Coronaprivacy

Als we massaal bereid zijn om onze locatiegegevens te delen met Google waarom zijn wij dan zo terughoudend datzelfde te doen met onze overheid? Zeker nu deze data in de huidige crisis cruciaal zijn bij het indammen van het coronavirus en het weer op gang krijgen van de economie. Nauwelijks was minister in zijn persconferentie over de Corona-apps uitgesproken of er kwam een stroom van reacties los. Het ging allang niet meer over het effectief traceren van besmettingen, maar over mogelijke aantasting van onze privacy.

Een gelegenheidscoalitie “Veilig tegen Corona” onder leiding van Bits of Freedom en de Waag roept middels een manifest op te voldoen aan eisen privacy en informatieveiligheid. Kamerleden stellen in vervolg daarop kritische vragen aan de minister van VWS. Het manifest stelt dat de apps een tijdelijk karakter moeten hebben en alleen mogen worden ingezet om het virus onder controle te krijgen. Het gebruik van de apps mag op geen enkele wijze worden afgedwongen. De privacy moet volledig worden gewaarborgd: de gegevens mogen niet herleidbaar zijn tot personen en er mag geen centrale opslag zijn van persoonsgegevens. Alle gegevens moeten daarom in beginsel lokaal op de telefoon worden opgeslagen.

Die eisen, die in de marktuitvraag door het ministerie van VWS zijn overgenomen, verwijzen naar een oplossing waarbij telefoons zelf bijhouden bij welke andere telefoons ze in de buurt zijn geweest. Mensen die besmet zijn moeten dat zelf in de app registreren. Daarna krijgen de personen die in de buurt van een geïnfecteerd persoon  zijn geweest een bericht, waarna ze zelf maatregelen kunnen nemen. Deze oplossing lijkt technisch haalbaar nu Apple en Google hebben aangekondigd samen een api te zullen uitbrengen, waar apps voor contactonderzoek op basis van bluetooth gebruik van kunnen maken.

Het is echter maar de vraag of een app op basis van vrijwillig gebruik een succesvolle bijdrage kan leveren aan het traceren van besmette contacten. Het werkt alleen als er voldoende wordt getest en een meerderheid bereid is de app te gebruiken. De gebruikscijfers van een dergelijke app in Singapore stemmen alvast niet hoopvol, want slechts 20 procent van de Singaporezen gebruikt de app. En dan moeten we er nog op vertrouwen dat mensen die positief zijn getest dat ook netjes registreren in de app. Om maar niet te spreken van de onterechte registraties door zogenaamde digitale coronahoesters. Bij beperkt app gebruik kun je een positief getest persoon beter vragen om zijn directe contacten zelf digitaal te melden. Maar je zou de app ook kunnen afdwingen door het gebruik ervan te eisen bij toegang tot bijv. kantoren, winkels en bijeenkomsten. Verder ligt het voor de hand gedetecteerde contacten na positieve test te delen met de GGD als basis van het contactonderzoek.

Als de overheid gebruik zou kunnen maken van de locatiedata van Google dan zou er geen app meer nodig zijn. Google kan tot het intiemste detail met ons meekijken, want ons mobiel gaat in onze broekzak overal mee tot aan de WC toe. Je schrikt als je er achter komt wat Google allemaal van ons weet. Deze video geeft daarvan een mooi inkijkje. Dergelijke surveillancepraktijken accepteren we natuurlijk niet van onze overheid. Toch kan ik mij voorstellen dat je voor een beperkte periode en een urgent doel locatiegegevens deelt. Zo deel ik als burgervrijwilliger mijn locatie via de app HartslagNu, zodat ik kan worden opgeroepen voor een reanimatie in mijn directe omgeving. Ik accepteer zelfs dat de app 18 procent van de batterijcapaciteit verbruikt. Een paar weken terug ontving ik een oproep voor reanimatie. Ik vroeg mij af of ik er goed aan deed naar het slachtoffer te gaan in deze coronatijd. Ik heb immers geen beschermingsmiddelen. Welke risico’s zou de patiënt en ik zelf daarbij lopen? Zou je de mond op mondbeademing dan niet beter achterwege kunnen laten? Gelukkig werd de oproep kort na melding geannuleerd. Ik vroeg het Rode Kruis om advies of ik had moeten gaan en was verbaasd over het antwoord: “Hier is momenteel geen specifiek beleid voor. Het belangrijkste is dat jij, net zoals altijd, als burgerhulpverlener je eigen veiligheid vooropstelt.”

Ik heb inmiddels begrepen dat vijftigplussers niet meer worden opgeroepen voor een reanimatie, omdat zij in de risicogroep zitten. De locatievoorziening van de reanimatie app heb ik daarom uitgeschakeld. Als ik levens zou kunnen redden in deze crisistijd door het delen van mijn locatiegegevens, dan zou ik dat zeker doen. Ik adviseer iedereen daarom serieus te overwegen meer informatie te delen met de overheid om de coronacrisis te helpen bestrijden en voorts deze instructies te volgen voor het uitzetten van locatie volgen door Google.

Meer coronadata

Nu het coronavirus zich wereldwijd rap blijft verspreiden, moeten overheden en organisaties extra alert zijn op gezondheid en veiligheid van burgers, werknemers en klanten. Zij moeten daarbij beslissingen nemen op basis van een te geringe hoeveelheid data, want het door het RIVM gerapporteerde aantal positieve testen, ziekenhuisopnames en overleden patiënten is slechts het topje van de ijsberg. Meer data zou beschikbaar kunnen komen met behulp van publieke apps. Die worden in Nederland alleen nog nauwelijks gebruikt om de verspreiding van de ziekte te monitoren en op individueel niveau maatregelen te nemen.

Een positieve uitzondering is de corona check app die het Amsterdamse OLVG-ziekenhuis heeft laten ontwikkelen. Inwoners van de Amsterdamse regio kunnen in de app een dagboek bijhouden over de belangrijkste symptomen van het coronavirus, zoals keelpijn, neusverkoudheid, kortademigheid, koorts en hoesten. Een medisch team uit het ziekenhuis houdt toezicht en kan op basis van verstrekte data op individueel niveau van advies dienen. Deze aanpak verlicht de druk bij huisartsen en levert bovendien nuttige data en inzicht in het verloop van corona gerelateerde klachten.

In Singapore en China worden tracking apps op grote schaal ingezet om te controleren waar mensen zich bevinden. Zo kunnen mensen controleren of zij in de buurt zijn geweest van iemand die het coronavirus bij zich draagt. Inwoners van de Chinese stad Hangzhou moeten melden of ze recentelijk buiten de stad zijn gereisd en tevens eventuele symptomen doorgeven die kunnen wijzen op een ziekte, zoals koorts of hoesten. Na het invullen van de vragenlijst ontvangen gebruikers een op kleur gebaseerde QR-code op hun mobiele telefoon die hun gezondheidsstatus aangeeft. Mensen met een rode code krijgen de opdracht om 14 dagen in quarantaine te blijven. Gebruikers met een gele code krijgen de instructie om 7 dagen binnen te blijven, terwijl gebruikers met een groene code vrij kunnen reizen.

Een centraal systeem van online surveillance, zoals dat in China wordt toegepast, zou in Nederland ondenkbaar zijn. Ook het gebruik van locatiegegevens, al dan niet geanonimiseerd, ligt in ons land gevoelig. Telecomproviders zouden die data ter beschikking kunnen stellen, maar Google of Facebook kunnen veel meer bieden. Die platforms beschikken over een schat van gebruikersdata waaruit trends, zoals ziekteverspreiding, kunnen worden gesignaleerd. Zolang we niet over die gebruikersdata kunnen beschikken zit er niets anders op dan grootschalig data op te vragen over gezondheidsklachten, bijvoorbeeld door het opschalen van de corona check app.

In de VS ontwikkelde een bedrijf in de gezondheidszorg met meer dan 200.000 werknemers en zorgverleners  een ​​noodhulpapp. Met die app kan de zorgorganisatie de gezondheid, veiligheid en beschikbaarheid van haar personeel volgen en beheren. Het bedrijf heeft zo het volledige overzicht van ziekte(verschijnselen) van het personeel en eventueel van familieleden. Met behulp van de app heeft het bedrijf inzicht in gehele of gedeeltelijke uitval van personeel, waardoor het tijdig maatregelen kan nemen om de gezondheid, veiligheid en tevens de continuïteit te waarborgen. Het belang daarvan neemt toe, want nu al zien we het ziekteverzuim bij vitale beroepen, zoals de zorg, schoonmaak en transport, sterk toenemen.

Het uitwisselen van medische gegevens met de werkgever, zoals dat in de VS is toegestaan, strookt niet met de richtlijnen van onze AVG. De gegevens kunnen natuurlijk wel worden uitgewisseld met bedrijfsartsen. Die beroepsgroep heeft besloten voorlopig zoveel mogelijk advies op afstand te doen. Een app, waarin de status van de belangrijkste symptomen worden doorgegeven, kan ondersteunend dienen voor tijdig advies aan medewerkers en werkgevers. Bovendien levert het een schat aan data die inzicht geven in de ontwikkeling van het ziektebeeld.

Edna St.Vincent Boissevain-Millay: American poet and playwright

Edna St Vincent Boissevain-Millay was born in Rockland, Maine on 22nd February, 1892. Cora St Vincent Millay raised Edna and her three sisters on her own after her husband left the family home. When Edna was twenty her poem, Renascence , was published in The Lyric Year . A wealthy woman named Caroline B. Dow heard Millay reciting her poetry and offered to pay for Millay’s education at Vassar College.

In 1917, the year of her graduation, Millay published her first book, Renascence and Other Poems. After leaving Vassar she moved to Greenwich Village where she befriended writers such as Floyd DellJohn Reed and Max Eastman. The three men were all involved in the left-wing journal, The Masses, and she joined in their campaign against USA involvement in the First World War.

Millay also joined the Provincetown Theatre Group. A shack at the end of the fisherman’s wharf at the seaport of Provincetown was turned into a theatre. Millay was considered a great success as Annabelle in Floyd Dell’s The Angel Intrudes. In 1918 Millay directed and took the lead in her own play, The Princess Marries the Page. Later she directed her morality play, Two Slatterns and the King at Provincetown.

In 1920 Millay published a new volume of poems, A Few Figs from Thistles. This created considerable controversy as the poems dealt with issues such as female sexuality and feminism. Her next volume of poems, The Harp Weaver (1923), was awarded the Pulitzer Prize for Poety. The writer, Dorothy Parker wrote: “Like everybody else was then, I was following in the footsteps of Edna St Vincent Millay, unhappily in my own horrible sneakers…. We were all being dashing and gallant, declaring that we weren’t virgins, whether we were or not. Beautiful as she was, Miss Millay did a great deal of harm with her double-burning candles. She made poetry seem so easy that we could all do it. But, of course, we couldn’t.”

Floyd Dell recalls how he was attending a party at the home of Dudley Field Malone and Doris Stevens, when he saw Edna meet Eugen Jan Boissevain, the widower of Inez Milholland: “We were all playing charades at Dudley Malone’s and Doris Stevens’s house. Edna Millay was just back from a year in Europe. Eugene and Edna had the part of two lovers in a delicious farcical invention, at once Rabelaisian and romantic. They acted their parts wonderfully-so remarkably, indeed, that it was apparent to us all that it wasn’t just acting. We were having the unusual privilege of seeing a man and a girl fall in love with each other violently and in public, and telling each other so, and doing it very beautifully.”

The couple married in 1923. They lived at a farmhouse they named Steepletop, near Austerlitz. Both were believers in free-love and it was agreed they should have an open marriage. Boissevain managed Millay’s literary career and this included the highly popular readings of her work. In his autobiography, Homecoming (1933), Floyd Dell commented that he had “never heard poetry read so beautifully”.

In 1927 she joined with other radicals in the campaign against the proposed execution of Nicola Sacco and Bartolomeo Vanzetti. The day before the execution Millay was arrested at a demonstration in Boston for “sauntering and loitering” and carrying the placard “If These Men Are Executed, Justice is Dead in Massachusetts”.

Later Millay was to write several poems about the the Sacco-Vanzetti Case. The most famous of these was Justice Denied in Massachusetts . Her next volume of poems, The Buck and the Snow (1928) included several others including Hangman’s Oak , The Anguish , Wine from These Grapes and To Those Without Pity. Floyd Dell, a long-term friend, said of her: “Edna St. Vincent Millay was a person of such many-sided charm that to know her was to have a tremendous enrichment of one’s life, and new horizons… Edna Millay was to become a lover’s poet. But with some of her poems she was also to give dignity and sweetness to those passionate friendships between girls in adolescence, where they stand terrified at the bogeys which haunt the realm of grown-up man-and-woman love, and turn back for a while to linger in the enchanted garden of childhood. She had a gift for friendship. People try to draw a distinction between friendship and love; but friendship had for her all the candor and fearlessness of love, as love had for her the gaiety and generosity of friendship.”

In 1931 Millay published, Fatal Interview (1931) a volume of 52 sonnets in celebration of a recent love affair. Edmund Wilson claimed the book contained some of the greatest poems of the 20th century. Others were more critical preferring the more political material that had appeared in The Buck and the Snow.

In 1934 Arthur Ficke, asked Edna St. Vincent Boissevain-Millay to write down the “five requisites for the happiness of the human race”. She replied: ” A job – something at which you must work for a few hours every day; An assurance that you will have at least one meal a day for at least the next week; An opportunity to visit all the countries of the world, to acquaint yourself with the customs and their culture; Freedom in religion, or freedom from all religions, as you prefer; An assurance that no door is closed to you, – that you may climb as high as you can build your ladder.”

Millay’s next volume of poems, Wine From These Grapes (1934) included the remarkable Conscientious Objector , a poem that expressed her strong views on pacifism. Huntsman, What Quarry? (1939) also dealt with political issues such as the Spanish Civil War and the growth of fascism.

During the Second World War Millay abandoned her pacifists views and wrote patriotic poems such as Not to be Spattered by His Blood (1941), Murder at Lidice (1942) and Poem and Prayer for the volume entitled Invading Army (1944).

Eugen Jan Boissevain died in Boston on 29th August, 1949 of lung cancer. Edna St Vincent Boissevain-Millay was found dead at the bottom of the stairs in Steepletop on 19th October 1950.

By John Simkin (john@spartacus-educational.com) free content published by Spartacus Educational

Maria Barbera Boissevain-Pijnappel: Feministe en liberaal politica

Van links naar rechts: Alphons Diepenbrock, Gustav Mahler en Willem Mengelberg. Zittend: Mathilde Mengelberg-Wubbe, Hilda Gerarda de Booy-Boissevain, Petronella Johanna Boissevain en Maria Barbera Boissevain-Pijnappel. Tijdens bezoek van Mahler aan Nederland, Zuiderzee bij Valkeveen in maart 1906.

Maria Barbera (Marie) Boissevain werd in 1907 lid en voorzitster van de net opgerichte Nederlandsche Bond voor Vrouwenkiesrecht. Als voorzitster benadrukte ze de verschillen tussen mannen en vrouwen. Ze wilde niet strijden tegen mannen, maar tegen de omstandigheden. De Bond nam geen standpunt in over de wenselijkheid van algemeen kiesrecht, zodat ook voorstanders van een beperkt vrouwenkiesrecht zich konden aansluiten. Boissevain streed niet alleen voor vrouwenkiesrecht, maar ook voor staatsburgerschap voor vrouwen.

In 1920 fuseerde de Bond voor Vrouwenkiesrecht met de Vereeniging tot Verbetering van den Maatschappelijken en den Rechtstoestand der Vrouw in Nederland tot de Unie voor Vrouwenbelangen. Daarvan werd Maria Boissevain-Pijnappel de eerste voorzitster. Haar familieleden Mia Boissevain en Mies Boissevain-van Lennep waren eveneens in de vrouwenbeweging actief.

Van 1919 tot 1936 zat Maria in de Provinciale Staten van Noord-Holland. In 1919 werd ze in de liberale politieke partij Economische Bond van Willem Treub gekozen tot lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland. Vrouwen hadden toen alleen passief kiesrecht: ze konden gekozen worden, maar niet zelf kiezen. Toen de Economische Bond samen met diverse andere liberale partijen in 1921 opging in de Vrijheidsbond werd ze daarvan lid en bleef zij in de Provinciale Staten, tot 1939. Ze werd ook bestuurslid van de Vrijheidsbond.

Als Statenlid hield ze zich onder meer bezig met het verbeteren van de efficiëntie in de gezondheidszorg. Ook stimuleerde ze de volkshuisvesting. Ze pleitte voor diverse onderwijshervormingen, zoals invoering van handenarbeid op de lagere school, zodat kinderen beter in staat zouden zijn een passende beroepskeuze te maken. Meer persoonlijke verantwoordelijkheid kweken vond ze essentieel voor het onderwijs. Vanwege haar drukke gezin stelde ze zich niet kandidaat voor de Tweede Kamer.

Auteur biografie: Mariek Hilhorst

Publicaties van: Congres voor sociale verzekering bijeengeroepen door de vereeniging van Raden van Arbeid (…) te Utrecht op 11 en 12 october 1921 : Verzamelde referaten : Verslag / C. Pothuis-Smit, C. Frida Katz, M. Boissevain-Pijnappel. – Amsterdam : Vereeniging van Raden van Arbeid.

Archieven: Aletta instituut voor vrouwengeschiedenis 

Inez Boissevain-Milholland: suffragist, lawyer, and World War I correspondent

Inez Boissevain-Milholland was born in Brooklyn on 6th August, 1886. She attended Vassar College and was suspended after organizing a women’s suffrage meeting in a cemetery.

After her graduation in 1909 she traveled in Europe before she settled in Greenwich Village and was associated with a group of socialists involved in the production of The Masses journal.

On 3rd March 1913 Milholland led the women’s suffrage demonstration in Washington on a white horse. Wearing white robes, the photograph of Milholland during the parade became one of the most memorable images of the struggle for women’s rights in America. After one demonstration Milholland was said to be the “most beautiful woman ever to bite a policeman’s wrist.”

Inez was introduced to Eugen Jan Boissevain by Max Eastman. Boissevain was a businessman who made his fortune by importing coffee beans from Java. A friend, Alyse Powers, argued that he was “handsome, reckless, mettlesome as a stallion breathing the first morning air, he would laugh at himself, indeed laugh at everything, with a laugh that scattered melancholy as the wind scatters the petals of the fading poppy…He had the gift of the aristocrat and could adapt himself to all circumstances … his blood was testy, adventurous, quixotic, and he faced life as an eagle faces its flight.” In July 1913 the couple were married.

Milholland, like most of the people associated with The Masses, believed that the First World War had been caused by the imperialist competitive system and that the USA should remain neutral. This was reflected in the fact that the articles and cartoons that appeared in journal attacked the behaviour of both sides in the conflict. In December, 1915, Milholland and other pacifists travelled on Henry Ford’s Peace Ship to Europe.

On her return to the United States she became one of the leaders of the National Women’s Party. The movement’s most popular orator, Milholland was in demand as a speaker at public meetings all over the country.

Milholland, who suffered from pernicious anemia, and was warned by her doctor of the dangers of vigorous campaigning. However, she refused to heed this advice and on 22nd October, 1916, she collapsed in the middle of a speech in Los Angeles. She was rushed to hospital but despite repeated blood transfusions she died on 25th November, 1916.

After her death the women’s movement helped create the image of a martyr. A popular poster stated: “Inez Milholland Boissevain: Who Died for the Freedom of Women.”

By John Simkin (john@spartacus-educational.com) free content published by Spartacus Educational

Gideon Maria Boissevain: bankier en econoom

Van links naar rechts:
Jacob Pieter Boissevain (10-09-1844 / 16-04-1927) Scheepsreder;
Gideon Maria Boissevain (15-07-1837 / 19-11-1925) Bankier en econoom;
Charles Boissevain (28-10-1842 / 05-05-1929) Letterkundige, journalist, hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad.

Gideon Maria Boissevain (Amsterdam 15-7-1837 – Bloemendaal 19-11-1925) is zoon van Daniel Boissevain (commissionair in effecten) en Caroline Louise Mollet. Hij was gehuwd op 27-4-1860 met Louise Caroline toe Laer. Uit dit huwelijk werden 4 zoons en 1 dochter geboren.

Boissevain genoot in zijn jeugd alleen de opleiding aan een zogenaamde Franse school, waarna hij werkzaam was aan het effectenkantoor van zijn vader. Op 21-jarige leeftijd opende hij een eigen zaak als commissionair in effecten, in 1872 overgedaan aan de Banque de Paris et des Pays-Bas. In 1865 richtte hij samen met N.G. Pierson en anderen de Nederlandsche Kas-Vereeniging te Amsterdam op, sinds de overname van de Associatie-Cassa met de naam Kas-Associatie aangeduid. Dit initiatief paste in het decennium waarin in Nederland een aanzienlijke vernieuwing op het gebied van het bankwezen plaatsvond. De Kas-Vereeniging was geïnspireerd door het voorbeeld van de Engelse ‘joint-stock banks’: kredietgeving in de vorm van discontering van wisselpapier of van kortlopende voorschotten op onderpand; geen emissies. De Kas-Vereeniging bood de gelegenheid overtollig kasgeld rentegevend te deponeren. In 1872 gaf hij, als commissionair in effecten, de stoot tot de introductie van Amerikaanse fondsen op de Amsterdamse beurs. Deze fondsen leden in 1873 ernstige verliezen, hetgeen hem op scherpe kritiek kwam te staan. Boissevain trok zich het gebeurde aan en trachtte een bevredigende regeling voor die ongelukkige emissies te treffen (Herinneringen en Dagboek van Ernst Heldring… I, 640).

Vanaf 1873 was Boissevain alleen nog commissaris van diverse bankinstellingen en wijdde hij zich voor het overige aan studie en publicaties op het terrein van de monetaire economie, bankwezen en openbare financiën. Ook sociale vraagstukken trokken zijn aandacht, getuige enkele geschriften, de organisatie van een cursus voor arbeiders over economische onderwerpen en het onder voorzitterschap van de in 1899 opgerichte Vereeniging Bureau voor Sociale Adviezen.

De economische belangstelling van Boissevain sloot nauw aan bij zijn beroepsactiviteiten. De meeste van zijn publicaties, die zich vanaf de tweede helft van de jaren 1870 over praktisch 50 jaren uitstrekten, betroffen geldwezen, bankwezen en openbare financiën. Hij publiceerde voornamelijk in De Economist. Zijn geschriften zijn deels theoretisch van aard, voor een groot deel ook handelen zij over praktische vraagstukken. Na de dood van J.L. de Bruyn Kops, oprichter en tot 1888 enige redacteur van De Economist, maakte Boissevain onder meer met N.G. Pierson, A. Beaujon, J. baron D’Aulnis de Bourouill en H.B. Greven tot en met 1918 deel uit van de redactie, die het blad geleidelijk aan veranderde van een op praktische vraagstukken en feitelijke overzichten georiënteerde periodiek tot een meer wetenschappelijk-theoretisch forum. Het tijdschrift werd in die tijd gedragen door een door de – met name Oostenrijkse – grensnutschool geïnspireerde economengeneratie. Vanaf 1912 tot en met 1920 was Boissevain medewerker aan De Economist.

Als theoretisch econoom trad Boissevain vooral naar voren als de voornaamste vertegenwoordiger in Nederland van het monetaire metallisme. Het wezen van een goed geordend geldsysteem zocht hij in de edelmetaalbasis van het geld. Het papiergeld kan wel enigermate enkele functies van het metaalgeld vervullen, maar moet inwisselbaar zijn. Slechts de metallieke waarde vormt een waarborg, voldoende voor de waardevastheid van het geld. Aanvankelijk zag Boissevain niet in dat de waarde van het edelmetaal, behalve door het monetaire gebruik van dat metaal, ook wordt bepaald door de industriële vraag ernaar en door aanbodfactoren. Later corrigeerde hij deze opvatting, maar toch bleef hij vasthouden aan de binding van het geld aan het edelmetaal als een betrekkelijk zekere garantie voor de waardevastheid van het geld. Voor deze eenzijdige metallistische opvatting vond hij niet veel steun, wel kritiek, vooral in 1919 van de latere hoogleraar economie G.M.Verrijn Stuart.

Voor het internationale economische verkeer toonde Boissevain zich een tegenstander van het protectionisme en een protagonist van het internationaal bimetallisme. De verdeling van de wereld in een goud- en zilverblok achtte hij wegens de relatieve waarde fluctuaties van goud en zilver een bedreiging van de stabiliteit van de wisselkoersen. Een dubbele standaard vond hij nodig met het oog op de door hem veronderstelde goud schaarste, een argument dat niet alle bimetallisten met hem deelden.

Ten slotte dienen nog Boissevains ideeën over de economische effecten van lening financiering door de staat te worden vermeld. G.M. Boissevain was één der pioniers van het moderne bankwezen in Nederland.

Van zijn hand verschenen een groot aantal publicaties, met name in De Economist, maar een groot theoreticus was hij zeker niet en hij toonde in zijn monetaire standpunten een zeker dogmatisme in zijn vasthouden aan een toch wel achterhaalde metallistische opvatting.

P: Zie voor de voornaamste literatuuropgaven de hieronder geciteerde publikaties van Goedhart en Verrijn Stuart, alsmede Algemeen register op De Economist… (‘s-Gravenhage, 1904) 176-178, en Algemeen register op de jaargangen 1903-1937 van De Economist (Haarlem, 1938) 8-9.

L: N.G. Pierson, in boekbespreking van G.M. Boissevain, De munttoestand in 1897 (Amsterdam, 1897) in Verspreide economische geschriften van mr. N.G. Pierson. Verz. door C.A. Verrijn Stuart (Haarlem, 1911) IV 481-493; G. Vissering, in Algemeen Handelsblad av ., 14-7-1917; C.A. Verrijn Stuart, in De Economist 74 (1925) 795-797: necrologieën in Algemeen Handelsblad av., 20-11-1925 en NRC ocht., 21-11-1925; C. Goedhart, ‘Honderd jaar openbare financiën’, in De Economist 100 (1952) passim.

A.C.A.M. Bots

Overgenomen van: Resources Huygens ING

Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)

Op naar een vitaal 2020

Vlak voor de kerst ontving ik een bericht van de directeur ziektekosten van mijn zorgverzekeraar. Het was bedoeld als steuntje in de rug voor het maken van gezonde keuzes. Als klant van a.s.r. kom ik aanmerking voor deelname aan het onlangs gelanceerde Vitality programma. Dat programma stimuleert een gezonde levensstijl en keert beloningen uit bij voldoende lichaamsbeweging. Dat klinkt als een positieve stimulans voor mijn gezondheid.

Een gezonde levensstijl is voor iedereen van belang. Hoe dat eruitziet verschilt per individu, afhankelijk van bijvoorbeeld ouderdom, lichaamsomvang, ziektes of handicap. Iedereen kan werken aan eigen vitaliteit door het maken van duurzame en gezonde keuzes. Een intensief dieet om in korte tijd tien kilo af te vallen is niet verstandig. Vanuit het niets elke dag gaan trainen voor een halve marathon is een riskant plan. Die benadering kan niet alleen fysiek, maar ook mentaal en emotioneel behoorlijk schadelijk zijn. Het vitaliteitsconcept benadrukt het belang van gezond eten, voldoende lichaamsbeweging en een positief zelfbeeld. Dat komt een gezonde levensstijl op de lange termijn ten goede.

Een gezond leven is geen doel op zich, maar stelt ons wel in staat onze doelen te behalen. Goed eten, regelmatig sporten en een positieve geest dragen bij aan een goede gezondheid. De Gezondheidsraad adviseert een beweegrichtlijn voor volwassenen van wekelijks ten minste twee en een half uur matig intensief bewegen, zoals wandelen en fietsen, verspreid over diverse dagen. Bijna de helft van alle Nederlanders voldoet aan die beweegrichtlijn. Een derde van alle Nederlanders registreert activiteiten en gezondheidsdata zelfs via hun smartphone of wearables, zoals Apple Watch, Garmin of Fitbit. Die apparaten stimuleren het maken van gezonde keuzes op het gebied van beweging, voeding en ontspanning.

Middels mijn Garmin horloge en app kan ik mijn gezondheids- en prestatiegegevens verzamelen en inzien. Ik krijg ook trainingsadviezen over de mate van bewegen, training en herstel. Ik koppel mijn trainingen met Strava en deel de resultaten met sportvrienden. Zo kunnen we onderling virtueel onze prestaties beoordelen, vergelijken en de competitie aangaan. Dat werkt stimulerend om actief te blijven. In principe is het een fluitje van een cent om mijn gegevens ook te delen met de app van het Vitality programma. Via een partner van mijn zorgverzekeraar kan ik ook gratis mijn BMI & taille-omvang, bloeddruk, bloedsuikerwaarde en cholesterol laten opmeten. Als ik die informatie deel in de app verdien ik extra Vitality Punten. Een niet-rokersverklaring levert nog eens 500 extra Vitality Punten op. Wekelijks komen daar punten bij als ik mijn bewegingsdoel haal. Met de verzamelde punten krijg ik elke twee jaar gratis een nieuwe Apple Watch of korting op mijn aanvullende verzekering.

Dat klinkt haast te mooi om waar te zijn. Kan ik die verleiding weerstaan? Ik leg het dilemma voor aan mijn Twitter-volgers: Zou jij data van beweegapp delen met zorgverzekeraar in ruil voor korting op (aanvullende) premie? Nee, zegt een ruime meerderheid van 70,4 procent; 22,2 procent zegt het wel te willen en 7,4 procent heeft geen mening. Kunnen wij onze gezondheidsdata toevertrouwen aan een zorgverzekeraar? Gezondheidsdata zouden op termijn wellicht gecombineerd kunnen worden met verzekerings- en declaratiegegevens. Dan beschikken verzekeraars over een instrument om de toegang tot zorg te reguleren, de hoogte van de premie te beïnvloeden en declaraties te beoordelen. Dat zou het einde betekenen van de solidariteit waarop ons zorgstelsel is gebaseerd.

Gratis bestaat niet als het om onze data gaat. Onze persoonsgegevens worden massaal verhandeld. Mijn zorgverzekeraar meldt dat de Gezondheidsdata enkel worden gebruikt om Vitality Punten te kunnen geven. Er wordt ons voorgespiegeld dat het Vitality-concept zorgt voor een betere gezondheid en daardoor verlaging van de zorgkosten. De winst daarvan vloeit dan weer terug naar de deelnemers. Als dat inderdaad het geval is, dan schenk ik mijn punten graag aan de mensen die de zorg het hardst nodig hebben en feitelijk geen toegang hebben tot het Vitality programma: de ouderen, gehandicapten en chronisch zieken.

Ik wens eenieder een vitaal en liefdevol 2020!

Next Generation Internet

Het internet is een jungle, waar niemand onze veiligheid garandeert of burgerrechten beschermt. En intussen wordt het gebrek aan regels, privacy en openbare orde in de digitale wereld een maatstaf voor de analoge. Dat stelt Jan Kuitenbrouwer in zijn boek Datadictatuur. Op het internet draait alles om het ontfutselen van zoveel mogelijk data en het manipuleren van ons gedrag.

Het internet is niet langer de vrije publieke ruimte die mensen over de hele wereld met elkaar verbindt. Het publieke karakter van het internet wordt overschaduwd door commerciële en politieke belangen. Op basis van het spoor van persoonlijke data dat wij op het internet achterlaten worden wij ongemerkt gemanipuleerd. “Sinds Facebook kunnen we geen normale verkiezingen meer hebben” zegt onderzoeksjournalist Carole Cadwalladr die Cambridge Analytica ontmaskerde en ten val bracht. De Netflix-film ‘The Great Hack’ onthult hoe databedrijf Cambridge Analytica Trump aan de overwinning hielp, maar ook de brexit heeft bevorderd en in andere landen onrust onder de bevolking zaaide en verkiezingen manipuleerde.

The Great Hack laat zien hoe tijdens de verkiezingsstrijd tussen Clinton en Trump het pleit werd beslecht door in vier zogenaamde ‘swing states’ een offensief los te laten op twijfelende kiezers. Via een geraffineerd, leugenachtig berichtenbombardement en de haatcampagne ‘Crooked Hillary’ kon een relatief kleine groep twijfelende kiezers over de streep worden getrokken. Christopher Wylie en Brittany Kaiser, twee voormalig medewerkers van Cambridge Analytica, doen in de film een boekje open over de onethische manipulatie door het bedrijf.

Sinds kort kunnen consumenten zelf ook voor Cambridge Analytica spelen. Vanaf 49 dollar kun je een service afnemen waarmee je een persoon naar keuze online kunt manipuleren. Via The Spinner heb je keuze uit diverse campagnes, zoals: ‘Manipulate your wife to have sex with you’, ‘Get your annoying coworker to quit their job’, ‘Stop eating meat to save your health and the planet’ en ‘Get a Good Reason to Stop Smoking’. The Spinner verstrekt een link die je doorspeelt aan de persoon in kwestie. Als deze daarop klikt wordt er een cookie op diens telefoon geïnstalleerd. Daarna wordt het ‘target’ drie maanden lang gebombardeerd met nepberichten en artikelen over het onderwerp. The Spinner zegt daarnaast ook campagnes op maat te kunnen leveren.

Is het gebruik van deze service legaal? ‘Ja’ zegt The Spinner op hun website: het plaatsen van cookies is legaal, want adverteerders mogen cookies gebruiken om gericht advertenties te kunnen plaatsen. Wel moet de initiatiefnemer (afnemer en betaler van The Spinner service) de gebruiksvoorwaarden accepteren. Het is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om het ‘target’ te wijzen op de gebruiksvoorwaarden.

Het internet wordt meer en meer het domein van marktpartijen die gebruikers primair zien als product en in mindere mate als klant. Amerikaanse bedrijven als Google en Facebook domineren het internetgebruik. In Europa wordt nu gewerkt aan een alternatief: het Next Generation Internet. Dat staat voor een meer mensgericht internet dat waarden als openheid, decentralisatie, inclusiviteit en bescherming van privacy ondersteunt en de controle teruggeeft aan de eindgebruikers, met name van hun gegevens.

ICT treft geen blaam

Na een verkeersongeval is de schuldvraag in de meeste gevallen eenvoudig te beantwoorden. Als de regels zijn overtreden, bijvoorbeeld door rood licht rijden, te hard rijden of geen voorrang van rechts geven, dan is de bestuurder schuldig aan het ongeval. Dat geldt ook als de automobilist onder invloed was of werd afgeleid door zijn mobiele telefoon. De schuldige van een verkeersongeval is altijd de bestuurder. De auto zelf treft geen blaam.

Geheel anders is dat in de wereld van de ICT. Als er iets fout gaat met de geautomatiseerde verwerking dan wordt steevast naar de falende techniek gewezen. In de vorige eeuw kregen de computers nog de schuld. Nu is de falende software oorzaak van alle kwalen en in de toekomst zijn de algoritmes waarschijnlijk de gebeten hond. Een zoekopdracht op het internet levert het volgende alarmerende beeld:

‘Falende ICT kost overheid miljarden’

‘De ICT-projecten bij de overheid zijn nog steeds een chaos’

‘ICT-problemen overheid nog maar topje van ijsberg’

‘Rijk faalt bij ICT-projecten: het gaat mis op alle niveaus’

De combinatie ICT en overheid springt er met kop en schouders bovenuit in alle negatieve berichtgeving. Je krijgt de indruk dat het een grote chaos is met de ICT van de overheid en dat daardoor miljarden aan belastinggeld over de balk wordt gegooid. Dat strookt echter niet met de werkelijkheid. Het overgrote deel van de ICT-projecten slaagt wel en ICT draagt bij aan een efficiënte bedrijfsvoering van de overheid. Volgens Cokky Hilhorst (hoogleraar aan de Nyenrode Business Universiteit en voormalig hoofd van het Bureau ICT-toetsing) resulteert elke geïnvesteerde ICT-euro bij overheden in €1.15 efficiencywinst. Bij bedrijven zorgen ICT-investeringen zelfs voor 45% tot 75% extra marktwaarde.

Met de kwaliteit van moderne ICT is weinig mis. De hedendaagse software is betrouwbaar en veilig, bijna net zo veilig als een auto. Sterker nog: de moderne auto is eigenlijk een rijdende computer en veilig dankzij de ICT. Net zoals in het autoverkeer is de mens de zwakste schakel bij geautomatiseerde verwerking.

Als de politiek – ondanks talloze waarschuwingen – besluit om onuitvoerbaar beleid in te voeren, dan komt een uitvoeringsorganisatie niet veel verder dan geautomatiseerde onuitvoerbaarheid. De samenleving wordt daarna geconfronteerd met complexiteit en chaos. Zo verslikte de Belastingdienst zich destijds in de operatie Walvis. Het bedrijfsleven was administratieve lastenverlichtingen beloofd op basis van eenmalige aanlevering van salarisgegevens. Het werd een bureaucratische nachtmerrie. Met de invoering van de Toeslagen, het Persoonsgebonden Budget en de decentralisaties in het sociale domein verliep het niet veel beter.

Trekken we de vergelijking van het autoverkeer door, dan ligt het voor de hand om ICT-gebruikers vooraf een toelatingsexamen te laten afleggen. Dat geldt natuurlijk voor alle deelnemers aan het proces. In het verkeer moeten de spelregels worden gehandhaafd en overtreders met een boete of ontzegging van deelname gestraft.