Terugkeer met de ‘Boissevain’

ms boissevain

Eind dertigerjaren van de vorige eeuw vertrekken mijn grootouders met gezin uit Nederlands Indië voor groot verlof in Nederland. De Tweede Wereldoorlog breekt uit en terugkeer naar Indië is onmogelijk. Het gezin vestigt zich in Den Haag en overleeft de oorlog. Mijn overgrootvader Eduard Frans Janssen van Raaij is in Indië achtergebleven. 30 januari 1945 overlijdt hij in het krijgsgevangenkamp van Tjimahi. Daarmee komt een einde aan bijna een eeuw koloniale familiegeschiedenis.

De geschiedenis van mijn familie in Nederlands Indië bleef voor mij verborgen. Na het overlijden van mijn vader erfde ik de fotoalbums en brieven uit die tijd. Ik zie mijn overgrootvader Willem Frederik Lamoraal Boissevain als resident in smetteloos wit kostuum op de foto’s poseren na een tijgerjacht. Ook is er een fotoalbum over de reis naar Nederland dwars door Duitsland. Vlaggen met hakenkruisen hangen uit de gebouwen. Aan nader onderzoek naar het koloniale- en oorlogsleven van mijn voorouders ben ik nog niet toegekomen.

Diederik van Vleuten ontroert met zijn eerste soloprogramma ‘Daar Werd Wat Groots Verricht’ veel mensen met een Indisch verleden. Het programma gaat over een eeuw familie- en vaderlandse geschiedenis, die veel oude herinneringen naar boven brengt. Hij vertelt het levensverhaal van zijn oudoom Jan. Wij horen over zijn leven in het voormalig Nederlands Indië, het Jappenkamp tijdens de bezetting en de capitulatie van Japan die direct werd gevolgd door het uitroepen van een onafhankelijke ‘Republic Indonesia’. Jan en zijn vrouw Aukje van Vleuten keren in het passagiersschip ‘Boissevain’ terug naar Nederland. Oud-Indiëgangers brengen dit schip in verband met het voormalig Nederlands Indië.

Midden in de crisistijd besluit de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) om de ontoereikende schepen op de lijnen tussen Azië, Java en Afrika te vervangen door drie snelle motorschepen met elk drie schroe­ven. De schepen worden ver­noemd naar Jan Boissevain, Willem Ruys en Petrus Emilius Tegelberg. Deze drie mannen richten in 1888 de KPM op voor het onderhouden van scheepsverbindingen in de Nederlands Oost-Indische Archipel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden de schepen gevorderd door het Engelse Ministry of Wartransport en omgebouwd om dienst te doen voor troepentransporten. Zij nemen ze deel aan de landingen in Noord-Afrika en Italië.

Na de oorlog keert het 175 lange schip de ‘Boissevain’ (oorspronkelijk gebouwd voor 657 passagiers) weer terug naar de KPM. Het schip brengt vele Indische repatrianten, waaronder de Van Vleutens, terug naar Nederland. In de jaren ’46 en ’47 worden Nederlandse dienstplichtigen, die worden ingezet bij de politionele acties, met het schip verscheept. Het troepenschip vertrekt uit de haven van Amsterdam met 3.000 militairen aan boord. In 1946 breekt muiterij uit op de ‘Boissevain’ tijdens het troepentransport. Een groep mariniers wordt naar Egypte gevlogen en met een torpedoboot naar de ‘Boissevain’, die in de Rode Zee ligt, gevaren om de orde te herstellen. In 1968 komt de ‘Boissevain’ bij de oostkust van Japan in aanvaring met een Japans motorschip. Hierbij komt het Japanse schip tot zinken. Enkele maanden later wordt de beschadigde ‘Boissevain’ in Taiwan gesloopt. De naam van het schip blijft voor altijd verbonden aan de vaderlandse geschiedenis bij de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s