Brandalarm

Brandalarm

In de zomer van 2011 wordt er om half drie in de nacht hard op de deur van onze vakantiewoning gebonsd. “Brand, er is brand. We moeten hier weg.” Ik spring van mijn bed en zie de paniek in de ogen van één van de gasten van het vakantiepark. Ons huis staat afgelegen en wij zijn als laatste gewaarschuwd. Buiten zie ik een rode gloed. Wij trekken snel wat kleren aan. Ik pak mijn rugzak met laptop, iPhone, horloge en autosleutels. Mijn dochter stopt de iPad, zakmes en zonnebrillen in een tas. Wij rennen naar buiten de brand tegemoet.

Op de parkeerplaats hebben alle gasten zich al verzameld. “Wij moeten hier zo snel mogelijk weg. Is iedereen wakker? Wie wil er meerijden?” Op nog geen honderd meter afstand brandt het in het bos. De vlammen laaien hoog op. Een harde wind waait vanaf de brandhaard onze richting uit. Een vonkenregen daalt voor ons neer op de parkeerplaats. Eén voor één springen wij in onze auto’s. In colonne rijden wij over de onverharde weg naar beneden, op weg naar het dorp aan de voet van de berg. Onderweg horen wij een explosie. Vonken spatten tegen onze auto’s.

In het dorp waarschuwen wij de bewoners. Geschrokken kijken zij naar de brand die oplaait boven de berg. Met de harde wind zal het vuur zich snel verspreiden en mogelijk ook het dal bereiken. ‘Onze gemeente doet niets om ons tegen dit soort rampen te beschermen’ klagen de bewoners van het dorp. De alarmcentrale is direct gebeld en de brandweer is al onderweg. Lang hoeven wij buiten niet te koukleumen. Al snel worden wij uitgenodigd om binnen de komen. Wij krijgen koffie en vertellen over het vuur in het bos bij onze vakantiewoningen, de explosie en de asregen.

De brandweer laat op zich wachten. Maar op de berg zien we geen vlammen meer. Na drie kwartier rijdt de eerste brandweerauto door de straat. De auto rijdt de verkeerde kant op, maar trekt zich weinig aan van onze instructies. Even later heeft de auto de juiste route naar de top van de berg gevonden. Dan arriveren er meer brandweerauto’s. Even later nog meer auto’s. Een uur later krijgen wij de melding dat de brand onder controle is. Wij mogen ook weer terugkeren naar onze vakantiewoning.

De volgende ochtend zie ik nog rook opstijgen vanuit het bos. De brandweer is bezig met nablussen. Ik loop naar de brandhaard en tref een afgebrand huis aan. De bomen in de omgeving zijn zwartgeblakerd. Vanaf april is er dit jaar geen neerslag meer gevallen in de Zuid Franse streek de Gard. Maar uitgerekend in de nacht voorafgaand aan de brand heeft het hard en langdurig geregend. Daardoor hebben de bomen geen vlam kunnen vatten en heeft de asregen ook niet voor nieuwe brandhaarden gezorgd. Daarmee hebben wij geluk gehad. Hoewel het natuurlijk maar de vraag is of het toeval is dat de brand in het huis na de regenval is uitgebroken.

Bij mij blijft de vraag hangen of wij er goed aan hebben gedaan om hals over kop voor de brand te vluchten. Wie heeft de regie voor de evacuatie? Handelen we op instinct en lopen we elkaar achterna? Of moeten we de situatie eerst onderzoeken en daarna door het bevoegd gezag een verstandig besluit laten nemen? En wie zegt ons dat we met z’n allen de goede kant uitvluchten? Ik ga mij toch maar eens verdiepen in crisisbeheersing bij brandalarm.

1 Comment

  1. Ik heb een soortgelijke ervaring opgedaan. Bij een brand weet je maar nooit of het uit kan groeien tot iets onbeheersbaars. Ik zeg vluchten, met verstand, mede ingegeven dat mijn vrouw astma heeft en ik haar niet onnodig wil blootstellen aan rook. Gebruik locale kennis om de geode vluchtroute te nemen.

    Menno ’t Hart.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s