warme chocolademelk.  Daarna lopen we langs de pelgrimpskapel Sainte-Croix naar de observatoire. Daar nemen we in slalom de kortst mogelijke zware afdaling over de kale berghelling naar Mont-Serein.

Onze wandeling van ruim 13 kilometer hebben wij afgelegd in 3 uur 42. Petrarca had meer dan twintig uur nodig om zijn expeditie naar de top te volbrengen. Het moet een loodzware tocht zijn geweest, want in zijn tijd was de berg nog een dicht begroeid oerwoud. Na de Middeleeuwen werd de berg stelselmatig kaal gekapt. Het hout werd gebruikt voor de oorlogsindustrie en opbouw van de vloot. Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw kwam een einde aan ontbossing van de berg. Het massief werd daarna zowel aan noord- als de zuidzijde bebost, met uitzondering van het maanlandschap op de top. Die combinatie maakt de Ventoux tot een magische berg met prachtige vergezichten die wandelend het best kan worden verkend. De begeerte van de bijzondere hoogte die Petrarca beschrijft hebben wij ook mogen ervaren tijdens onze wandeling.

 

King of Mont Ventoux

D0818-Vsud-sim_2898

De berg openbaart zich in de zomer van 1987 voor het eerst aan mij. Vanaf het Rhônedal  torent de  ‘Reus van de Provence’ indrukwekkend uit boven het landschap van de Vaucluse met wijngaarden en lavendelvelden. Na fietsbeklimmingen in de Alpen en de Pyreneeën staat de Mont Ventoux nog op mijn verlanglijstje. De wielerverhalen over de loodzware beklimming en Tommy Simpson maken mijn verlangen om naar de top te fietsen nog intenser.

De aanloop vanaf Vaison la Romaine en Malaucène gaat lekker. De eerste kilometers van de klim vanuit Bedoin gaan ook vlot. Na de haarspeldbocht in Saint- Estève begint het echte klimwerk door het bos. De weg blijft kilometerslang stijgen met af en toe een flauwe bocht. Een paar dagen terug werd de tijdrit in de Tour van Carpentras via Bedoin naar de Ventoux verreden. Op het wegdek gekalkte namen van de renners ‘Mottet, Delgado, Fignon, Breukink, Jeff’ zijn daarvan het bewijs. Dan steekt er plots een potdichte mist op. Zelfs de bomen in het bos kan ik niet meer zien. Ik moet mij op de witte streep aan de rechterkant van het wegdek oriënteren om op de weg te blijven fietsen. Bij Chalet Renard rij ik bijna het terras op, maar even later heb ik de wegmarkering weer te pakken van de slingers door het maanlandschap. Na anderhalf uur klimmen arriveer ik verkleumd en uitgeput bij het restaurant op de top van de Ventoux.

De tijdrit in de Tour van 1987 werd gewonnen door de Franse belofte van destijds: Jean-François ‘Jeff’ Bernard. Hij rijdt op een tijdritfiets tot de voet van de klim. Daarna wisselt hij van fiets en rijdt in een straf tempo naar de top. Hij kent geen verzwakking en bereikt de top in een recordtijd van 58:02. Hij rijdt iedereen op grote achterstand en pakt de gele trui. Hij lijkt kansrijk voor de Tourzege, maar verliest de trui daags daarna door pech. In de bergrit naar Villars-de-Lans rijdt hij meerdere keren lek. Hij moet in de achtervolging, maar is alleen en slaagt er niet in het gat met de favorieten te dichten. Stephen Roche wint uiteindelijk de Tour, Bernard wordt derde. Het is het hoogtepunt van zijn wielercarrière. Een jaar later komt hij in de Giro lelijk ten val in een onverlichte tunnel. Hij wordt geplaagd door blessures en eindigt zijn carrière als meesterknecht van Miguel Indurain.

2016-08-28_143057000_C488E_iOS

Vijfentwintig jaar na zijn Ventoux-zege strijdt Bernard samen met vier Ventoux-winnaars om de titel ‘Koning van de Mont Ventoux’. Het is een virtuele wedstrijd tussen vijf ritwinnaars: Eddy Merckx (1970), Jean François Bernard (1987), Marco Pantani (2000), Richard Virenque (2002) en Juan Manuel Garate (2009). In de film zijn we samen met Bernard, Virenque en Garate – die live commentaar geven – getuige van een strijd van wielrenners uit verschillende generaties die gelijktijdig de berg beklimmen, inclusief inzicht in de onderlinge tussentijden. Vooraf weten we al dat het geen eerlijke strijd is. Bernard reed de Ventoux in een tijdrit na een korte aanloop van 15 kilometer. De overige renners beklommen de Ventoux tot slot van een lange etappe. Merckx reed op een racefiets die vier kilo zwaarder is dan de moderne fiets van Garate. Niettemin zien we een strijd die tot de laatste kilometer spannend blijft met een verrassende winnaar.

Tot vijf jaar terug was de strijd om de Ventoux voorbehouden aan wielrenners van de Tour, Dauphiné of Paris-Nice. De laatste jaren kunnen we middels sportieve sociale media applicaties virtueel de strijd tegen onszelf en anderen aangaan. Het gebruik van Strava nam een grote vlucht sinds Laurens ten Dam het gebruik van de app in 2012 in de Avondetappe bij Mart Smeets aanprees. Met een tijd van 58:26, die hij reed in de Tour van 2013, is Ten Dam King of Mountain van de Ventoux. Je kunt jouw tijd met de profs vergelijken, maar ook met die van vrienden, leeftijdsgenoten of met eigen tijden per segment. Zo verbeterde ik dit jaar mijn persoonlijke records op de Ventoux van de afgelopen drie jaar. Dankzij Strava is iedereen een beetje Koning van de Mont Ventoux.

Geluk op de top

ici commence l'enfer

Na een beklimming van twintig uur bereikte de Italiaanse dichter Francesco Petrarca in 1336 de top van de Mont Ventoux. Hij beklom de berg, getuige zijn brief aan de augustijner monnik Dionigi, “louter uit begeerte om zijn bijzondere hoogte in ogenschouw te nemen”. Het bereiken van de top gaf Petrarca een gevoel van gelukzaligheid, gevolgd door het genot van het panoramisch landschap. Een kleine zevenhonderd jaar later treden duizenden mensen in de voetsporen van Petrarca.

De voettocht van Petrarca door moeilijk toegankelijke boshellingen heeft plaatsgemaakt voor fietsbeklimmingen via drie goed geasfalteerde wegen naar de top van de Mont Ventoux (1.911 m). Dagelijks verzamelen groepen wielrenners op de parkeerplaatsen van Malaucène  en Bedoin om de Ventoux te beklimmen. In een langgerekt peloton fietsen zij naar de top: sportieve wielrenners, oudere mannen met bierbuik, jongeren op kinderfietsjes met hun ouders. Getraind of ongetraind: de berg moet worden bedwongen. Hoe groter de fysieke uitdaging, des te groter lijkt de voldoening na het bereiken van de top.

Voor de fietsliefhebber die de drukte op de Ventoux wil vermijden zijn er voldoende uitdagende cols in de Franse Alpen. De col du Galibier is met een hoogte van 2.645 m vaak het dak van de Tour de France. Mooie en lange beklimmingen hebben ook de Col de l’Iseran (2.770 m) en de Col de la Bonette Restefond (2.802 m). Fietsers die de ultieme uitdaging willen aangaan kunnen de Col du Parpaillon proberen. Deze bergpas is 2.780 meter hoog. De weg is bezaaid met keien en daardoor moeilijk berijdbaar. Tijdens de inspanning om naar boven te manoeuvreren kom je niemand tegen en ben je één met de natuur. Het laatste stuk van de beklimming moet door een tunnel met water en ijs worden geploegd.

Een uitdagende klim vanwege de steile passages is de Mont Bouquet (630 m). Deze rotsformatie met zendmasten op de top is van grote afstand te zien vanuit de Gard bij Alès. Na één kilometer klimmen is de waarschuwing ‘ici commence l’enfer!!!’ op het wegdek gekalkt. Daarna stijgt de weg afwisselend met soms meer dan 20 procent. Het voorwiel komt door het trekken aan het stuur los van het wegdek en de benen verzuren. Eenmaal boven wacht het standbeeld van Maria met kind en een prachtig panoramisch uitzicht over het glooiend landschap van de Gard en de Cevennes. In de verte lonkt de Mont Ventoux. De Mont Bouquet fiets ik vaak ter voorbereiding op de Ventoux. Als de Bouquet is bedwongen – zo houd ik mezelf voor – kan ik ook wel de lastige Ventoux-passages in het bos vanaf Saint Estève of na Belvedère in de klim vanaf Malaucène verwerken.

Deze zomer fiets ik samen met een Belgische Ventoux-liefhebber vanuit Malaucène naar de top van de Ventoux. Hij heeft die ochtend  de klim vanuit Bedoin al gedaan. Auto’s versperren de doorgang op het laatste rechte stuk naar de top. Mijn fietsmaat daalt af naar Sault om van daaruit de laatste Ventoux belimming van de dag te ondernemen. Ik daal weer af richting Malaucène. Motorrijders halen met hoge snelheid auto’s in op hun weg naar boven. Zij scheren op de dalende weghelft rakelings langs mij heen. In de loop der jaren ben ik steeds voorzichter gaan dalen. Ik heb ongelukken op de Ventoux gezien en meegemaakt. Vanuit ons vakantiehuis aan de voet van de berg zien wij dagelijks ambulances omhoog rijden. Gemiddeld valt een twintigtal fietsdoden per jaar op de flanken van de Ventoux. De helft daarvan overlijdt als gevolg van een valpartij of aanrijding tijdens de afdaling. De andere helft bezwijkt tijdens de loodzware klim, meestal als gevolg van hartfalen.

Weinigen laten zich afschrikken door de risico’s van de Ventoux. De wielerverhalen en het overlijden van Tommy Simpson in 1967 op 1,3 km van de top geven de Ventoux bijna mythische proporties. Veel oudere sporters voelen zich aangetrokken tot de beklimming van de Mont Ventoux. Petrarca wijst hen de weg: “Op de top is het einddoel van alles, het einde van de weg: daar ligt de bestemming van onze reis. […] Maar het is van tweeën één: hoe lang je ook hebt rondgedwaald, bezwaard door de last van de dom voor je uit geschoven inspanning, het is óf de top van het gelukzalig leven bereiken óf uitgeput neertuimelen in de diepten van je zonden.”