Geen geluk zonder pijn

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hard en lang maar rustig, zo moest de eerste slag worden gemaakt. Daarna twee halen op driekwart van de lengte, om op tempo te raken. Dan weer een hele, gevolgd door twintig extra harde halen en tegen die tijd hoorde je in de race te zitten, je eigen race, je liet de opbouw niet door anderen bepalen. ‘Ogen in de boot. Niet voortdurend naar de tegenstander kijken. Beheersing. Discipline. Aan de eigen planning denken.’

Dat zijn de wedstrijdinstructies van de roeicoach in het boek ‘Over het water’ van Jan Maarten van den Brink. De eerste starthalen kun je eindeloos oefenen en op commando uitvoeren, daarna moeten de roeiers het zelf doen. De roeiers moeten in hun race de juiste balans vinden tussen twee extremen: lafheid en overmoed. Als de roeiers te voorzichtig aan de race beginnen dan kunnen ze de aansluiting verliezen. Door een overmoedige start gaan de spieren eerder verzuren, waardoor de roeiers de hardheid van de halen minder lang kunnen volhouden. Uiteindelijk streven wedstrijdroeiers één doel na: het hoogste goed ofwel de overwinning. Volgens Aristoteles kan dat geluk worden bereikt onder de voorwaarden dat het door anderen wordt erkend en het zoveel mogelijk plezier en zo min mogelijk pijn brengt.

Winnen is het hoogste doel in de roeisport, maar wat gebeurt er in de race als de overwinning nabij lijkt en de tegenstand roeit voorbij? Roeiers die hun tegenstanders inhalen krijgen vleugels, terwijl de roeiers die worden ingelopen lijken te verlammen. Psycholoog Ruud den Hartigh promoveerde op de psychologie achter sportprestaties en de rol van momentum in de sport. Hoe komen sporters in een positieve of negatieve spiraal? Hij liet roeiteams op de roeiergometer deelnemen aan een gesimuleerde wedstrijd, waarbij de roeiers hun onderlinge posities konden zien op het scherm. Den Hartigh constateerde dat roeiers die het gevoel hebben dat de winst dichterbij komt, of juist verder weg raakt, verschillend reageren. ‘Vooral een negatief momentum, waarbij een voorsprong uit handen wordt gegeven, heeft veel effect’ beweert Den Hartigh ‘Sporters proberen in eerste instantie een tandje bij te zetten als ze worden ingehaald, maar we zagen in onze metingen dat hun kracht vrij snel afnam, hun coördinatie en vooral ook hun geloof in de winst.’

Het onderzoek van Den Hartigh bewijst het gelijk van de roeicoach: je vaart je eigen race, die je niet door anderen laat bepalen. Je gaat uit van eigen kracht om het potentieel dat in je zit volledig te benutten. Dat vergt oefening en training om grenzen te verleggen en de pijn bij zware inspanning te leren verdragen. Daarbij moeten de roeiers hecht samenwerken met hun teamgenoten. Het gaat om de juiste balans, de perfecte cadans waarbij de roeiers hun eigen ego ondergeschikt moeten maken aan het gezamenlijk doel: het winnen van de wedstrijd.

Geen beweging zonder moeite. Geen geluk zonder pijn erbij, die je kunt voelen, aan kunt wijzen, bij zijn spartelende staart kunt grijpen terwijl het gemakkelijker zou zijn geen moeite te doen en hem weg te laten glippen. (Uit : ‘Over het water’ van Jan Maarten van den Brink)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s