Wicher Boissevain: ontginner van de Liberiaanse wildernis

wicher01i

Wicher Boissevain was general-manager rubberplantages in Liberia

Wij zitten in de ruime kamer van een eenvoudig prefabricated woning op ruim 100 km van de Liberiaanse hoofdstad, Monrovia. Het uitzicht is weids. Op de heuvels, kilometers ver in de omtrek, bevindt zich een nog geen twee jaar oude rubberaanplant met een totale oppervlakte van 2000 ha. Mijn gastheer, de heer Wicher Boissevain (1925-1981), die er met zijn Nederlandse vrouw en vier kinderen woont, maakt een verontschuldigend gebaar: “Nee, ik ben geen landbouwingenieur. Ik heb alleen de landbouwschool in Deventer, want vier jaar militaire dienst in Nederland en Indonesië hadden mij toch al achterop gebracht.” Uit zijn onopgesmukt verhaal blijkt wel dat het leven beslissingen verlangt, waarop men op geen enkele school afdoende kan worden voorbereid.

Geen water, geen licht, geen weg

Toen wij in 1967 uit Indonesië werden verjaagd konden wij in Nederland moeilijk aan de slag komen. De werkgevers wisten niet goed wat zij met ons aan moesten. Een collega van mij verzweeg ten slotte zijn diploma’s en ging in een pakhuis aan de arbeid. Maar omdat hij te hard werkte dreigden enkele mede-arbeiders hem in de gracht te gooien. Ik hoorde dat Amsterdam Rubber van plan was een rubberplantage te stichten in Liberia en greep mijn kans met twee handen aan. In 1959 trok ik in Liberia de ‘bush’ in, om het terrein te verkennen. Dragers waren gauw genoeg gevonden en een van onze eerste daden moest zijn, van het lokale opperhoofd een lemen hut te kopen, die wij voor tien dollar verkregen. Toen wij het terrein hadden uitgezocht en de plaats, waar de fabriek kon worden gevestigd, konden de werkzaamheden een aanvang nemen. Er was uiteraard geen water en geen licht en ook de weg moest eerst door ons worden aangelegd. Een rivier bood een grote moeilijkheid, maar ook de brug is door ons gebouwd. De verstandhouding met de bevolking is van den beginne af aan uitstekend geweest.

“Iets wits”

Op een dag was er groot rumoer onder de duizend arbeiders, die wij in dienst hadden. In plaats van aan het werk te gaan, bleven zij in groepjes druk praten. Het probleem bleek te zijn, dat aan de stam een belasting van 25 dollar was opgelegd en dat zij met geen mogelijkheid wisten, hoe zij aan dat geld moesten komen. Ik heb ten slotte aan het opperhoofd aangeboden de 25 dollar te betalen. Er werd onmiddellijk een groot feest georganiseerd, dat ik ook moest bijwonen, omdat “iets wits” dankbaarheid uitdrukt. Enkele bewoners hebben mij later nog met een witte kip verrast, hetgeen voor deze mensen een heel kapitaal is.

’s Lands wijs

Maar het grootste bewijs van erkentelijkheid kwam, toen een deputatie mij, enige dagen later, een jonge dochter kwam aanbieden. Ik vertelde dat ik al een vrouw in Nederland bezat en de wetten van mijn land het bezit van een tweede vrouw niet toelieten. De deputatie was met dit antwoord maar matig tevreden, omdat ik nu eenmaal in hun land was, waar dergelijke dwaze wetten niet bestonden. De ouders van het jonge meisje hebben later nog een pleidooi voor hun dochter gehouden en toen ook dat niet hielp heeft de stam achtereenvolgens zeven jonge meisjes “op zicht” gestuurd.

Staking

Moeilijkheden zijn overigens niet uitgebleven. Plotseling was de stam van mening dat hogere lonen moesten worden uitbetaald. Een groepje met stokken bewapende Afrikanen trok in de aanplant van groep naar groep, wekte alle arbeiders op, het werk neer te leggen en verjoeg het huispersoneel uit de woningen van de drie Nederlanders, die toen de leiding vormden. Op zo’n ogenblik moet je geen vrees tonen, maar de situatie werd toch wel moeilijk, toen een tocht naar de bewoonde wereld onmogelijk bleek, omdat de leiders van de staking de enige weg naar Monrovia geblokkeerd hadden. Telefoon is er nog niet in dit land en eerst na dit intermezzo hebben wij voor een radioverbinding gezorgd. Er was een mogelijkheid, in schijn toe te geven, opdat in ieder geval de weg zou worden vrijgemaakt. Wij zouden dan echter het vertrouwen van de bevolking verspeeld hebben. Wij bleven weigeren te onderhandelen en eisten, dat de versperringen zouden worden verwijderd. Toen wij daarna president William V. S. Tubman in Monrovia van de gebeurtenis op de hoogte konden stellen, stuurde deze onmiddellijk een aantal soldaten, die de orde herstelden.

ƒ12 miljoen

Investeringen als deze zijn ook in financieel opzicht een avontuur. Toen wij in 1959 startten met het project, dat in totaal ƒ12 miljoen zal kosten, was de bevolking enthousiast over het loon van ongeveer ƒ1,25 per dag. Sindsdien zijn niet alleen de lonen bijna verdubbeld, maar zijn door ons ook reeksen van voorzieningen getroffen, waaronder bijvoorbeeld de verstrekking van rijst. In dezelfde periode zijn tegelijkertijd de rubberprijzen aanzienlijk gedaald, zodat het maar gelukkig is, dat wij bij onze oorspronkelijke financiële opzet met ruime marges hebben gewerkt. In deze landen moeten de westerse ondernemers vrijwel alles zelf doen. De Amerikaanse Firestone, waar, tussen haakjes, ruim dertig Nederlanders werken in leidende functies, bezit in Liberia de grootste aaneengesloten rubberplantage ter wereld. Deze onderneming heeft vele dorpen gebouwd voor haar arbeiders, scholen opgericht voor kinderen en sportvelden aangelegd.

Bij volmacht

Hoewel Firestone aan tienduizenden mensen werk verschaft en grote welvaart om zich heen verspreidt, gaan toch wel kritische stemmen op onder Liberiaanse jongeren, die zich niet (kunnen) realiseren welke problemen de leiding van zo’n onderneming inhoudt. Maar gelukkig beschikt Liberia over een wijs man aan het hoofd van de regering, president Tubman, die de belangen van zijn land op bekwame wijze behartigt. De president wordt telkenmale met overweldigende meerderheid herkozen. Bij de laatste verkiezing heeft mijn chauffeur zeventien maal op hem gestemd, uiteraard telkenmale zogenaamd voor een ander. “Als de president dit zou bemerken zou hij alleen maar blij zijn, dat iemand blijk geeft zoveel van hem te houden”, was zijn verklaring voor zijn enthousiasme bij de stembus.

wb krant 002 ws

de Telegraaf (5 oktober 1963)

wb onderscheidingen 008i

Voor zijn verdienste voor Liberia ontving hij op 4 december 1979 in naam van de Liberiaanse president William R. Tolbert de hoge onderscheiding van Grand Commander of the Liberian Order.

wb onderscheidingen 001i

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s