Gelukzoeker

beau

“Wat wil een hond? Een gemakkelijke vraag. Honden zijn een open boek. Wat honden willen, is maar drie letters lang. Een hond wil mee. Altijd. En waar wil de hond mee? Dáár mee. Daar waar de baas gaat” schrijft Midas Dekkers in zijn boek Poot. Iedere hondenbezitter zal dit hondenverlangen herkennen. Als ik na mijn ontwaken de kamer betreed dan word ik enthousiast en kwispelstaartend begroet. Onze hond springt tegen mij op en rent daarna naar de plaats waar de riem ligt. Het geluk kan niet op als ik de riem oppak. Een paar straten word ik voortgetrokken op weg naar het park. Daar mag ze los. En dan is het rennen, spelen met andere honden en spannende plekjes verkennen. Af en toe raakt hondje uit het zicht. Maar dan komt ze weer met staart omhoog aangehold. Het ultieme geluk. Elke dag weer.

Op een dag reden wij met ons gezin op goed geluk naar Noord Brabant. We hadden een paar adressen van hondenkennels opgeschreven. Die gingen we bezoeken. Niet om een hond te kopen. We gingen alleen kijken hoe dat zou zijn zo’n klein puppyhondje. De kinderen hadden lang aan ons hoofd gezeurd: “ik wil écht een hondje.” In de buurt van Uden bezochten we een kennel. Een strobak met bomers. De kinderen vonden ze zó schatting. Het leken mij meer lopende wolbolletjes. “Het zijn net cavia’s” voegde de kennelman er nog aan toe. Cavia’s waren de eerste huisdieren voor onze kinderen. Maar na een week keken ze al niet meer naar de passieve beestjes om. Bij een volgende hondenfokker werden wij vriendelijk ontvangen: Wat voor hond wilt u? Een mannetje of een vrouwtje? Hoeveel tijd wilt u aan de hond besteden? Wij wisten het niet. Hadden er ook nog niet over nagedacht. Maar de kinderen wisten het wel. Alle drie hadden ze al een eigen hondje uitgezocht: “Deze wil ik.” Nog steeds wisten we niet of we wel een hond wilden. En zo ja, welke van de drie dan. “We nemen een andere hond, deze nemen we” besloot ik. De keuze viel op een teefjespuppy, kruising van een Beagle met een Cockerspaniël. We noemden haar Beau en namen haar mee naar huis.

Met het hele gezin hebben we de zorg over haar. Wij laten haar om toerbeurten uit. ‘s Avonds loop ik met haar. En in het weekend lange wandelingen in het bos. Onze hond is gelukkig als zij mee kan. Zijn wij mensen pas gelukkig als wij meer krijgen? Dichter Georges van Acker schreef daarover: “Mensen die gelukkig zijn, verlangen naar nog meer geluk. Het is hun ongeluk.” Onze hond leert ons weer genieten van eenvoudige dingen zoals wandelen, samen zijn en dromen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s